Jan 2021 Spiegeldikkopje

Spiegeldikkopje Heteropterus morpheus

 

Spiegeldikkopje

In 2018 gingen wij met een aantal leden van de Insectenwerkgroep naar de
Sint-Pietersberg (Maastricht) in de hoop daar nieuwe soorten vlinders te ontdekken. Daar trof ik mensen met hetzelfde doel en die wezen mij erop dat we zeker een bezoek moesten brengen aan de Groote Peel omdat het Spiegeldikkopje daar in grote getale aanwezig was.

Ook dit jaar waren mijn man en ik weer op de Sint-Pietersberg en vertelde mij weer iemand dat we zeker een bezoek aan de Groote Peel moesten brengen om het spiegeldikkopje te zien. Dit keer lieten we er geen gras over groeien en gingen wij vroeg in de morgen op pad naar het bezoekerscentrum van de Groote Peel (Ospel-Nederweert).

In verband met de corona wilde wij voor de drukte zijn maar blijkbaar waren wij te vroeg want we zagen nog geen enkele vlinder vliegen. Tijdens onze wandeling werd het langzaam maar zeker warmer en zagen we een Glad beertje en een Phegeavlinder. Mooie waarnemingen want die hadden wij nog niet eerder gezien. De temperatuur liep verder op en daar was dan het eerste Spiegeldikkopje op de bloem van Jacobskruiskruid. Wat een mooie vlinder met zijn ´spiegeltjes´ Langzaam maar zeker zagen wij er steeds meer ook op bramen en de Kale jonker.
De Franse naam; le Miroir (de spiegel) De Duitse naam; Finsterling. Het spiegeldikkopje is een vlinder uit de familie Dikkopjes (Hesperiidae), een dagvlinder.

Voorkomen:
Een zeldzame standvlinder, die in Nederland sinds 1990 alleen in het Weerterbos en de Groote Peel jaarlijks is waargenomen. In 2004 verdween het spiegeldikkopje uit Gelderland na een droogteperiode. Het spiegeldikkopje staat op de Nederlandse Rode lijst dagvlinders.
Het spiegeldikkopje komt voor van West-Frankrijk tot Oost-Azië en van Zuid-Scandinavië tot Noord-Spanje en Midden-Italië, maar is ook in Europa een schaarse soort.

Uiterlijk:
De bovenkant van de voorvleugel heeft drie of vier kleine, gele vlekken bij de punt. Bij het vrouwtje zijn deze vlekken groter.
De onderkant van de achtervleugel heeft grote, donker gerande, witte vlekken. Men noemt deze vlekken ook wel spiegels.
De voelsprieten zijn geel-zwart geringeld. Voorvleugellengte; 15-18 mm.

Vliegtijd:
Het spiegeldikkopje heeft één generatie per jaar  en vliegt van eind juni tot augustus. De mannetjes patrouilleren langs bospaden terwijl de vrouwtjes veel tijd besteden aan zonnen en nectar drinken van de nectarplanten, o.a. Kale jonker, Braam, Grote kattenstaart, Wilgenroosje en Gewone dophei. De vlinders hebben een opvallende en typische huppelende manier van vliegen.

spiegeldikkopje1 Spiegeldikkopje2 Spiegeldikkopje3
Spiegeldikkopje4 Spiegeldikkopje5 Spiegeldikkopje6


Rups:
De rups is meestal lichtgroen, maar vlak voor en na de overwintering lichtbruin. Hij heeft lichte lengtestrepen en de kop is licht gekleurd met brede roodbruine strepen. De jonge rups eet eerst de eischaal op en maakt vervolgens een kokertje van de top van jong blad en verschuilt zich daar overdag. De rups eet van het kokertje en als het blad op is verhuist de rups naar een ander mals blad en maakt opnieuw een kokertje. Vanaf eind mei worden geen nieuwe kokertjes meer gemaakt en leeft de rups vrij op de plant. De rups blijft in het najaar lang actief en gaat pas eind oktober overwinteren. De rups bouwt een onderkomen door diverse bladeren op 20 tot 50 cm hoogte samen te spinnen. De binnenzijde wordt met een spinsellaagje bekleed. De verpopping vindt plaats onder twee spinseldraden op een blad van de waardplant. Doordat de pop dikker is dan de rups, zit het blad strak om de pop.  Vervolgens komt een smalle lichtgroene gordelpop te voorschijn. De soort overwintert dus als half volgroeide rups Eind april, begin mei verlaat de rups het overwinteringsnest om ongeveer een maand later te verpoppen.

Ei-afzet - Waardplant:
De eitjes worden uitsluitend afgezet op jonge, nog niet volgroeide bladeren van grassen. De meeste eitjes worden in de vroege middag gelegd. Op de bovenzijde legt ze dan één, soms twee of drie eitjes. Waardplant is Hennegras en pijpenstrootje, soms riet. 

Biotoop:
Het spiegeldikkopje leeft in vochtige tot natte grazige ruigten bij broekbossen of hakhoutbosjes en (gedegenereerde) hoogveengebieden. Doordat de rups pas eind oktober gaat overwinteren, is het belangrijk dat de waardplant tot in de herfst groen blijft, dit is met name op vochtige plaatsen het geval. Spiegeldikkopjes leven vooral bij ruigere vegetaties waarin zowel de waardplant als de nectarplant groeien.
 

Informatie: Vlinderstichting, Wikipedia, De Nieuwe Vlindergids Tirion, Nature Today.

Foto's: Ben Aarts