Teunisbloem: lelie-van-één-nacht

Teunisbloem (c) Marisa Stoffers11 augustus 2016
Kort geleden zijn we verhuisd naar een fonkelnieuwe woning aan de rand van de stad. De buurt is nog niet af: opzij, achter ons, er wordt druk gebouwd. Aan de rand van de nieuwbouwwijk vind je braakliggende terreinen die als volgende aan de beurt zijn. Kale zandvlaktes wachtende op heipalen en beton. Alhoewel, echt kaal zijn ze niet. Sommige planten willen zo’n onbewoond stuk grond juist graag veroveren. Pioniers noem je ze. Ze zijn niet veeleisend want ze moeten het met weinig voeding en droogte doen. Toch groeien ze snel en maken veel zaad, de overlevingsdrang is sterk. Alles in de strijd om het lege terrein te koloniseren. Zo verandert een kaalte in een kleine woestenij.

Teunisbloem (c) Marisa StoffersHet veldje bij de ingang van onze wijk is al de hele zomer in gele weelde gehuld. De teunisbloem. Een toorts rijkelijk bekleed met blad kruislings langs de lange steel en drie of vier gele bloemen bovenin. Elke dag verse. ’s Avonds vouwen de grote geurende bloemen zich open. Dat gaat zo snel dat het een time-lapse-filmpje lijkt. Een prachtig schouwspel, dat beslist de moeite waard is om eens bij stil te blijven staan. Het kunstig opgevouwen pakketje verandert in mum van tijd in een gele kroon die licht lijkt te geven in de schemer of in het schijnsel van een lantaarn. De bloemen staan de hele nacht te stralen. Nachtvlinders zoals de gamma-uil doen zich dankbaar te goed aan de nectar.

Teunisbloem (c) Marisa StoffersDe volgende ochtend is het uit met de pret: bloemen verwelken en de toorts ziet er uitgebloeid uit. De hele dag lijkt het een dode boel. Maar niet getreurd, aan het eind van de dag herhaalt het schouwspel zich: aan elke stengel ontvouwen zich drie, vier nieuwe geurende bloemen. De teunisbloem wordt ook wel 24-uursbloem genoemd. Of nachtkaars. Lelie-van-één-nacht. Engelsen zeggen evening primrose. Allemaal veel mooiere en beter passende namen dan teunisbloem, naar de heilige Antonius. Rond zijn naamdag op 13 juni, bloeit de eerste teunisbloem, vandaar. Die bloei gaat door tot september en soms zelfs oktober. Aan het eind van het seizoen heeft één enkele plant vele honderden bloemen geproduceerd!

Teunisbloem (c) Marisa StoffersIn de winter rest alleen de toorts met duizenden zaden waar vinken zoals sijsjes en putters smakelijk van eten. Maar er is meer in de winter: de teunisbloem is een tweejarige plant, die pas het tweede jaar bloeit. Uit een zaadje groeit een grote platte rozet. De plant stopt de energie die hij het eerste jaar vergaart niet in bloem en blad, maar in een grote dikke wortel die de winter doorstaat, ook als het vriest. Die voeding die de plant onder de grond bewaart, is voor een mens goed te eten: vind je ’s winters een rozet, graaf dan de wortel uit. Gekookt of geraspt door de sla smaakt hij heerlijk, een beetje scherp, als radijs. Ook al het andere aan deze plant kun je eten. Het zaad is gezond en de bloem met zoete pepersmaak staat prachtig op de sla!

Marisa Stoffers

Hier kun je zien hoe een teunisbloem zich in nog geen twee minuten ontvouwt:

Filmpje
Ontluikende teunisbloem, Frits van Laar

Foto’s
Teunisbloemen in het zand, close-up, langs de A10 en een winterrozet:
© Marisa Stoffers

Naar Overzicht blogs van Marisa Stoffers