Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Cicaden: een zingende zindering uit het zuiden

Provencaalse cicade (Lyristes plebejus)22 juni 2015
Afgelopen zaterdag ben ik naar het zuiden van Frankrijk gevlogen, voor een heerlijke drie weken bij familie midden in de natuur van de Midi-Pyrénées. Ik kwam laat in de middag aan, toen het kwik al richting de dertig graden steeg en de mediterrane lucht me als een warme deken omarmde. Een deken met de geur van droog gras en een geluid van...? Ja van wat? Wat maakt dat zomerse zuidelijke geluid? Het zijn de cigales, in het Nederlands officieel zangcicaden. Veel mensen noemen ze (onterecht) krekels, maar dat is een heel ander beest. In Nederland komen er geen zingende cicaden voor, in Zuid-Frankrijk is het daarentegen één gonzend gezang, althans als het kwik boven de 25 graden komt. Voor minder doet de cigale het niet.

Geluidsaparaat van een mannelijke zangcicade (c) AlfredSoms hoor ik ze zacht op de achtergrond, maar vaker produceren ze een oorverdovend lawaai, overal om me heen. Hoe warmer het is, hoe beter de mannetjes hun best doen de vrouwtjes te verleiden: zij gaan harder zingen. Echt zingen is het trouwens niet, trommelen is een betere omschrijving. Net achter hun borst hebben ze twee trommelorganen met daarin trilplaatjes. Het naar binnen buigen van die trilplaatjes produceert een luide klik, die versterkt wordt door de grote met lucht gevulde lichaamsholte. Bijna het hele achterlijf is een klankkast die op zijn beurt weer een dun stevig vlies, het trommelvlies laat resoneren. Net een trommel dus. De ingenieuze bouw van de cicade verklaart de luide zang van sommige soorten.

Kraakcicade (Cicada orni) (c) Marcello ConsoloHier in het zuiden van Frankrijk komen de volgende twee soorten veel voor: de kraakcicade en de grootste van Europa (tot 5 cm), de Provençaalse cicade (klik op de namen voor het specifieke geluid). Beide horen van origine niet in Nederland thuis (het is er meestal te koud), maar zijn er ooit eens per ongeluk beland. De Provençaalse cicade werd twee jaar geleden bij Nijmegen gesignaleerd: meegelift met een vouwwagen uit Frankrijk. Helaas, na een week werd hij niet meer gehoord. De kraakcicade wordt al vijf jaar achtereen bij de Hermitage aan de Amstel waargenomen. Waarschijnlijk zijn er een aantal onvolwassen exemplaren meegelift met aarde rond de wortels van iepen uit Zuid-Frankrijk. In 2008 plantte men die voor de Hermitage. De nimfen, zoals de onvolwassen mannetjes en vrouwtjes genoemd worden, kwamen pas twee jaar later uit.

Cicade die uit zijn nimfenhuid gekropen is (c) Gilles San MartinNa de paring leggen de vrouwelijke cicaden eitjes, waar (na een paar weken) nimfen uit komen die op hun ouders lijken maar nog geen vleugels hebben. Deze nimfen kruipen een aantal decimeter onder de grond. Daar blijven ze wel vijf jaar zitten; ze groeien op van plantensappen. Als ze volgroeid zijn klimmen ze na een dag of drie met tropische temperaturen de aarde uit, een boom in. Daar kruipen zij vervolgens uit hun omhulsel en laten hun nog natte vleugels drogen in de zon. Ze zijn dan zelf volwassen en kunnen vliegen, al zijn het meer een soort grote sprongen waarmee de cicaden zich verplaatsen. Van boom naar boom, alwaar de mannetjes luid zingend de dames, en ons, verleiden.

Marisa Stoffers

Illustraties
Header: Kraakcicade (Cicada orni), Frank-David Georges
Alinea 1: Provencaalse cicade (Lyristes plebejus)
Alinea 2: Geluidsaparaat van een mannelijke zangcicade met trommelorganen (tymbalen) en trommelvlies (tympanum)
Alinea 3: Kraakcicade (Cicada orni), Marcello Consolo
Alinea 4: Cicade die uit zijn nimfenhuid gekropen is en de vleugels laat drogen, Gilles San Martin

Naar Overzicht blogs van Marisa Stoffers