Apr 2021 Het Waaiertje

 Vervolg van het Waaiertje                                 

Insect1Een tijd geleden, oktober 2019, in deze rubriek 'Insect van de Maand' had ik een artikel geschreven dat over het insect het "Waaiertje" ging. Dit insect parasiteert op zandbijen en heeft een zeer ingewikkelde levenswijze. De Latijnse naam van de soort Waaiervleugeligen waartoe het Waaiertje behoort is Strepsiptera. Een zandbij die door dit insect wordt geparasiteerd heet dan een gestylopiseerde zandbij.

Weinig mensen hebben dit parasiterend insect kunnen aanschouwen, omdat ze moeilijk te ontdekken zijn en omdat ze maar tijdens een korte periode in het jaar te zien zijn. De larfjes van deze parasiet leven het hele jaar door in het lichaam van de zandbij en komen pas aan het einde van de winter tussen twee bovenste achterlijfsegmenten (tergieten) van de zandbij een klein stukje naar buiten.

De gast gevende zandbij wordt door deze parasiet hormonaal beïnvloed, waardoor gestylopiseerde zandbijen o.a. enkele weken eerder uitvliegen dan niet-geparasiteerde zandbijen. In die tijd moet namelijk het parasiterende vrouwtje bevrucht worden door een mannetje dat ook parasiterend in een andere zandbij zijn ontwikkeling heeft doorgebracht. Een ander verschil met niet geparasiteerde zandbijen is dat gestylopiseerde zandbijen veel trager in hun bewegingen zijn, je kunt ze makkelijk met de hand vangen. Verder hebben vrouwelijke gestylopiseerde zandbijen ook geen drang om voor een nageslacht te zorgen. Hoe ingewikkeld kan het zijn, als men beseft dat het Waaiervrouwtje geen poten, geen vleugels en rudimentaire monddelen heeft en maar voor een heel klein deel uitsteekt uit een heel ander organisme. Wie wil nou zo'n vrouw. Er is er maar één in de dierenwereld die dat wil en dat is het Waaiermannetje. Die heeft wel (onhandige) vleugels en verlaat zijn gastvrouw of gastheer om meteen flink aan de bak te moeten om met zijn antennes ergens in de lucht een vleugje feromoon van een Waaiervrouwtje op te vangen, dat tot het ultieme doel van het bestaan zal leiden. Waaiermannen leven maar zes uur als volwassen insect, dus hebben ze ongelofelijke haast. Omdat gestylopiseerde zandbijen traag zijn en geen energie verspillen om voor een nageslacht te zorgen, werkt dat in het voordeel van de onhandig vliegende en geen onnodige tijd verliezende Waaiermannen.
Alleen de Natuur kan zoiets bedenken.
Enfin, indien u kennis wilt nemen van het hele verhaal, moet u het artikel in het archief van de 'Maand van het Insect' nog maar eens nalezen.

Waarom weer de keuze over het eerder verschenen onderwerp van het Waaiertje,  kunt u zich afvragen. Van Annie Goverde kreeg ik onlangs een mailtje dat natuurfotograaf Jan van der Knokke van buiten de regio het artikel over het Waaiertje op de website had gelezen. Naar aanleiding van dat artikel is hij op zoek gegaan naar gestylopiseerde zandbijen met de bedoeling om zoiets te gaan fotograferen. Het was hem gelukt en stuurde Annie een foto van een gestylopiseerde zandbij, waar tussen twee achterste segmenten niet één maar twee vrouwelijke Waaiertjes uitstaken.
Enkele dagen later kreeg Annie twee foto’s van hem, maar nu van een Waaiermannetje copulerend met het vrouwtje. De ultieme foto van een natuurfotograaf op dat moment.

Insect2 Insect3 Insect4

  1 / 1  


Nadat Annie mij de eerste foto van deze natuurfotograaf had gestuurd, ben ik ook meer gaan uitkijken naar de eerste rondvliegende Grijze zandbijen. Bijna alle met de hand gevangen zandbijen waren gestylopiseerd van een vrouwelijk Waaiertje. Een mannetje Waaiertje heb ik nog nooit gezien.
Om die te zien moet ik misschien maar weer eens het trucje uithalen dat ik in mijn jeugd wel eens uit haalde, wanneer ik van een ontdekte rups de vlindersoort niet wist en daarom ook niet wist of hier sprake was van een ontbrekende soort in mijn verzameling opgeprikte vlinders. Achteraf inderdaad een jeugdzonde, die door mij nog niet helemaal is verdrongen, maar inmiddels wel al heel lang verjaard is.
Desondanks herinner ik me, dat ik toen wel zoiets als een verantwoordelijkheidsbesef voor het 'behoud van de soort' had, want van de uitgekomen vlinders in de weckpot werden er één of twee opgeprikt, de andere vlinders kregen de vrijheid. Die vlinders waren door mijn toedoen tijdens hun ontwikkeling tot vlinder in de weckpot, tenminste niet als rups of pop door vijanden in de natuur opgegeten. Toch een 'gewetensvolle' gedachte.
De rupsen, inclusief bladeren van de plant waarop ik ze had gevonden, werden in een weckpot gedaan en afgedekt met een uitgeknipt stukje van een kapotte nylonkous van mijn moeder. Zodra na een tijdje enkele rupsen maagdelijke vrouwtjes vlinders waren geworden, gebeurde het bij sommige soorten dat in mum van tijd mannetjes van dezelfde soort op de nylonkous kwamen zitten, ongetwijfeld gelokt door onweerstaanbare vrouwelijke feromonen. Het stukje nylonkous als spelbreker.
Deze truc van vroeger moet volgens mij ook lukken met Waaiertjesmannetjes, tenminste wanneer de Waaiervrouwtjes op de zandbijen niet al bevrucht zijn. Want voor die vrouwtjes is het niet meer nodig om feromonen te verspreiden om mannetjes te lokken.
Verder zal de weckfles een glazen appelmoes pot moeten worden en het stukje nylonkous een stukje vitragegordijn.

Al met al blijkt het zinvol te zijn om artikelen over insecten van de maand te schrijven. Ze kunnen na maanden of jaren nog gelezen worden.

Tekst: Peer Busink
Foto’s: Jan van der Knokke Natuur fotografie
Website: www.janvanderknokke.nl