Pijpestrootje moederkoorn

Als graan dat besmet was met dit uiterst giftige moederkoorn  werd verwerkt tot brood, kon dit zeer ernstige gevolgen hebben voor de bevolking. De dorpen waren meestal afhankelijk van één molen en het kon dus vele slachtoffers geven in een kleine kring. Berucht waren miskramen en  het St Antoniusvuur.  St Antoniusvuur of kriebelziekte, wat werd veroorzaakt door het eten van het met moederkoorn besmet graan, met name rogge, veroorzaakte krampen en samentrekkingen van de bloedbaan. Vingers en tenen konden hierdoor geleidelijk afsterven (gangreen), waardoor de patiënt uiteindelijk sterk verminkt raakte. Ook veroorzaakten de gifstoffen hallucinaties en uiteindelijk krankzinnigheid.

Vooral in de middeleeuwen kwamen vaak vergiftigingen voor met besmet meel. In 1676 werd een verband gevonden tussen de schimmel en de kwalijke effecten. Slachtoffers van deze vergiftiging geloofden soms dat ze konden vliegen of dat ze waren veranderd in een wild dier. Hierdoor dachten mensen dat het heksen of weerwolven waren met alle gevolgen van dien. Gelukkig wordt er tegenwoordig streng gecontroleerd en komen deze vergiftigingen zelden voor.