Blog april 2018

Begin deze maand was alweer de laatste excursie van de opleiding. Ook de laatste lesavond is inmiddels geweest. Goh wat is het toch snel gegaan, nog een paar maanden en de opleiding is alweer afgelopen en als het goed is ben ik dan geslaagd als natuurgids! Maar zover is het nog niet, de komende maanden ben ik nog bezig met het afronden van de laatste opdracht, het educatieve werkstuk. Ik maak samen met 3 anderen een insectenleskist voor een basisschool in de buurt. Daar ga ik jullie de volgende keer meer over vertellen.

Eerst wil ik graag nog wat rechtzetten uit mijn vorige blog. Daar schrijf ik over de waterbassins/spaarbekkens die vroeger gebruikt werden. Dit systeem kwam niet ten einde in de 17e eeuw, maar natuurlijk in de 19e eeuw. Want in de 18 en 19e eeuw werden de kanalen in Drenthe gegraven.

Met de laatste excursie zijn we naar het Drents Friese Wold geweest. We kregen de excursie van Herman Slot, die boswachter/beheerder bij Staatsbosbeheer is, bij Nationaalpark de Drents Friese Wold. Die woensdag daarvoor heeft hij ons tijdens de lesavond alles verteld over zijn werk als beheerder bij het Drents Friese Wold. Over de geschiedenis, werkwijze, visie, doelen etc..

Geert.

Het Drents Friese Wold is groots en weids, het is in totaal 6000 hectare waarvan 4000 hectare in het bezit van Staatsbosbeheer is. Staatsbosbeheer zelf is trouwens ontstaan in 1880, toen men begon met het ontginnen van heide op grote schaal en het aanplanten van bos. Eigenlijk is bijna al het bos in Drenthe aangeplant. Vanaf 1910 is of stuifzandbos (vastleggen stuifzanden) of ontginningsbos (houtproductie) aangeplant. Je hebt in het bos nu te maken met twee generaties bos. Namelijk; de generatie van 1910-1930 (in deze periode is alles aangeplant) en de generatie van 1974 (een zeer zware storm zorgde voor veel schade in de bossen en de kale plekken zijn toen opnieuw ingeplant).

De doelen van Staatsbosbeheer vroeger waren stuifzand bedwingen en houtproductie. De doelen van nu zijn heel anders. Houtproductie in Nederland is overigens ook helemaal niet winstgevend. De doelen van Staatsbosbeheer in het Drents Friese Wold nu zijn: natuurherstel, recreatie, diversiteit in het bos brengen, minder productie en meer natuur en het bos zelf zoveel mogelijk de kringloop laten sluiten.  

Op de foto boven kun je goed zien dat er door het her en der kappen van bomen, meer ruimte ontstaat, zodat jonge loofbomen een kans hebben op te komen zoals bijvoorbeeld eiken en berken. Op deze manier willen ze van het Drents Friese Wold een gemengd en gevarieerd bos maken.

Nu is het zo’n 90 procent naaldbomen en dan vooral fijnspar. Af en toe staan er ook stukken met een flink aantal dode sparren. En dat zijn geen kleine sparren, stuk voor stuk sparren van zeker 80 jaar oud. Het is het werk van de letterzetter verteld Herman. De letterzetter is een zeer klein kevertje, slechts 2 tot 3,5 mm groot. Ze komen in bossen algemeen, soms massaal voor. Ze leggen onder de schors van sparren hun broedgangen aan. De neerwaartse sapstroom van de boom zit vlak onder de schors en deze vervoert organische stoffen van blad naar wortel. De sapstroom wordt door de vele broedgangen onderbroken en heeft tot gevolg dat de sparren langzaam dood gaan.

Op deze foto hieronder kun je zien hoe de brem uit zichzelf massaal is opgekomen op een eerder gekapt veld in het bos. Het een maakt het ander mogelijk. In het gebied lopen ook een stuk of twintig Schotse Hooglanders om het gebied wat open te houden.

Geert

Later in een open heidestuk lopen we bijna over een nestje van een paartje boomleeuwerik.

Geert

Voormalig stuifzandduinen. Dit was het uitzicht tijdens de lunchpauze. Niet verkeerd.

Herman heeft ons meegenomen naar het Prinsenbos bij Oude Willem. Dit is een oude landbouw enclave midden in het Drents Friese Wold. Deze landbouwgrond is nu van Staatsbosbeheer en men is nu bezig om deze voormalige landbouw om te vormen tot beekdallandschap.

Geert

Wat leuk is, is de ruïne. Het is een restant van de laatste boerderij die hier stond. Hier woonden 2 broers die kleinschalig boerden op zo’n 20 hectare grond. Herman vertelt dat het niet makkelijk was de boerderij gedeeltelijk te slopen. Bij de gemeente hadden ze alleen een vergunning voor volledige sloop of renovatie. Slopen en een soort ruïne laten staan, nee dat kon niet. Hij was eigenwijs en heeft het toch gedaan. Met dit mooie resultaat. Ik vind het wel wat hebben. Het spreekt tot de verbeelding en het is ook stukje cultuur. Het mag er ook zijn.  Op de wandeling terug naar het beginpunt valt mijn oog opeens op klein hoefblad.

Geert

De meeste sloten worden gedempt, waardoor het grondwater zal stijgen. Een nieuwe slenk zal het water gedeeltelijk afvoeren naar de Vledder Aa. Hierdoor zal het water weer op een natuurlijke manier uit het gebied kan lopen, in plaats van dat het vierentwintig uur na dat het regenwater is gevallen alweer voorbij Meppel is.

Geert

Terwijl we later afsloten bij de plek waar de excursie begon, hoorden we nog een paar keer het geluid van een zwarte specht. Prachtig, mooie afsluiter van deze leuke en leerzame excursie.