Kerkrade
Landschap
maandag30mei2022

Geslaagde zomeravondwandeling

Op dinsdag 24 mei ging Olaf Op den Kamp, voorzitter van IVN Kerkrade, op stap met 15 deelnemers tijdens de avondwandeling die georganiseerd was door IVN Kerkrade i.s.m. Natuurbegraafplaats Eygelshof. We verkenden eerst het terrein van de natuurbegraafplaats waar we heel wat verschillende plantensoorten ontdekten. Zo stonden er veel verschillende vlinderbloemigen zoals Rode klaver (Trifolium pratense), Witte klaver (Trifolium repens) en hun kruising Bastaardklaver (Trifolium hybridum). Ook stonden er wikkes als Vierzadige wikke (Vicia tetraspermum) met vier zaden per peul en Bonte wikke (Vicia villosa). Deze soorten groeien hier dankzij de stikstof die ze aan hun wortels binden. Er groeide echter ook Kleine ratelaar (Rhinanthus minor) die parasiteert op grassen.
In het gras zat een Groene specht (Picus viridis) mieren te eten. Toen hij tegen een boomstam ging zitten konden we hem prachtig bekijken.
Heel wat planten hebben een typerende geur en dat liet Olaf de deelnemers dan ook ervaren. Wat te denken van de prikkelende geur van Hondsdraf (Glechoma hederacea), of de aangename geur van Wilde peen (Daucus carotta). En niet te vergeten de geur van Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) of de onaangename geur van Robertskruid (Geranium robertianum).
Toen er een regenbui dreigde te vallen werden we gastvrij onthaald op een kop koffie met chocolaatjes in het ontvangstgebouw van Natuurbegraafplaats Eygelshof.
Maar de bui dreigde meer dan hij kon waarmaken en al snel konden we weer op stap. Langs de voormalige winningskant van de bruinkoolgroeve Herman en daarna verder door de Grote boslocatie. Deze was in 2002 ontstaan op voormalige landbouwgrond en bestond uit jonge bossen. De bomen in de Grote boslocatie staan weliswaar netjes in rijen, maar ze zijn wel zo door elkaar geplant dat er een grote diversiteit aan bomen en struiken te zien is; Zomereiken (Quercus robur), Beuken (Fagus sylvatica), Haagbeuken (Carpinus betulus), Ruwe berken (Betula pendula), Boswilgen (Salix caprea), Zoete kers (Prunus avium) en Hazelaar (Corylus avellana) zijn de meest voorkomende. De ondergroei van de bossen is nog niet erg ontwikkeld en bestaat vooral uit Mannetjesvarens (Dryopteris filix-mas), maar we ontdekten ook een twintigtal Brede wespenorchissen (Epipactis helleborine). We hoorden ook allerlei vogels zingen, zoals de Zwartkop (Sylvia atricapilla), de Zanglijster (Turdus philomelos) die dezelfde wijsjes steeds weer 2 of 3 maal herhaalt, de Merel (Turdus merula) en de Winterkoning (Troglodytes troglodytes).
Even later bereikten we enkele akkers en genoten van de vergezichten op het Rimburgerbos met de Rimburgse watertoren en de kerk van Waubach erachter. Ook zagen we de steenbergen Halde Adolf en Noppenberg aan de Duitse zijde van het Wormdal. In de akkers scharrelde een Fazant (Phasianus colchicus) rond. We liepen langs een hooiland waarin verschillende soorten grassen bloeiden, zoals Glanshaver (Arrhenaterum elatius), Ruige witbol (Holcus lanatus), Kropaar (Dactylis glomerata), Zachte dravik (Bromus mollis) en aan de rand van het pad stond IJle dravik (Bromus sterilis). Na enkele honderden meters bereikten we het Pambosje, een klein oorspronkelijk bosje met dikke Beuken en Zoete kersen. In de ondergroei stond veel Bosgierstgras (Milium effusum) te bloeien. Ook groeide er Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum).
Nu langs enkele weilanden in de richting van Rimburg. Bij een jonge bosaanplant bloeide de Gelderse roos (Viburnum opulus) volop. Ook zaten er veel Wijngaardslakken (Helix pomatias). Nu waren we aangekomen bij het Kolverenbos, een hellingbos aan de rand van het Wormdal. Hier stonden weer veel Zomereiken, Zoete kersen, Haagbeuken en andere bomen. Vanuit een spechtenhol weerklonk de bedelroep van de jongen van een Grote bonte specht (Dendrocopus major).
Aan het eind van het bos liepen we via de jonge bossen van de Grote boslocatie terug naar de Eygelshof.