natuurgebieden

 

Landgoed Tongelaar

                                             Landgoed Tongelaar

Tongelaar is een eeuwenoud landgoed op rivierklei. Het is in het verleden door de Maas opgebouwd. Het overgrote deel bestaat uit cultuurland, gemoduleerd door strepen bos, lanen en houtwallen. Op de plaats van het kasteel lag al in de 9de eeuw, op een natuurlijke verhoging, een vluchtburcht of ‘motte’. De flora op Tongelaar bevat aan bosranden en in bermen kruisbladwalstro en in het bos gevlekte aronskelk en slanke sleutelbloem. Over de graslanden wordt stalmest uitgereden, wat veel regenwormen oplevert, het voedsel van de das.

                                          Kraaijenbergse plassen (Plas 5)

De Kraaijenbergse plassen maken deel uit van de Beerse Overlaat. Tot 1942 stroomde bij hoog water het teveel aan water in de Maas direct binnendijks richting Den Bosch. In die tijd bestond het gebied uit grasland en oude rivierduinen. Vanaf 1968 vinden hier afgravingen plaats en worden hier zand, grind en klei gewonnen. Zo zijn er 9 plassen ontstaan die in open verbinding staan met de Maas. Plas 5 is echter afgesloten door een dam en mag zich ontwikkelen als natuurgebied.

Ten noorden van plas 5 is een verveend wilgenmoeras, het zogenaamde Ganzenorgel. Tussen plas 4 en 5 ingeklemd ligt het Geesterbos, een vrij oud eikenhakhoutbos op een zandrug. Ten zuiden van plas 5 ligt voornamelijk grasland met een enkele meidoornwal als onderdeel van de bekende Maasheggen. In het gebied zijn ook op diverse plekken poelen aangelegd. Rond plas 5 liggen geen aangelegde paden. Hier zal de bezoeker natuurlijk gevormde struinpaden moeten volgen en kan oog in oog komen te staan met de runderen en paarden die dit gebied begrazen. Aan de zuidzijde van de plas ligt een vogelkijkhut waar men een mooi uitzicht over de plas heeft. Vele vogelsoorten zijn hier waar te nemen en op te zoeken op de grote zoekkaarten ter plaatse.

Begrazing zorgt voor een beheervriendelijk en natuurlijk onderhoud. Exmoor- en Koninkpaarden, maar ook Galloway-runderen en Schotse Hooglanders zorgen voor meer variatie in het terrein. Bij een goede verhouding in begrazing zorgen de dieren voor open plekken, verspreiding van zaden via hun vacht en voeding. Bemesting zorgt voor plaatselijke variatie in voedselrijke en voedselarme grond. Bovendien zorgen zij ervoor dat verbossing geen kans krijgt. Paarden en runderen eten vooral gras, kruidachtigen, riet, delen van bomen en struiken. 

Buiten plas 5 wordt een gedeelte van plas 7 ook verder natuurvriendelijk ingericht.  Er is een plas-drasgebied gecreëerd met geleidelijk aflopende oevers en eilandjes voor watervogels. In een moerasachtig gebied zullen naast moerasvogels ook veel soorten watervogels en amfibieën zich  thuis gaan voelen. Op de met grind afgewerkte eilandjes zullen allerhande pioniersvegetatie en een grote verscheidenheid aan insecten worden aangetrokken. De eilandjes dienen ook als broedgebied voor vogels zoals stern en visdief. Kortom, alle ingrediënten zijn aanwezig om een rijk watervogelhabitat te worden met een grote biodiversiteit. zijn aan de oevers van de Kraaijenbergse plassen half maart 2010 een oeverzwaluwenwand en een vleermuizenkelder geplaatst. Naast de oevers is er ook aandacht voor bloemrijkgrasland en de voor dit gebied zo kenmerkende meidoornhagen als natuurlijke afscheiding. Buiten plas 5 wordt een gedeelte van plas 7 ook verder natuurvriendelijk ingericht.  Er is een plas-drasgebied gecreëerd met geleidelijk aflopende oevers en eilandjes voor watervogels. In een moerasachtig gebied zullen naast moerasvogels ook veel soorten watervogels en amfibieën zich  thuis gaan voelen. Op de met grind afgewerkte eilandjes zullen allerhande pioniersvegetatie en een grote verscheidenheid aan insecten worden aangetrokken. De eilandjes dienen ook als broedgebied voor vogels zoals stern en visdief. Kortom, alle ingrediënten zijn aanwezig om een rijk watervogelhabitat te worden met een grote biodiversiteit. zijn aan de oevers van de Kraaijenbergse plassen half maart een oeverzwaluwenwand en een vleermuizenkelder geplaatst. Naast de oevers is er ook aandacht voor bloemrijkgrasland en de voor dit gebied zo kenmerkende meidoornhagen als natuurlijke afscheiding. 

