Hoogeveen
Duurzaamheid
woensdag28jun2017

100-100-100 Columns Grietje Loof

Kan jij 100% afvalvrij leven? In Hoogeveen gaan 100 gezinnen in 100 dagen die uitdaging aan. Wij volgen Grietje Loof, één van de deelnemers van de 100-100-100 actie. In haar column deelt zij met ons de tussenstand.

27 juni 2017

Met het grootste gemak

Het is zo’n kreet die ‘lekker bekt’. Met het grootste gemak, gooi je het in de afvalbak. Die zin is waarschijnlijk ooit ontstaan om mensen te bewegen het afval niet achteloos op straat te gooien. Met het grootste gemak!

Met het grootste gemak gebruik je de spullen nog een keertje voor je ze alsnog in de afvalbak gooit. De opdracht van deze week: ‘wat geef jij deze week een tweede leven?’ Een opdracht waarbij ik gelijk dacht aan de schelpjes die ik op het strand vond. Eerst eentje die mooi en gaaf was, toen twee en bij drie schelpen was het hek van de dam en was de tas aan het einde van de wandeling vol met schelpen. Dit keer zijn het de grote witte schelpen die ik al aan een draadje zie hangen in de tuin. Een tweede leven is geboren.

Je weet maar nooit
In de keuken kan ik ook slecht afstand doen van dingen die ik nog een keertje of nog vaker kan gebruiken. Bakjes en potten. Zolang het goed blijft sluiten en ook goed schoon te wassen is zal ik het blijven verzamelen. Het komt ooit weer van pas. Ik heb echt een kelder vol met ‘je weet maar nooit’. Daar moesten we pas hard om lachen. Met die verzamelwoede, ik denk namelijk heel graag in kansen, is het oppassen geblazen. Het moet wel gezellig blijven in huis. Lege eierdozen en yoghurtemmertjes zijn de meest favoriete blijvertjes. Ze zijn altijd opnieuw te gebruiken. In de yoghurtemmertjes kun je werkelijk alles stoppen, zelfs voor in de vriezer. En die lege eierdozen, die kan ik heel goed gebruiken bij leuke kinderactiviteiten. Daar passen werkelijk de mooiste schatten in! Of zaadbommen. Ja, die doen het prima in een eierdoos.

Een tweede leven voor kleding
Wollen sokken met een gat erin krijgen een stoppertje en het mooiste wat ik het afgelopen jaar heb gemaakt van een oude spijkerbroek waren twee etuis. Ook daar weet ik wel raad mee. Een plukje wol, een restje gekleurd draad, wat borduurgaren en een mooie rits, laat mij maar gaan, het wordt geboren onder mijn vingers. Het resultaat is prachtig en de vriendjes die het krijgen zijn er heel erg blij mee. Een tweede leven voor een versleten T-shirt, de poetslap in wording. Een keteltje wat te oud is om water mee te koken is een bloempot geworden. En de mooie potjes met goed sluitende deksels krijgen altijd een herkansing. Lekker jam maken, of heerlijke sapjes, de potjes zijn altijd handig.

Op de zolder stond een bureaulamp, ooit op de zolder terechtgekomen omdat er een lampje inzat wat te veel stroom gebruikte en heel heet werd. Ook daarin staat de tijd niet stil want het is tegenwoordig gemakkelijk om er een koel energiezuinig lampje in te draaien. Alles verdient een tweede of derde leven. En kan ik er niets meer mee? Dan gaat het een deurtje verder, naar de kringloopwinkel.

Maar in het kader van een tweede leven passen de bijenwasdoek en de broodzakken natuurlijk ook heel goed. Want die gebruik ik telkens opnieuw. Een keertje wassen en weer gebruiken. Fijn dat het kan! 

