2020 11 Koningin van de boszangers

Dit is een tribuut aan een heel klein, dapper vogeltje, dat tot de familie van de boszangers behoort. Ik stel u voor: de bladkoning. Haar wetenschappelijke naam is Phylloscopus inornatus. Phylloscopus betekent bladzoeker en inornatus, niet beroemd. Dat is dan bij dezen rechtgezet.

Ten westen van de Oeral, op de Russische taiga, broedt dit van kop tot staart 10 cm tellende vogeltje, dat waarschijnlijk niet meer dan een paar gram weegt. Een deel van de bladkoningen lijkt de laatste jaren in Noordwest Europa te overwinteren. Van – pak ‘m beet – Sosnogorsk, een voormalige Goelag, tot aan Amstelveen is toch nog altijd zo’n kloeke 4000 kilometer en als de wind de verkeerde kant op staat heeft ze er nog een harde dobber aan om de goede kant op te vliegen.

De bladkoning zelf is moeilijk te zien, maar haar roep is onmiskenbaar. Voor zo’n klein opdondertje maakt ze nog best veel lawaai, net als haar collega de winterkoning. Wat vogels zeggen is moeilijk te omschrijven. Als ik opschrijf dat ze ‘twietoewiet’ zegt, bent u niet veel wijzer. Gelukkig loopt het internet over van digitale bestandjes met vogelgeluiden. De site van xeno-canto is een ontdekkingsreis waard. Bent u meer visueel ingesteld en ziet u een klein groenig vogeltje koersloos door het gebladerte fladderen, dan zou het zomaar een bladkoning kunnen zijn.

Als andere boszangers (phyllo’s voor intimi) is ze in bezit van een klein, fijn snaveltje, waar ze insecten mee uit de lucht plukt. Boszangers als de tjiftjaf, de fitis en de fluiter broeden in Europa en overwinteren in het Zuiden, boven of onder de Sahara. Aan de volgorde waarin ze terugkeren herken je de seizoenen. Als je de tjiftjaf hoort, is het voorjaar, als je de fitis hoort, is het zomer, de fluiter fietst er achter aan  en hoor je de bladkoning, dan is het herfst. Nu dus. Ieder jaar laat ze zich wel even horen, sommige jaren vaker dan anders. Vroeger een dwaalgast ( gevalletje te harde Oostenwind) nu een regelmatig gehoorde doortrekker, al is er nog veel onbekend over dit vogeltje. Als je de literatuur erop naslaat, dan lijkt het hogere aantal waarnemingen ook samen te hangen met de vergrote kennis van vogels en de verbeterde apparatuur. Je vraagt je dan meteen af wat er nog meer rondvliegt en rondkruipt waarvan we nu niet eens weten dat het bestaat!

Als u haar niet ziet, is er nog genoeg om je over te verbazen, ook zonder dure apparatuur. Een paar kilo zonnebloemenpitten en voor je het weet, heb je een tuin of een balkon vol groenlingen, huismussen, mezen en kepen. Ook leuk.

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.