IVN Nuenen
Vogels
zondag15mrt2020

Gefladder: Pimpelmees

Roy van der Velden, coördinator van de Vogelwerkgroep, schrijft regelmatig een column over vogels.

Tegen het raam in mijn eetkamer zit aan de buitenkant een voederplateautje. Iedere dag strooi ik daar wat zonnebloempitten op. De meesjes zijn er gek op. In het begin moesten ze even wennen om zo dicht bij het huis te komen. Maar al gauw was een pimpelmees zo brutaal om op het plateautje te landen en steels een zonnebloempit mee te pikken om op een veilig plekje te kunnen open hakken en opeten. Goed voorbeeld doet goed volgen en al snel wemelde het van de koolmezen en pimpelmezen die om de beurt een pitje komen pikken. Het is heel gezellig. Als ik aan tafel zit te werken of te lunchen, lijkt het alsof de meesjes bij mij op bezoek zijn. 

Het was voor mij geen verrassing dat het juist een pimpelmees was die het als eerste aandurfde om voer te komen halen. Kleine brutale dondersteentjes zijn het. Pimpelmeesjes mogen dan klein zijn, ze voelen zich de koning op de voederplaats en zijn onverschrokken. Let maar eens op als je een vetbol, pindakaaspot of voedersilo in je tuin hebt. Als er een koolmees op de silo zit en een pimpelmees komt aanvliegen die zijn zinnen op hetzelfde voederplekje heeft gezet, zal de koolmees aan de kant gaan, nee, aan de kant móeten.

Op het voederplankje zie je hetzelfde gebeuren. Zit er een koolmees te hakken in een zonnebloempit en er komt een pimpelmees aan, dan laat de koolmees zijn zaadje vallen en vlucht snel naar een veilige plek. De pimpelmees landt regelmatig bijna letterlijk op de rug van de veel grotere koolmees. 

Pimpelmezen zijn kleine prachtige vogeltjes. Met hun felblauwe matrozenpetje, witte wangetjes en kleine zwarte buikstreepje op een verder schitterend geel buikje vallen ze in de tuin goed op en zijn ze makkelijk te herkennen. Ze bungelen graag in de takken van een boom, vaak aan de smalste twijgjes, op zoek naar beestjes die zij kunnen eten. Dotjes zijn het. Nou ja, zo lang er dus geen strijd is om een voederplek.

Over dat petje is nog wel iets leuks te vertellen. Het is bekend dat pimpelmezen UV-licht kunnen zien. Wat wij zien als een mooi lichtblauw petje, ziet een vrouwtjespimpelmees als een fel schitterende super aantrekkelijke hoofdtooi. Hoe feller het petje, des te interessanter zij het mannetje vindt en des te sneller haar hartje voor dat mannetje gaat kloppen. Het mannetje met het felste petje is volgens haar het sterkste van allemaal. Het vrouwtje wil dan ook meteen haar nestje beginnen met hem, het meest sexy mannetje. 

Hun nestjes maken pimpelmezen in boomholtes en nestkastjes. Ze zijn daarbij heel kieskeurig. Het gat moet precies de goede grootte hebben (28 mm), anders halen ze hun neusje op en gaan op zoek naar een andere nestplaats. Pimpelmezen overnachten ook in de boomholtes en kastjes. Ze zoeken ’s avonds een mooie schuilplaats om zich te verstoppen en om zo gevaren van nachtjagers uit de weg te gaan.

Ik heb meegemaakt dat een pimpelmees bij mij in huis zijn nachtelijke schuilplek had gevonden. Op zolder stond altijd het raam op een kier en iedere avond vloog een pimpeltje door de opening naar binnen om in de lampenkap te overnachten. Dat ging goed zo lang niemand op zolder was, maar toen mijn dochter er wilde slapen, schrok zij zich een hoedje toen ze de lamp aandeed en er een vogeltje uit de lamp vloog. Als stoere papa heb ik toen toch maar even het dondersteentje gevangen en buiten gezet...