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/met-het-grootste-gemak

IVN HGV Grietje Loof etui

07 juni 2017

‘Ja, maar dat is niet van ons’ 

De lastigste dagen, of moet ik zeggen de heerlijkste dagen? Voor beide valt iets te zeggen. Ik was met vakantie de afgelopen weken. Geen gedoe, omlummelen, strandwandelen, de neus achternafietsen. Heerlijk, niks mis mee. Af en toe had ik de handen vol zwerfafval, dat kan ik toch niet laten. Zwerfafval hoort niet in de natuur dus ik ruim het op. Bij een uitkijktoren zat een groep schooljeugd te breien met takjes uit de natuur. Wat de opdracht was en waarom, ik weet het niet. Het zag er leuk uit, tot het sein tot vertrek werd gegeven. Inmiddels stond ik halverwege de uitkijktoren en keek naar beneden naar de groep die vertrok. Op een van de boomstammen, waar ze kort daarvoor hadden zitten breien, lag nog een bol wol met breipennen van takken. Het zag er zo verloren uit. Ik riep ze na, ‘Jullie vergeten iets’. De reactie was, ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Dat is een uitspraak die is zo typerend en geeft gelijk zoveel aan. ‘Ja, maar dat is niet van ons’.

Minder verpakkingen
Ik riep terug dat het misschien niet ‘van ons’ is maar dat het daar ook niet achter hoort te blijven, dus haal het maar op en geef het aan degene van wie het dan wel is (dan klink ik streng en overduidelijk). Ze kwamen de bol wol halen en ik liep verder de trap omhoog. Als je uitzicht wilt zal je uitzicht krijgen en daar moet je wat voor doen. Ondertussen bleef ik maar nadenken over die uitspraak. ‘Ja, maar dat is niet van ons’. Een uitspraak die ik ook vaak hoor als ik weer een actie, om zwerfafval op te ruimen, organiseer. Als wij met elkaar nu eens tegen de oppermachtige verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat plastic is niet van ons, wij hoeven die dubbele verpakking niet’. Bij de Fair-Trade winkel kan het namelijk wel. Daar zit zo min mogelijk verpakking om de producten, het liefst van papier en anders van materiaal wat de afvalberg niet direct groter maakt. Een stukje raffia met een kaartje waar de prijs op staat. Het is een ‘goeie zaak’.

100-100-100 tijdens de vakantie
Ik was dus met vakantie. En in de vakantie hoef je niet mee te doen met het 100-100-100 project. Je bent niet thuis toch. Nee, ik was niet thuis. Ik zat in een yurt en ook daar maak ik afval. Niet meer dan thuis, maar anders. Het afval scheiden was iets lastiger of juist iets simpeler. Glas apart, papier apart, restafval apart. Na een weekje zat de afvalzak vol met restafval. Terwijl ik thuis alles zou scheiden zat er nu aardig wat meer in de afvalzak. Ik merk dat het iets met me doet. Ik wil wel anders maar in een vakantie lukt dat dus niet zo goed. Toch, als het plastic eruit gehaald zou worden dan bleef er wat rommel over en de schillen van fruit en groente.

De kennis is er al
Het is weer het plastic wat zorgt voor de berg. Stel dat we met elkaar tegen de verpakkingsindustrie zouden zeggen, ‘Ja, maar dat is niet van ons, wij hoeven al die verpakkingen niet, wij willen verpakkingen die de afvalberg en de plasticsoep niet groter maken!’ Het kan allang, er zijn genoeg alternatieven om de ‘verkeerde’ plastics om te ruilen voor de composteerbare, recyclebare alternatieven. Een tijdje terug tijdens een van de workshops van ‘Hét Duurzaam Drenthe Event’ heb ik zelf een ‘bioplastic’ gemaakt van aardappelzetmeel, azijn en glycerine. Als de glycerine nu ook nog zonder palmolie gemaakt wordt, dan zijn we helemaal goed bezig. Met andere woorden, de kennis is er al, nu moet het dus nog gebeuren. En dan niet in van die kleine stapjes.

