Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Kemphanen: macho’s, wannabe’s en metromannen

schijngevecht van (zwarte) kemphanen (c) J. Schwiebbe28 april 2017
Ik vond kemphanen altijd lastig te herkennen. Maar laatst zag ik er een stuk of dertig in broedkleed. Dat was andere koek: ik herkende ieder individu! Kemphanen danken hun naam aan de schijngevechten die ze in het voorjaar houden. Op een kemp of arena strijden de hanen om de hennen voor zich te winnen. In heuse showkostuums verschijnen ze ten tonele: een verenpak met een grote kraag, lange schouderveren en een imposante kuif. Vele kleuren komen voor: oranje, zwart, wit, gestreept of bont gevlekt. Elk mannetje ziet er anders uit. Dat is ongebruikelijk: de meeste vogels proberen zich in de paartijd te onderscheiden door een persoonlijk lied ten gehore te brengen, niet door hun veren.

kemphanen (c) Eric Menkveld Qua gedrag zijn er ook grote verschillen. De meest opzichtige mannen (zwarte, oranje en gevlekte) bezitten een vierkante meter van de gevechtsarena en verdedigen die fel. Hennen paren het liefst met zo’n honkman. Iets minder opvallend zijn de mannetjes met witte of gespikkelde kragen, satellietmannen. Aan de rand van de arena paren zij stiekem, als ze de kans krijgen. Ze worden door de honkmannen gedoogd. En dan is er nog een derde soort. Deze zien eruit als de sober geklede vrouwtjes, alleen iets groter. Dat is kleiner dan een honk- of satellietman, want die zijn wel twee keer zo groot als een vrouwtje. Deze derde soort, ook wel faar genoemd paart met vrouwtjes, maar óók met mannetjes.

vrouwelijke kemphaan, lijkt op faar, maar die is iets groter (c) Richard BaasHet bijzondere is dat de uiterlijke verschillen een genetische basis hebben. Met een bloedproef is vast te stellen of het om een honkman, satelliet of faar gaat. De drie soorten ogen dus niet alleen anders qua uiterlijk en gedrag, ze zijn ook wezenlijk anders. Vermoed wordt dat de faar de oervorm is. De opzichtige mannetjes komen uit deze faren voort én hebben ze ingehaald. Immers: de populatie mannetjes bestaat voor 85% uit honkmannen, 15% uit satellieten en slechts minder dan 1% uit faren. De kans om een faar te zien is dus klein. Maar de honkmannen en satellieten zijn wel te bewonderen in natte weilanden.

witte kemphaan (c) J. SchwiebbeHelaas broedt de kemphaan bijna niet meer in Nederland. Wel verblijven ze lange tijd in ons land tijdens de trek naar het hoge noorden. Ze pleisteren (vaak in grote getalen) in Friesland en Groningen en in kleinere groepjes in het westen van ons land, ook dicht bij Amsterdam. Goede plekken zijn het Landje van Geijsel bij Ouderkerk, polder IJdoorn bij Durgerdam, Waverhoek bij Botshol, Marken en Spaarndam. Juist de mannetjes doen ons land aan, vrouwtjes trekken oostelijker naar het noorden. Het leuke is: de mannetjes ruien in april (vaak in ons land dus) naar het prachtkleed met kraag, kuif en bonte kleuren. Zo kon ik laatst genieten van de pracht van een bont gezelschap kemphanen bij het Zuidlaardermeer. Op waarneming.nl is te vinden waar ze bij jou in de buurt te zien zijn.

Marisa Stoffers

Foto’s
Header: zwarte kemphaan, J. Schwiebbe
Alinea 1: schijngevecht van (zwarte) kemphanen, J. Schwiebbe
Alinea 2: kemphanen op Texel, Eric Menkveld
Alinea 3: vrouwelijke kemphaan, lijkt op faar, maar die is iets groter, Richard Baas
Alinea 4: witte kemphaan, J. Schwiebbe

Zie hier een hele parade aan verschillende kemphanen

Naar Overzicht blogs van Marisa Stoffers