Maasdal

De historische Maasheggen van de Oeffelter Meent langs de Maas in Noordoost-Brabant zijn een lust voor oog en oor. Zeker in de lente als de heggen uitbundig bloeien. In de heggen leven vele zangvogels en er huist in dit gebied een zeldzame gast: de das.

Het landschap van de Oeffelter Meent is door de tijd heen nauwelijks veranderd. De grond is eeuwenlang, sinds 1400, eigendom geweest van de Kruisheren van het klooster St. Agatha. Boeren uit de omtrek pachtten de grond en hielden de heggen in stand als veekering. De heggen, kavels en zandwegen zijn nog bijna middeleeuws. Ook elders in de uiterwaarden hebben zulke heggen gestaan, maar deze zijn bijna allemaal gerooid: honderden, zo niet duizenden kilometers in een eeuw tijd.

De Oeffelter Meent is een belevenis op zich. Zomaar tussen de bloemen en het vee lopen, binnen de behaaglijke wereld van de heggen. Het is een gebied vol historie, kleinschalig en met een rijke flora en fauna. Als geen ander dier voelen dassen zich hier thuis. Ze gaan speciaal naar de uiterwaarden voor regenwormen. 's Nachts komen ze uit hun burchten, die meestal wat hoger en droger liggen. Vandaar uit lopen ze langs heggen en bosranden de uiterwaarden in.

In de dichte heggen staan van oudsher struiken met stekels: meidoorn, sleedoorn en hondsroos, die de heggen ondoordringbaar maken voor vee. Daartussen zie je soms aalbes, kruisbes, vlier, Spaanse aak, rode kornoelje en kardinaalsmuts. Klimplanten als bosrank en hop hangen als sluiers over breed uitgegroeide heggen. En hier en daar als markering een knoestige es of eik. Vroeger gebruikten mensen het hout van de knotbomen ook om er gereedschap van te maken.

Voor vogels is dit landschap het paradijs: ze vinden hier letterlijk overal voedsel, nestgelegenheid en beschutting in overvloed. Zangvogels die zich hier veel laten horen zijn grasmus, heggenmus, kneu, staartmees en bosrietzanger. Steenuil, buizerd en torenvalk broeden er. Bij de poelen en drassige plekken zijn eenden, ganzen en steltlopers te zien en wie goed kijkt, kan langs stromend water de ijsvogel zien.

Ossenbroek

Het Ossenbroek is een landgoed van ongeveer 120 ha gelegen aan de weg tussen Beers en Haps (zie GoogleMaps kaartje onder) en bestaat uit vruchtbare landerijen, bossen, houtwallen en enkele boerderijen.De kern van dit gebied wordt gevormd door de oude boerderij annex jachthuis en de nabijgelegen boswachterswoning. Eertijds behoorde het Ossenbroek aan de Heren van Cuijk. De oorsponkelijke begroeiing van het Ossenbroek en omgeving bestond uit eiken-beuken- en eiken-berkenbos. Veel bos werd gerooid t.b.v. de Beerse Overlaat, zodat het water bij overstromingen vrij weg kon stomen. De vrijgekomen gronden werd gebruikt voor de landbouw en de fruitteelt. Op het Ossenbroek bleef een groot deel van het bos behouden. De eigenaren gebruikten het huis als buitenverblijf en kwamen er vooral voor de jacht.

