Een kijkje achter de schermen bij kinderexcursie: "De Wondere Wereld van Bomen"

IVN Amsterdam wil zoveel mogelijk kinderen van 6-12 jaar de natuur in Amsterdam van dichtbij laten beleven én organiseert daarom een paar keer per jaar natuurgerichte kinderactiviteiten! Natuurgids Janneke ging op natuurexcursie met een groep kleuters in het Amstelpark. Vol verwondering maakten zij kennis met de Wondere Wereld van Bomen. Wandel met ze mee in deze blog! 

Hoe komt die boom daar toch?

“Ik kan in 1 hap een appelboom opeten”, zei Kleine Reus op een feest! Om dat te laten zien, snijdt hij een appel dwars doormidden, haalt één pitje uit het klokhuis en slikt dat door, een ander pitje plant hij in de grond. Iedereen lacht. Tot het volgende feest, want waar Kleine Reus het pitje had geplant, staat nu een jonge appelboom!

EikelSamen met Janneke verwonderen jonge kinderen zich over het verhaal van Kleine Reus en hoe bomen tot bloei komen. Ze haalt een eikel uit haar tas én de kinderen fantaseren, hoe uit zoiets kleins een eikenboom kan groeien!
“En hoe komt de eikenboom of beuk in het bos terecht?”
“Rollen en vliegen, juf!”
“Vogels, juf!”
“Oh ja?”
”Ja, juf!” “Vogels eten besjes en die poepen tijdens het vliegen alles weer uit!”
De allerkleinsten schieten in de lach! “En eekhoorns, kinderen, wat doen die?”
“Die verzamelen nootjes, juf!”
“Dat klopt én heel soms vergeten eekhoorns een eikel of een nootje én zo komen de zaadjes van bomen op allerlei plekken in het bos terecht!”

Elke boom heeft een ander jasje: schors

“Als jij een eekhoorn zou zijn, zou jij nog weten waar je jouw nootjes hebt verstopt?”
”Ja, juf!!!!”
“Tijd om dat te testen, 3,2,1”
En opeens rennen de kinderen kriskras door elkaar om hun nootjes te verstoppen onder de bomen; hier en daar bestudeert een kind nog eens goed zijn/haar verstopplek.
“Maar hoe vinden jullie eigenlijk je nootjes terug?”, vraagt Janneke de kinderen.
“Ziet elke boom er niet hetzelfde uit?”
“Kijk, juf!”
“Die boom is geel!”
“En die is klein!”
“En die boom is heel dik!”
“En die heeft vruchtjes.”
“Maar hoe herken je een boom dan als er geen bladeren en vruchtjes zijn?”
Vol spanning kijken de kinderen de natuurgids aan wat zij gaat vertellen! Janneke kijkt naar hun gezichtjes en besluit samen met de kinderen op zoek te gaan naar het mogelijke antwoord én vraagt: “Dragen jullie allemaal dezelfde jas?”
“Nee, juf!”
“Hij draagt een gele jas én zij een roze!”
“Heel goed”, zegt Janneke, “en dat is bij bomen precies hetzelfde!”
“Elke boom heeft een ander jasje: schors!”
“Als jullie goed kijken naar deze grote dikke boom én die kleine lange boom daar, wat zien jullie dan?”
“Die jas is groen én die is bruin!”
“Goed zo, aldus Janneke, “de schors is bij iedere boom anders!”
“Laten we een boom van dichterbij gaan kijken”.
Samen rennen zij naar de dikste boom op het grasveld én daar mogen de kinderen voelen en ruiken.
“Deze schors heeft bultjes, juf!”
“Bah, deze boom ruikt vies!”
Janneke pakt papier en vetkrijt én maak een afdruk van de stam op het papier.
“En nu jullie!”
De kinderen kiezen een boom én maken met vetkrijt een afdruk van de schors op papier. Daarna verzamelt Janneke alle afdrukken én bekijken de kinderen de verschillen! Ook gaan zij op zoek naar de boom die bij elke afdruk hoort! En zo neemt Janneke de kinderen steeds verder het Amstelpark in!

Schorsafdruk“Juf, juf, juffffffffff”, kijk eens wat ik heb gevonden!”
Janneke glimlacht als Hanna van 5 opeens een herfstblad in haar gezicht duwt! Op weg naar de Esdoorn, pakken de kinderen alles op wat zij interessant vinden.
“Juf, dit is een baby blaadje”.
“Kijk eens”, juf, “deze is kapot, dat hebben de vogels gedaan!”
Janneke komt oren en ogen tekort! 

Eenmaal bij de Esdoorn aangekomen, herinnert Janneke de kinderen eraan dat elke boom zijn eigen vrucht heeft. Samen gaan zij op zoek naar de vruchten van de Esdoorn, van die grappige propellertjes die naar beneden komen als een helikopter. De kinderen gooien een handvol van die helikopters de lucht in en kijken hoe deze zaadjes weer neerdwarrelen! Wat een spektakel!

Naaldbomen en hun vruchten: kegels

Ietsje verderop ligt een dennenappel en Janneke vraagt de kinderen of zij weten wat het is!
“Een dennenappel, juf!”
“Weten jullie waar je dennenappels vindt?”
“Nee”, roepen zij in koor!
Janneke ziet een naaldboom staan én vraagt de kinderen: “Heeft die boom blaadjes?” “Nee, juf!”
“Naaldjes.”
Janneke vertelt dat het een naaldboom is en dat elke naaldboom een eigen soort vruchtjes heeft die je ook wel kegels noemt. En kegels hebben zaadjes die door schubben beschermd worden.

“Mam, ik wil naar huis!” Janneke kijkt om zich heen én ziet vermoeide maar blije kindergezichtjes en besluit de “Wondere Wereld van Bomen” af te sluiten met een wedstrijdje wie de meeste kegels kan verzamelen.
"Zijn jullie klaar?”
”Jaaaaaaaa, juf!”
“3,2,1, zoeken maar!
Ze glimlacht als de kinderen door elkaar rennen én over de grond kruipen op zoek naar kegels! Er zijn zelfs uitpuilende jaszakken! De kinderen verzamelen hun buit op het grasveld achter het Pinetum en bekijken hun kegels: Den, Douglas, Larix, Weymouthden en een paar verdwaalde eikels! Het lijkt wel een wintervoorraad van een eekhoorn!

KegelsJanneke herinnert de kinderen aan de verstopte nootjes onder de bomen en vraag of zij hun voorraadje nog kunnen terugvinden! Een enkel kind knikt ja. Al sjokkend aan de hand van hun mama’s met aanmoedigingen: “We zijn er bijna", lopen de kinderen langs hun verstopte nootjes. Onwetend dat de nootjes die zij achterlaten misschien wel uitgroeien tot een nieuwe boom.