Midden Kennemerland
Landschap
maandag19sep2016

Interview met 2 actieve knotters

In de herfst begint het knotseizoen weer, vanaf zaterdag 7 november 2015. Verleden jaar hebben we voor ons IVN-magazine De Groene Kennemer een artikel geschreven over het nut van het knotten; dit jaar laten we de knotters zelf aan het woord. Ton Liphuyzen zorgt al jarenlang dat de zagen, ladders en tangen op de werkplek komen. Evert Castelein heeft sinds een half jaar het beheer over de knotgegevens en verzorgt de onderlinge email contacten.

Hoe ben je bij de knotgroep gekomen? 

Ton: Vanwege stressverschijnselen werd hem aangeraden lekker buiten aan het werk te gaan. Een kennis wees hem 13 jaar geleden op de knotgroep activiteiten en tot nu toe bevalt het prima. Je hoeft niets te organiseren, je hoeft geen leiding te geven en je kunt werken in je eigen tempo. 

Evert: Had een drukke baan, kwam daardoor niet zo veel in de buitenlucht. Zocht 3 jaar geleden op internet naar een zinvolle bezigheid in de natuur; hij is een liefhebber van het polderlandschap met de typerende wilgenbeplanting. Op de website van Landschap Noord-Holland stond een stuk over de wilgenknotgroep, met Jan Hurkmans als contactadres. Jan was erg verrast want nog nooit had iemand zich per telefoon aangemeld als kandidaat-knotter! Ook Evert vindt het knotten een leuke hobby.

Wat is er zo leuk aan knotten? Het is altijd koud, vaak nat en je wordt er smerig van. 

Ton: Je komt op allerlei plaatsen in de omtrek waar onderhoud van de wilgen nodig is en tijdens het werk zie je de verbetering. In het verleden heeft Ton veel fotoseries gemaakt. De foto’s zijn gemaakt vlak voor het knotten, direct na het knotten maar eveneens vaak na enkele maanden, als de eerste pruiken er weer op komen. Maar ook de mede-knotters maken het werk interessant. Het zijn vaak mensen met een eigen mening, geen na-praters maar na-denkers. Ze hebben ook een verschillende achtergrond; ze werkten/werken als operator, techneut, op kantoor, als leraar of dokter. Sommigen vinden het heerlijk om tijdens de koffie of lunchpauze te discussiëren, maar anderen zitten lekker in een hoekje uit te rusten.

Evert: Kan genieten van de landschappelijke schoonheid, maar vindt het contact met de andere knotters ook een belangrijk aspect. Hij heeft sinds het overlijden van Jan Hurkmans de knotgegevens gedigitaliseerd en legt nu via email contact met alle knotters. Tot zijn verbazing zijn er in de afgelopen jaren heel wat nieuwe knotadressen bijgekomen; af en toe vallen er ook adressen af. Maar de gemiddelde leeftijd van de knotters ligt nu ver boven de 70, dus hoe het in de toekomst allemaal uitgevoerd moet worden?

Ton: Na de dood van Jan missen we een soort opzichter die van tevoren bedenkt hoe we de klus gaan indelen. Daardoor staan de knotters soms te veel naast elkaar, in plaats dat ze over het weiland verdeeld zijn. In het nieuwe seizoen moeten we daar samen wat beter op letten. Moet er een soort snoeitraining komen?

Beiden: Eigenlijk loopt dat in de praktijk best goed. De nieuwelingen worden door Aris ingewerkt. Pas na een paar weken kom je op plekken te staan die meer vakmanschap en ruimtelijk inzicht vereisen. Ook andere, meer ervaren knotters springen bij als ze zien dat het knotten nog niet perfect gaat. Maar misschien moet de snoeitraining wat meer over de mensen verdeeld worden, want Aris kan natuurlijk niet alles alleen doen. Zou je ook in de andere maanden buitenwerk willen doen?

Ton: Ja, als dat met dezelfde groep is. Na de storm bijvoorbeeld was er ongetwijfeld veel opruimwerk bij onze knotadressen, daar wil ik best aan mee helpen. Evert: Nu we vaker met mailing werken kan dat ook beter georganiseerd worden. Wanneer Aris hoort dat er bij een van de knotadressen werk ligt, dan heb je snel wat knotters opgetrommeld per e-mail. In de toekomst zal daar meer communicatie over komen. We kunnen ook bespreken of knotfoto’s gedigitaliseerd en/of verspreid kunnen worden via de “Cloud”. Hoe kunnen we meer knotters aantrekken?

Evert: Echt jonge mensen zullen zich niet zo snel bij ons aansluiten; hun leven is al hectisch genoeg. We moeten waarschijnlijk putten uit de groep van nog vitale 65-plussers. Dat kan natuurlijk door “mond reclame” van de huidige knotters, maar we kunnen ook via huis-aan-huis bladen ons knotwerk onder de aandacht brengen van de regionale pensionado (M/V) die lekker in de buitenlucht in beweging wil blijven. Misschien dat de inbreng ook in een soort interview vorm aangeboden kan worden bij deze bladen? Het beste zou zijn als we zo’n stukje zouden schrijven samen met andere natuurwerkgroepen uit de regio, bv. De Hooge Weide of Landschap Noord-Holland. Ook kunnen we bij lokale vrijwilligersmarkten mensen van de doelgroep aanspreken .

Ton en Evert, hartelijk bedankt voor jullie verhalen en voorstellen. We hopen op een hoger aantal nieuwe knotters in 2016, want de knotwilg moet blijven bestaan.

 

Planning 2016

Zaterdagen in januari: 2-16-30

Zaterdagen in februari: 6-13-20-27

Zaterdagen in maart: 5-12-19

Als je wilt meerijden zorg dan dat je in warme kleding en met waterbestendig schoeisel op het verzamelpunt staat: Parkeerplaats Raadhuisweg Akersloot; vertrek 9:00.

Neem brood /beleg mee en eventueel extra drinken; voor koffie en thee wordt gezorgd. Meestal gaan we tussen 3 uur en half vier naar huis; soms wordt het iets later om de klus af te maken.

Wil je met eigen vervoer komen, meld je dan op vrijdag voorafgaand aan de knotdag aan bij onderstaande personen, die weten altijd het knotadres: Aris Groot ( 0251 310110) of Evert Castelein (06 47827541)