Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Blauwe flits: de ijsvogel

IJsvogel Oeverlanden Zuid (c) Roely Bos25 augustus 2015
In Park Frankendael in de Watergraafsmeer broedt een paartje ijsvogels. Ze zijn bezig met hun vierde nest van dit jaar. Dat is heel bijzonder. Twee nestjes is normaal, drie nestjes lukt vaak ook wel in jaren met goed weer, maar een vierde is uitzonderlijk. Van nest één, twee en drie vlogen in totaal al 12 jonge ijsvogels uit. En dat allemaal in een stadspark, boven een sloot naast een drukke weg. Elke keer als ik hardlopend of op de fiets het park passeer, ga ik even bij het nest kijken. Eerst zie ik niets. Ik blijf een tijdje wachten tot ik een scherpe hoge kreet hoor. Want een ijsvogel kondigt zijn komst altijd aan: luid roepend scheert hij met geweldige snelheid vlak boven het water: alias blauwe flits.

IJsvogel met vis op de Hoge Dijk (c) Hans NiekusAls er jongen te voeren zijn komt pa voortdurend vis brengen. Soms landt hij eerst op een tak voor het nest. Meestal heeft hij een vis van vingerlengte in zijn grote dolkvormige snavel. Vissenkop naar voren. Zo gaat het visje met de kop eerst de bek van de jongen in en blijft de vis niet met zijn schubben in het kuikenkeeltje hangen. Die jongen zitten onzichtbaar in een uitgegraven nest diep in de oeverwand van sloot of beek. Het ijsvogelpaartje graaft gezamenlijk een gang van soms wel een meter lang met aan het eind een ronde nestkamer. In Frankendael hebben ze twee nesten, die ze om en om gebruiken, een meter of 15 uit elkaar. Het ene nest is nog nauwelijks uitgevlogen of ma is al weer aan de leg in het andere.

Een paartje ijsvogels (c) Gejo WassinkIJsvogels kunnen een enorm hoge broedproductie halen; tot wel 15 koters per jaar. Daardoor kan de populatie in korte tijd spectaculair groeien en dus snel herstellen van massale sterfte. Want dat gebeurt. In strenge winters, wanneer sloten, kanalen en vijvers bevriezen, kan de ijsvogel niet meer bij zijn prooi. De koning van de vissers staat machteloos wanneer zijn viswater bedekt is met een harde laag: de ijsvogel haat ijs. Dan sterft hij de hongerdood. De winters van 2009 tot 2013 hebben een ware slachting aangebracht onder ijsvogels in Nederland. Het aantal broedpaar was gereduceerd tot 350. Maar de laatste twee winters waren zacht, waardoor we nu afstevenen op 1000 paar! Waarvan zo’n 30 in Amsterdam. In bijna elk park, ruigte of volkstuinencomplex dat niet al te dicht bij het centrum ligt, leven ijsvogels. Zèlfs in het Vondelpark.

IJsvogel (c) Gejo WassinkEn over de vete tussen ijs en ijsvogel. Waarom heet dat beestje dan zo? De meningen zijn verdeeld. Misschien komt het door de honger die ijsvogels ’s winters de bebouwde kom in drijft, op zoek naar vis in een eendenwak. Wellicht is de kans groter dat de mens zo’n ijsvogel ziet, bíj het ijs. Een andere uitleg is die van de eisenvogel, wat ijzeren vogel betekent. IJzer? Ja, de metalen gloed van zijn vleugels, kop en rug. Dat blauw is geen pigment, zoals het oranje van zijn borst, het is een optische illusie (door de interferentie van licht), net als de kleurige schittering van olie op water, een zeepbel of de sprankelende glans van een CD. Die ijzerblauwe glans bekoort ons mensen dusdanig, dat we de vogel er naar vernoemden.

Marisa Stoffers

Foto’s

Header: Gejo Wassink

Alinea 1: IJsvogel scheert over het water op Oeverlanden Zuid van de Nieuwe Meer, Roely Bos. Dit is een goede plek om ijsvogels te zien en te horen.

Alinea 2: IJsvogel met vis op de Hoge Dijk in Amsterdam Zuidoost, Hans Niekus. Op de foto staat een vrouwtje, wat je kunt zien aan de rode onderzijde van de snavel. Meestal voeren man en vrouw ijsvogel beide de jongen, maar bij het paartje in Frankendael is het vooral de man.

Alinea 3: Gejo Wassink. Een paartje: hij (met helemaal zwarte snavel) in de lucht, en zij (met rode ondersnavel) op een tak. Om een vrouwtje te verleiden brengt een ijsvogelmannetje haar vis, als ze de vis accepteert, is het raak en wordt er veelal gepaard.

Alinea 4: Gejo Wassink. Het blauw van de ijsvogel is iriserend, de exacte kleur is afhankelijk van de kijkhoek: kop en vleugels variëren van blauwgroen tot groenblauw, de rug is meestal lichter tot kobaltblauw.

Naar Overzicht blogs van Marisa Stoffers