De opdracht die er nog stond toen ik vakantie terugkwam was ‘wat geef jij deze week een tweede leven?’ Daar kom ik de volgende keer op terug.

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/ja-maar-dat-niet-van-ons

IVN HGV Grietje Loof oetker

24 mei 2017

Plezier van oud brood

Inmiddels zijn we week 7 al gepasseerd met het 100-100-100 project en de spannende beginweken zijn achter de rug. Spannend omdat ik dacht dat het nog best eens lastig zou kunnen worden om zo min mogelijk restafval te produceren. Gelukkig had ik er ver van tevoren al over nagedacht en was ik natuurlijk al een tijdje bezig met ‘zero waste’. Nu is het menens en dat maakte het spannend. 

Hoe bewuster, hoe beter
Ik weeg de grammen na 2 weken verzamelen en kom nog niet tot een halve kilo aan restafval. En eigenlijk vind ik dat nog veel. Misschien kan het nog wel anders. Toch klinkt een halve kilo restafval in de twee weken al heel wat beter dan 9 kilo per week. Ik merk dat ik het minder spannend ga vinden. De opdrachten over een “kliekjesrecept” en “welke voedselproducten heb jij nog in de kast liggen?” zijn niet meer van die hoogdravende vragen. Door kritischer inkopen en beter op te letten wat er nog in de kelder op de schappen ligt gaat dat best goed. Het is gewoon zo, hoe bewuster ik bezig ben, hoe beter alles gaat. Zowel met het afval minderen als met de voedselverspilling. Kliekjes, het woord doet iets met me. Ik ben niet zo van de kliekjes, het gaat of allemaal op of het gaat de vriezer in en komt tevoorschijn op het moment dat de tijd dringt. Een cursusavond of vergadering kan het koken wel aardig in de war schoppen…

Een pluim voor Plaizier
Een aantal weken terug konden we een winkel of winkelier een pluim geven als ze met ons mee willen denken en meehelpen het afval terug te dringen. Vaak zijn dat de verpakkingen natuurlijk, daar kan heel wat winst gehaald worden. Bakker Plaizier dacht fijn met me mee. “Wilt u plastic of papier verpakking” werd me door de verkoopster gevraagd. En dan kom ik met mijn eigengemaakte broodzakken. Natuurlijk komen daar vragen over. “Blijft het wel vers in een katoenen broodzak?”, waarop ik uit eigen ervaring reageer dat het zelfs lekkerder is. Het korstje blijft knapperig, ook na een week in de vriezer. Die katoenenbroodzak kan namelijk ook prima in de vriezer.

De bakker vertelt me dat het plastic tasjes gebruik van de klant met 80% is afgenomen sinds ze niet meer gratis zijn. Daar is al heel wat winst gemaakt. Maar ook Plaizier zelf heeft ambities, en zoekt naar manieren om het bedrijfsafval, vaak prima grondstoffen waar nog iets mee gedaan kan worden, op een goede manier te recyclen. De zoektocht leidde naar broodbier, een biertje gebrouwen van overkocht brood. Ik had er eens over gelezen, maar het nog nooit geproefd. ‘Ik haal een biertje voor je’, zei bakker Plaizier. En zo kwam het dat ik met brood en broodbier naar huis fietste.

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/plezier-van-oud-brood

IVN Hoogeveen Broodbier

08 mei 2017

Waar in huis ontstaat jouw afval?

De vierde week staat in het teken van ‘waar in huis ontstaat jouw afval?’ Dat is heel simpel: in de keuken. Daar komt alles samen en wordt het gelijk doorgesluisd naar de plekken waar het in opslag gaat. Oud papier in de bijkeuken, plastic direct in de container buiten, glas en spul voor de milieustraat in de schuur, groenafval in de compostbak en het restafval in de afvalbak.

En die afvalbak, die is veel te groot voor de driehonderd gram restafval die de afgelopen twee weken is verzameld. In de container buiten ligt ook een bodempje afval van het opruimen en klussen in huis. Beetje schilderen en schoonmaken en hier en daar wat vervangen. Dat geeft dus net iets meer afval. En nog altijd houden wij ons bezig met de vraag: waar hoort dit bij?

