Jeugd-IVN: Sporen in de natuur.

17 november 2021 Jeugd-IVN ging op zoek naar sporen in de natuur.


Op de fiets gingen we naar de Echteldonksesteeg. We harkten een deel van het zandpad om hierop afdrukken met gips van vossen- en reeënpoten te maken. Heel secuur gingen de kinderen met de gips en de juiste hoeveelheid water aan het werk. En toen de gipsafdruk moest uitharden gingen we in 2 groepen op zoek naar dierensporen in de Zwartvoorden. De kinderen kregen een blad met foto’s mee om hen te helpen bij het zoeken naar sporen.Jeugdivn-DvdL-Oirschot

Er sprongen nog veel kikkertjes rond in de natte wei, die veel aandacht kregen van de kinderen. Ook zagen we veel molshopen. De kinderen wisten al veel over de mollen te vertellen met hun graafhanden met 5 vingers met puntige nagels en een duim en hun oogjes van maar 1 mm..
In een eikenboom ontdekten we de smidse van een boomklever. Hij klemt een hazelnoot tussen de schors van de boom om hem dan open te kunnen maken en het nootje op te snoepen.
We zagen duidelijk wissels tussen de varens, waar dieren hun weg door banen.
Bij een boom in het bos zagen we een plek, die schoongeveegd was door reeën om er te rusten.

Daarna gingen we in het riet op zoek naar een sigaargal. De sigaargalvlieg legt eitjes in de rietstengel. De larve uit het ei leeft in de larvekamer. De stengel er om heen wordt bruin en verdikt. Na de zomer verhout de larvekamer en na de overwintering komt er een sigaargalvlieg uit.
Langs de poel vonden we verschillende sporen van reeënpoten. Misschien zijn de reeën hier wel komen drinken.
In het hout op de grond vonden we veel vraatsporen onder de bast met mooie vraatpatronen van schorskevers en hun larven. Allerlei kevers, waaronder boktorren, houtwespen, houtmieren en hun larven laten vraatsporen achter in het hout. Schallebijter-DvdL-OirschotDe kinderen vonden ook een aantal overwinterende korrelschallebijters, een grote loopkever. Een prachtige vondst!
Op de blaadjes van de altijd groen blijvende hulst zagen we blaasmijnen. De hulstvlieg prikt gaatjes in het blad om er eitjes in te leggen. De larven, die uit de eitjes komen vreten van het bladmoes en zo ontstaan de blaasmijnen. Pimpelmezen pikken de blazen open en eten de larven.
Na de wandeling waren de kinderen erg benieuwd of de gipsafdrukken voldoende uitgehard waren om mee naar huis te nemen. Gelukkig waren de resultaten prachtig. Het zand moest er thuis nog wel afgepoetst worden.
De warme chocomel was zo op en vóór het donker fietsten we tevreden terug naar de brandweerkazerne.

Leo en Diny