01 / 2017

stegel 01_2017_001In de natuurtuin ligt in de omgeving van ‘de twee muurtjes’ een pallet op de grond. Daaronder verstoppen zich allerlei, meestal kleine diertjes, en dus loont het de moeite om deze af en toe op te tillen. In november was de verrassing groot toen er een stuk of zes bosmuizen onder bleken te zitten. Sommige renden weg, en verstopten zich onder de laag van afgevallen bladeren in de omgeving; andere poseerden net lang genoeg voor een foto. Blijkbaar was dit een muizengezinnetje, met vrijwel volgroeide jongen, dat onder de pallet een prima verblijfplaats had gevonden. Bosmuizen zijn vrijwel alleen ’s nachts actief. Daarom zie je ze (in tegenstelling tot rosse woelmuizen) zelden overdag. Ze hebben grote kraalogen, grote oren en een lange staart. In tegenstelling tot wat hun naam suggereert, leven ze niet alleen in bos. Ze komen ’s winters ook graag in huizen, waarbij het helpt dat ze heel goed kunnen klimmen. De muis die u op zolder hoort, is dus zeker niet altijd een huismuis.

Stegel 01_2017_002Er staat een aantal fruitbomen in de Heebrig, die min of meer als wild in Nederland kunnen voorkomen. Een daarvan is de mispel, die tot ver in de winter vruchten draagt. Deze kan je eten, nadat ze maanden zijn afgerijpt. Verse mispels zijn juist wrang en melig. Het is een lid van de rozenfamilie, dat in mei bloeit met fraaie grote witte bloemen. De aanwezigheid van deze soort in de regio hebben we mede te danken aan de Romeinen. Of zij de soort zelf tot in Nederland brachten is onduidelijk; wel introduceerden ze deze in grote delen van Midden- en West-Europa, en in Nederland komt ze zeker sinds de 9e eeuw voor, ook in het ‘wild’. Zo is de struik regelmatig te vinden in het Vijlenerbos en in de bossen op de hellingen van het Geuldal. Daar staat ze tegenwoordig vaak zwaar beschaduwd, bloeit matig en zet weinig vrucht. Mispels floreren juist in de zon, en dus in open bossen of langs bosranden die op het zuiden gericht zijn. In de Heebrig hebben ze een mooie zonnige standplaats, zodat de liefhebber van mispels er aan zijn trekken kan komen.

Stegel 01_2017_003Een van de (winter)klussen in de Heebrig is het kleinschalig plaggen van de zinkweide. Daarbij worden enkele oude (en zware!) pollen van het zinkschapengras losgewrikt, en zo mogelijk helemaal weggehaald. Daardoor komt er weer kale grond beschikbaar waarop zinkviooltjes, blaassilene en grasklokjes kunnen kiemen. Dat loshalen van die stevige pollen moet heel voorzichtig gebeuren. Het blijkt namelijk dat hierin af en toe overwinterende hazelwormen zijn weggekropen, soms met meerdere in één pol. Zomers heb ik deze pootloze hagedissen nog nooit in de Heebrig gezien. Ze leven dan ook bijzonder onopvallend, rustig glijdend door de ondergroei in bos en grasland. Ze leven er van allerlei kleine dieren, die niet al te snel zijn, zoals regenwormen en naaktslakken. Het weghalen van de graspollen moet juist vanwege die overwinterende hazelwormen niet met al te koud weer plaatsvinden. Dan kost het de ontwakende diertjes te veel energie om weer weg te kruipen, nadat we ze naar een nabijgelegen graspol gebracht hebben. Natuurlijk laten we hun slaapplaats ook vaak verder met rust.

Stegel 01_2017_004Herkent u bijgaande paddenstoel al? Het is het tweede eetbare onderdeel van deze rubriek dit keer. Het is een oesterzwam, overigens buiten de Heebrig op de plaat gezet, maar mogelijk best voorkomend. Oesterzwammen zijn algemeen in Nederland. Ze kunnen leven op allerlei loofbomen, zoals beuk, wilg en berk. Als u deze vruchtlichamen plots in de winter uit een ogenschijnlijke gezonde boom ziet komen, dan is dat een slecht teken. Oesterzwammen zijn zogenaamde necrotrofe parasieten, die hun gastheer doden, en dan verder leven op de dode stam tot deze geheel is verteerd. Niet alle paddenstoelen zijn in staat om bomen te doden. Het grootste deel komt pas in beeld als bomen al dood zijn, of groeien op een geheel andere plek, zoals op de bosbodem of in grasland. Oesterzwammen komen pas laats in de herfst tevoorschijn. Vele paddenstoelen verdwijnen bij vorst, terwijl oesterzwammen juist enige nachtvorst nodig te hebben om hun vruchten tot ontwikkeling te laten komen. Deze winter was dus prima geschikt voor deze mooie paddenstoel.