13 maart 2016: Verslag Polderbende Klompenwaard

Op 13 maart gingen we weer op stap met de Polderbende. Stralend mooi weer, een groep enthousiaste kinderen en heel veel belangstellende volwassenen. Er waren dit keer zelfs kinderen bij uit Zutphen, uit het westen van het land en uit Aalten. We worden beroemd!

Het thema van deze keer was de rivier. We begonnen met een “neuzenopdracht”. Henny gaf elke keer een tip, d.w.z. een kenmerk, en iedereen mocht proberen te raden waar het over ging. Als je dacht dat je het wist, moest je je vinger bij je neus houden en dan mocht je het in Henny’s oor komen fluisteren. Nou het was dit keer wel een moeilijke, want pas bij de laatste tip wisten de kinderen en volwassenen het antwoord, namelijk: de rivier.

Eigenlijk was dat wel logisch want iedereen kon weten dat het daar over zou gaan. Bij het hek van de Klompenwaard zie je meteen water. De vraag was: is dat nu een rivier? En gelukkig was er al een slimmerd bij die wist dat dit een kanaal was en hij kon ook nog vertellen dat een kanaal gegraven wordt en een rivier natuurlijk is en meestal ook kronkelig, terwijl een kanaal meestal heel recht is.

Nou, toen konden we op weg en omdat het een eind lopen was tot bij de rivier, deden we onderweg het hink-stap-sprong-spel. Henny zei allerlei dingen over de rivier en wij moesten zeggen of het goed of fout was. Gaven we een goed antwoord dan mochten we hink-stap-sprong voor uit. Gaven we een fout antwoord, dan moesten we een sprong terug doen.

Opeens zagen we iets liggen langs de kant van de weg. Wat was dat? Een schep erbij om het eens om te keren; er zaten poten aan en oren, niet zo heel grote, we zagen botten en vel en grijsbruine haren, geen kop…..ja, de conclusie was duidelijk: een dood konijn. Hier leerden de kinderen al dat in de natuur altijd gaat om eten en gegeten worden. Dus misschien had een roofvogel het konijntje wel te pakken gehad. Intussen zagen we water, een kleine rivier leek het wel. Alice legde uit dat de rivier vroeger hier gestroomd heeft en dat de rivier soms van zelf ergens anders gaat stromen. Bovendien weten we nu ook waarom de Klompenwaard zo heet, toch? Meteen zagen we ook de konikspaarden staan en we konden ze goed bekijken.

We kwamen bij een soort dijkje en eerst was hier een vossenhol, dus we gingen op onderzoek. Maar we vonden alleen heel veel konijnenholen, geen vossensporen te zien. Toen we door het vlierbes bosje liepen, vond iemand toch een plukje vossenhaar en iemand vond haar van een van de rode geuzen (koeien). 

En heel bijzonder, we vonden een enorme hoop grond, onderaan kleiig en bovenop meer zand. Bovenop was het lekker droog door de zon en daar zagen we heel veel kleine spinnetjes kruipen. Toen we de hoop aanraakten kwamen er nog veel meer spinnetjes uit. We dachten dat het een grote molshoop was, zo groot, omdat de mollen ook bij hoog water droog willen zitten.

En ja, eindelijk zagen we de rivier, he, het leken wel 2 rivieren. Annelie legde uit dat hier een soort extra rivier gegraven is, om te zorgen dat het water niet zo hoog tegen de dijken komt te staan, want dat kan gevaarlijk zijn. En als het hier nu extra snel weg kan stromen hebben we daar geen last meer van. Bovendien kunnen er nu vissen uit de rivier in zwemmen en hun jongen krijgen, want in die nevengeul is het water minder diep en warmer en stroomt het minder snel. Dus hier kunnen de jonge visjes groot worden en dan kunnen ze verder zwemmen in de echte rivier. Goed bedacht he?

Nou en toen kwam de opdracht: in kleine groepjes moesten we proberen ook een stromende nevengeul te graven. Dat was best moeilijk, vooral omdat het water van de rivier als maar heen en weer ging, dan hoog en dan weer laag. Maar het lukte.We hadden al gehoord dat de rivier van alles met zich meeneemt, rommel, hout, maar ook schatten zoals schelpen en stenen. Die waren er nu niet veel vanwege het hoge water, maar misschien konden we met een metaaldetector wel andere schatten vinden. Daar gingen we in een rij en om de beurt mochten we de detector vasthouden. 

Althans dat was het plan. Maar overal waar de detector af ging, vlogen alle kinderen er op af om te graven naar een schat. En laten we nu een heleboel buitenlandse munten vinden. Hoe kwamen die nu daar. Kwamen ze van een schip? Had iemand ze hier verstopt om later op te halen…….?
Dat blijft een raadsel, maar nadat we gezorgd hadden dat ieder kind minstens 1 muntje had, konden we verder. We moesten natuurlijk nog meten hoe hoog het water had gestaan. Dat kon je zien aan een streep van hout en ander afval dat op het strand lag. We gingen lange takken of stukken hout zoeken en  we begonnen bij de afvalstreep een rechte lijn naar het water te maken. Allemaal samen.
En toen zagen we dat bij het water een lange meneer moest staan om het stuk hout even hoog te kunnen houden. Toen ging Henny meten bij die meneer en dat was wel 2 meter. Dus het water van de rivier had 2 meter hoger gestaan dan nu. Dat is best heel veel.

En wat vliegt de tijd als je zo druk bent; we zagen nog een veldmuisje rennen en vlug wegschieten in een holletje, we zagen aalscholvers en torenvalken en sommige kinderen zagen een graspieper en aan het eind een heuse ooievaar. Bovendien waren er veel ganzen in de lucht te zien en vooral horen. Maar we moesten wel terug, langs het fort en over de weg, tussen de konikspaarden en de rode geuzen door. Best spannend eigenlijk. Maar ook dat ging goed natuurlijk! En zo kregen de ouders hun kinderen weer vol verhalen mee naar huis.