Bermonderzoek in Cuijk

Een berm bloeit

Vraag één van onze leden eens naar zijn/haar oordeel over het gemeentelijk bermbeheer. Grote kans dat dat een grote onvoldoende krijgt. De gemeente maait te vroeg, te laat, te vaak en laat de rotzooi liggen. Dus, ecologisch maakt de gemeente er een rommeltje van.
Als we bij ons zelf te rade gaan en de vraag stellen of wij wel weten hoe je een berm ecologisch moet onderhouden, komen we meestal niet verder dan deeloplossingen, maar een echt integraal concept, dat duurzaam en ook nog betaalbaar is, staat niet direct op ons netvlies.
Dit was voor mij de trigger om eens met de gemeente te gaan praten en dat in de wetenschap dat ik het eindresultaat niet meer zal zien; ben te oud.

Ad de Kort is verantwoordelijk voor o.a. het beheer van de Cuijkse bermen en ook nog lid van IVN De Maasvallei. Dat praat een stuk gemakkelijker.
De gemeente is voor wat betreft het bermbeheer langzaam aan het omdenken van economie naar ecologie. Stimulering van de biodiversiteit wordt belangrijker, en hierbij speelt misschien ook wel de problematiek met de eikenprocessierups op de achtergrond mee.
Als je ergens naar toe wilt is het handig te weten waar je bent; een routeplanner kan niet zonder. Dus, als je bermen wilt beheren is de uitgangssituatie belangrijk en daarvoor moet je inventariseren.

Even voor de statistieken. Ons ploegje bestond onder de volgende personen: Anita Verstappen, Rob Remmerde, Jan van Haare, Louis Geraets, Will van Iersel, Arie van Hees, Sjoerd de Boer en ondergetekende.

Inventarisatie

Wij zijn dit jaar begonnen de vegetatie van een drietal wegbermen in kaart te brengen; de Millseweg, Hapsebaan/kalkhofseweg en de Heerstraat. Dit hebben we drie keer gedaan; het voorjaar, de zomer en de herfst. De Millseweg is na de eerste inventarisatie afgevallen vanwege de eikenprocessierups; in de berm staan immers eiken.

Wandelend of op je gemak fietsend krijg je gauw de indruk dat het aantal soorten dat je ziet wel meevalt én je kent de naam van de meeste wel. Kamille, fluitenkruid, boerenwormkruid, weegbree en nog meer. Maar welke kamille bedoel je dan? De reukeloze of de echte kamille, of een andere leuke; raapzaad of koolzaad. Biggenkruid is nog wel te doen, maar Kleine leeuwentand, Vertakte leeuwentand ook nog, maar niet altijd zonder hulpmiddelen. En wat te denken van Heggenwikke en Vergeten wikke. Ringelwikke en Voederwikke laten zich wat makkelijker kennen. Welke ereprijs staat er? Is het een muur of een hoornbloem. Ja, thuis in een boekje kijkend is het allemaal simpel. Oh ja, iemand uit onze ploeg riep vertwijfeld waarom we überhaupt kleine en hopklaver hebben? Je ziet amper het verschil.
Geweldig hoeveel je ziet als je goed kijkt. Ruw geschat hebben we zo rond de zeventig tot tachtig soorten gezien; grassen hebben we niet geteld en alleen bloeiende planten.

Hebben we bijzondere soorten planten gezien?

Op de meeste plekken niet, behalve een klein stukje langs de Hapsebaan tussen de spoorwegovergang en de rotonde westelijk daarvan. Het zijn geen planten die op eigen kracht de weg hebben gevonden naar dit plekje. De gemeente heeft een handje geholpen. Maar goed, ze staan er wel, én ze zijn aan de wandel gegaan naar plekjes waar de gemeente niet heeft gezaaid.

Resultaten

In januari gaan we de resultaten bespreken en vervolgens aan de gemeente voorleggen. Strategie volgt, het wordt een lange weg naar echt zichtbaar resultaat en wonderen bestaan (helaas) niet. Op basis van de resultaten kun je je doel formuleren en uiteindelijk bereiken door middel van een gevarieerd bermbeheer, de overstap van klepelen naar maaien, niet alles in één keer maaien, maar rekening houden met kleine zoogdieren, insecten enz.


Willem Elling