Stadsvogels tellen in Heerhugowaard

Zondagmorgen, eerste Paasdag, zes uur. De wekker gaat. MUS telling vandaag. Gauw een kop koffie en een plak ontbijtkoek. Het echte paasontbijt komt later wel. Gewapend met verrekijker, kaart, papier en pen, zit ik om half zeven op de fiets (gelukkig met aandrijving) naar Heerhugowaard. Op het verlaten Coolplein staan Emerens en Elbert al op me te wachten: we gaan op zes punten stadsvogels tellen. MUS staat niet voor het knusse vogeltje, maar voor Meetnet Urbane Soorten.

Op elk punt luisteren en kijken we vijf minuten naar vogels. We tellen de tjiftjaf die net buiten de vijf minuten valt, stiekem mee. Omdat we dit al jaren doen, kan er bij SOVON, die deze gegevens administreert, een trend worden opgemerkt. En zo dragen wij, burgers, een beetje bij aan wetenschappelijk onderzoek. Citizen Science heet dat.

Het is, ook op het vroege tijdstip, een leuke klus. Je hebt al gauw contact met andere vroege vogels. Op de heenweg groeten tegemoetkomende fietsers mij (dat is overdag wel anders). We maken een praatje met een oude mevrouw met grijs hondje en dito haar. “Kijken jullie naar de vogeltjes? Mooi he? Ze zingen al zo mooi. Ik heb al een koekoek in mijn tuintje gehoord”. “Waarschijnlijk was dat een duif, mevrouw”, proberen we nog, maar ze is heel stellig. “Nee hoor het was een koekoek, mijn buurman hoorde hem ook”.

En dan, na het voorlaatste punt, zegt Emerens: “hier koffie, of straks?” We tellen nog even door tot en met het laatste punt, je moet immers eerst de koffie verdiend hebben? En dan tovert ze kopjes, thermoskan, mes, boter en heerlijk paasbrood uit haar fietstas. Niet te geloven wat er allemaal uit zo’n tas tevoorschijn kan komen.

Om half negen zit ik met een derde bakje koffie op de bank. Een eitje pruttelt op het vuur. Eerste Paasdag kan nu echt beginnen!

Joke Pruis

4 april 2021