In de pittoreske woning naast het landhuis woont de boswachter. Door de grote afwisseling van bos, weide en akkers met tussenliggende houtwallen heeft het landschap een grote landschappelijke waarde. Het bos gaat op enkele plaatsen over in natter broekbos met de bijbehorende vegetatie zoals els, hazelaar, kamperfoelie,varens e.a. In de greppels vinden we een rijke vegetatie van zeggen, biezen en soms nog gagel.Voor veel dieren is het een uitstekende leefomgeving. Reeën en dassen verblijven er vaak. Een grote verscheidenheid aan vogels komt hier om te broeden.

Natuurpad Zevenhutten

In 2002 is door de gemeente Cuijk, het Brabants Landschap en IVN de Groene Overlaat het natuurpad Zevenhutten (zie GoogleMaps kaartje onder) officieel geopend. Hoewel het natuurgebied niet zo groot is, valt hier heel wat te genieten. Naast het bos bestaat het terrein uit graslanden, akkers en houtwallen. Zevenhutten is met name bijzonder vanwege de dassen die hier wonen. Het vormt een soort knooppunt tussen de twee grote dassengebieden van Oost-Brabant: die van Tongelaar en die van Vierlingsbeek.

Bijzonder zijn ook de hoogteverschillen in Zevenhutten tot wel 2 ½ m. Deze zijn ontstaan door het verwilderde riviergeulensysteem in de ondergrond. Dit is te zien aan de vegetatie: er zijn restanten zichtbaar van een voormalig heideveld: hier en daar staan struikheide, brem en ruwe berk.

Tot ongeveer 50 jaar geleden werden er door boeren overal poelen aangelegd zodat het vee een drinkplaats had. In en nabij de poelen ontwikkelden zich allerlei natuurwaarden waarin salamanders, kikkers, libellen en vlinders zich thuis voelden. Toen de meeste poelen –als gevolg van de komst van drinkpompen- verdwenen, zijn veel van deze diersoorten zeldzaam geworden. Daarom heeft Brabants Landschap in dit gebied een aantal nieuwe poelen aangelegd. Hiermee wordt het leefgebied van deze dieren veiliggesteld.

Veel dieren profiteren van het afwisselende gebied in Zevenhutten. Het bos biedt beschutting, de akkers en weilanden leveren voedsel. Veel dieren houden zich daarom op in bosranden en andere overgangszones, zoals houtwallen, struwelen en ruige slootkanten. In Zevenhutten zijn al 6 ha houtsingels en overhoeken aangeplant. Hier profiteren niet alleen de vossen, dassen en reeën van, maar ook allerlei insecten, kleine marterachtigen, knaagdieren, vleermuizen en struweelvogels.

Wilt u dit natuurpad eens bewandelen, haal dan de folder bij gemeentehuis of VVV. De informatie in deze folder wijst u op de vele bijzonderheden van dit gebied en biedt interessante weetjes over flora en fauna. Het natuurgebied bereikt u door in de wijk Padbroek het spoor over te steken en de Hapseweg te volgen tot aan de 1e weg links: dit is de Zevenhutten. Het begin van het natuurpad wordt aangegeven door een informatiepaneel.

Natuurliefhebbers kunnen hier echt hun hart ophalen. Een wandeling door dit gebied raden wij dan ook van harte aan: het is zeker de moeite waard!

Natuurpad De Hulsdonk

Dit pad begint bij het informatiebord aan de Millseweg in Beers, circa 100 meter na het bord "einde bebouwde kom Beers". De Hulsdonk was voor de ruilverkaveling (afgerond in 1996 ) een grootschalig agrarisch landschap, bestaande uit akkers, weilanden en rechte afwateringssloten. Het gebied is heringericht en rond de bestaande Tochtsloot zijn een aantal poelen aangelegd. Deze poelen vormen een leefgebied voor amfibieën, waterplanten, waterdieren en insecten die in een waterrijke omgeving thuis horen. Naast het aanleggen van poelen is de oever van de Tochtsloot afgegraven, zijn er struiken aangeplant en is er een wandelpad aangelegd. De genummerde paaltjes langs het pad corresponderen met de nummers van de voor dit gebied gemaakte folder. Door de combinatie van bomen en struiken met veel zaden en bessen en water zijn er veel vogels en insecten waar te nemen. Ook kan men er sporen zien van dassen en reeën.