Verslag Excursie omgeving Meerssen 13-2-2022

Beste wandelaars van zondag 13 februari op onze mooie leerzame wandeling

(die te downloaden is: IVN Rondwandeling Markt Meerssen – Curfsgroeve)

Wij beginnen bij het NS-station en overstappen al snel de Geul (stromende vanaf het zwembad) en zien kort voor de Joodse begraafplaats, met de omgevallen boom op de graven, de Kleine Geul. Als je in dezelfde richting doorloopt ontmoet je bij boerderij Bisschof: het Geulke. Riekie prijst het eenvoudige maar duidelijke plattegrondje van collega-natuurgids Giel Dolmans die alle splitsingen van de Geul in de gemeente Meerssen in inkt heeft vastgelegd.

Loop alle vertakkingen eens na en ontdek dat ze weer samen komen bij de IJzeren Molen om dan onder autoweg, spoor en kanaal door bij Voulwammes in de Maas te vloeien …

Wij steken over, volgen een stukje de klein Geul en zien het gras in de gegraven hoogwateroverloop nog platliggen van de laatste overstroming.

Bij de Oliemolen zijn we twee keer in de olie:

1. vroeger is er lijnzaad (van vlas) tot olie geperst.

2. er ontstaat in de herfst van 1944 een brand op het Geulke door toedoen van de daar gelegerde Amerikanen. Ze spoelen olie- en benzinevaten uit in het langsstromende riviertje en steken er een lekker sigaretje bij op!!!

De steile helling op, linksaf, in een weiland aan de Heideweg staat een bijzondere plant: Datura stramonium L. (niet te verwarren met de bekende pot-tuinplant met de grote gele, witte of rose ‘klokbloemen’, tegenwoordig Brugmansia geheten). De vanuit Mexico verspreide Doornappel heeft stekelige doosvruchten met enorm veel zaadjes, opgeborgen in een soort ‘appel’klokhuis. De plant is giftig, bij opeten kan verlamming optreden. Medicinaal in kleine hoeveelheden vooral toegepast tegen astma.

Illustratie uit Koehler (1887)  (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Doornappel)

Verderop in het pad veel wissels van dieren, mooie knotbomen, zomereiken en een boom met ‘jenk’ogen. Daar waar takken aan de Abeel zaten kun je met enige fantasie best wel triestige ogen waarnemen (let er eens op als je bij de AVL in de Beatrixhaven die hele rij Abelen ziet).

 

En ja, dan toch de Dellen, geen vieze slordige vrouwen maar een soort droogdalen, geulen die van het plateau naar beneden lopen en alleen water afvoeren bij hevige regenval. We zien zwarte, wollige Galloway-koeien in het struikgewas op het plateau en vragen ons af waarom liggen hier zoveel grove dennen gevloerd? Kevers onder de schors die de stofwisseling van de boom verstoren? We kunnen nu wel goed bekijken hoeveel centimeters groei de boom per jaar maakt en dat de takken kransgewijs staan. (ze lijken wel op een flessenborstel).  ‘Goeie klimboom oma’  zou kleinzoon Sebas zeggen. Genoeg takken om hoog te kunnen klimmen.

Gelukkig nog genoeg levende bomen gezien: eik, es, beuk, haagbeuk, larix, berk, hulst. Aan de voet van een eik ontdekt Nicole: eikvaren. Later in de groeve wijst Ria op de stijve naaldvaren en vertelt over het meer van Curfs en het laarzenpad. We kijken in het gat van de groeve naar de kudde geiten en hopen dat we daar nog eens kunnen rondstruinen.

Nog 3 soorten sneeuwklokjes (van de 137 of was het 173?) nauwkeurig bekeken. Via de ijzeren trap en de Geuldalweg langs oude groeve-ingangen op weg naar: Brasserie de Groeve.

De rest van de weg terug en de verhalen daarover bewaren we tot een volgende keer.

Tot ziens, ook namens Ria, Riekie Notten.