Afval verminderen tijdens de boodschappen
Wanneer ik bij de bakker sta, ontstaan er mooie discussies over de broodzakken die ik zelf meeneem. En bij de kaasboer kijken ze niet meer vreemd op van de bijenwasdoek die ik aanbied om de kaas in te verpakken, of van de bakjes (die lekker stapelen in de kast) die uit mijn tas komen voor noten en andere etenswaren. Het werkt goed.

“Hoe gaat het, lukt het een beetje?” Ik word aangesproken als ik op de fiets wil stappen na de boodschappen. “Ik zag je op televisie en ben wel benieuwd hoe het nu gaat.” Een gesprek is zo gemaakt en helemaal als er nog iemand aankomt lopen die ook van het project weet. Dat het niet best is met afval, daar zijn we het over eens.

Gewoontes veranderen
Niet alleen tijdens het boodschappen heb ik de nodige aanpassingen gedaan, ook in huis moest ik mijn gewoontes veranderen. In de keuken gebruikte ik lange tijd plastic- en aluminiumfolie om dingen in te verpakken of mee af te dekken. Ook daar moest ik over nadenken. Afval minderen dat is kritisch zijn en goed nadenken. Hoe het anders kan? Er zijn siliconendeksels in alles kleuren en maten. Ze sluiten luchtdicht af, kunnen in de oven en zijn superhandig. Dit alles scheelt ook weer in de afvalstroom.

Zoals we nu bezig zijn, zo willen we leven. Bijna zonder afval, het voelt heel goed. We hebben nu drie afvalbakken in huis. Ik weet nu al dat wanneer de afvalbak in de keuken kapot gaat, hij niet meer vervangen wordt.

De volgende opdracht
Ik blijf erbij: wat je niet mee naar huis neemt, hoef je ook niet weg te gooien. De klant kiest, de ondernemer gaat mee in die keuze. Ik kijk dan ook uit naar de volgende opdracht: Welke winkelier werkt al goed mee om afval te voorkomen.

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/waar-huis-ontstaat-jouw-afval

19 april 2017

Kijken hoe jij winkelt

Vorige week had ik een verslaggever van RTV Drenthe aan de telefoon. Het programma Roeg! over de natuur, wil meer aandacht geven aan duurzaamheid in de uitzendingen. "Nu zijn jullie in Hoogeveen begonnen aan het 100-100-100 project en ik wil vragen of we eens met je mee mogen als jij winkelt." Ik schiet in de lach. "Lieve help," zeg ik, "met me mee om te winkelen?"

Biologische groentetas
We maken een afspraak voor de donderdag. Dat komt goed uit want die dag haal ik ook mijn wekelijkse ‘biologische groentetas’ op. Een tas die vaak bepaalt of ik ook nog wat in de winkel moet halen. Deze week smulden we van verse spinazie en moest ik voor het recept: broodbloemen met spinazie en feta, alleen de feta nog halen.

Ik heb een week de tijd om te bedenken wat ik wil vertellen en wat ik wil laten zien natuurlijk. Sinds ik weet dat ons gezin mee gaat doen aan het project is er al heel veel over gesproken. Mijn man is er net zo druk mee als ik en vraagt zich ook bij alles af ‘waar hoort dit bij?’ Ik merk dat onze kinderen er niet direct in meegaan. We hebben onze jongste zoon nog thuis (hij is bezig met eigen huis en haard) en zijn vriendin komt regelmatig over de vloer, evenals de rest van de kinderen en kleinkinderen.

Ik heb er al eens over geschreven: vrouwen gaan er eerder in mee dan mannen. Het is bewezen. Mijn dochter en schoondochter willen wel meegaan op de reis naar minder afval. Mijn zonen zeuren. Ik kan er niets anders van maken. