IVN Apeldoorn
Natuur in de Buurt
donderdag19nov2020

Het Kanaalpark: Van Vuilstort naar Ecologische Oase

Plantenexperts van de KNNV vinden een veelheid aan soorten in het Kanaalpark in de Maten.

Dit najaar onderzocht de plantenwerkgroep van KNNV afdeling Apeldoorn, experts in het op naam brengen van planten, de soortenrijkdom in het Kanaalpark.  De voormalige, licht glooiende vuilstort herbergt 427.820 ton deels chemisch afval afgedekt met een laag aarde. Daarop groeien en bloeien bomen, struiken en een veelheid aan planten. Tezamen vormen die een veelzijdige biotoop voor veel dieren en een aangename omgeving om in te vertoeven.

Direct bij de start van de inventarisatie is het meteen raak: ‘Grote egelskop, Hazenpootje, Groot heksenkruid, Kantig hertshooi, Zeepkruid, Zilverschoon, Klein vogelpootje, Koninginnekruid, Stinkende gouwe’. ‘Ho, wacht even’ roept Miep, die zorgvuldig alle gegevens op haar smartphone invoert. ‘Ik kan jullie niet bijbenen.’
Grasvelden op het zuiden herbergen zonminnende planten. De meerjarige Zwarte toorts springt in het oog met zijn gele bloemkronen en violette meeldraden. De weinig eisende Tuinjudaspenning dankt zijn naam aan de zaaddoosjes die op penningen, zilverlingen lijken. De Wilde cichorei of wegenwachter staat te pronken naast Middelste teunisbloemen, die hun knoppen tegen het vallen van de avond openen, waardoor ze met hun geur nachtvinders aantrekken. De Franse impressionistische schilder Monet zou zijn hart ophalen aan dit kleurrijke spektakel.

In de schaduw van giftige Taxussen of Venijnbomen, Ruwe berken, Zwarte elzen, Amerikaanse, winter- en zomereiken voelen Trosglidkruid en Paardenbloemen zich thuis. Hondsdraf bevat voor mieren een aantrekkelijke, olieachtige stof waardoor verspreiding is gewaarborgd. Robertskruid is een allemansvriend en gedijt in zon en schaduw. Voor fraaie dagvlinders is de beruchte Grote brandnetel als voedselplant essentieel.

Bij het romantische houten boogbruggetje doorbreken vogelgeluiden de oorverdovende stilte van de zaterdagochtend. Pimpel- en koolmezen vliegen af en aan om te snoepen van de Wilde kardinaalsmutsvruchten, het Amerikaanse krentenboompje, de rijpe donkerpaarse Sporkehout- en rode Lijsterbessen. Huismussen doorkruisen de vlucht van deze mezen en pikken driftig in de bloemzaden en –knoppen van de Grote en Kleine kaardenbol en Gewone klit. Gaaien schreeuwen moord en brand. Zij hamsteren en verstoppen eikels en beukennootjes. Plots schiet een kobaltblauwe, iriserende flits voorbij. Een ijsvogel, die dagelijks zijn eigen gewicht aan vis vangt en eet, verraadt zijn aanwezigheid. De zevenstippelige lieveheersbeestjes, zwartpootsoldaatjes, groene schildwantsen en galappels worden gesignaleerd, maar niet genoteerd. 

Naarmate de ochtend vordert, komt deze groene long in de Maten tot leven. Het park is bij uitstek een plek waar buurtbewoners elkaar ontmoeten en op een bankje genieten van de typisch Engelse doorkijkjes. Honden worden door hun bazen uitgelaten of is het juist andersom? Grootouders scharrelen met kleinkinderen die Madeliefjes plukken. Snelle joggers passeren de traag voortbewegende groep die niet alleen inventariseert, maar ook de moeite neemt om een Look-zonder-look bloem van dichtbij te bewonderen.

‘Canadese fijnstraal, Geel nagelkruid, Duizendblad, Bonte gele dovenetel, Klein springzaad, Gewone rolklaver, Sint-janskruid’:aan soorten geen gebrek. Na een paar uur scharrelen staat de teller van Mieps smartphone op  131 soorten.  Veel bloemen trekken veel vlinders, bijen en andere insecten aan. Veel zaden lokken veel kwetterende vogels. De natuur regeert, dicteert en levert gratis een rijkdom aan ervaringen. Laten we dat zo houden.
Daarom ontwikkelt IVN Apeldoorn samen met buurtbewoners een plan om het park nog mooier en biodiverser te maken.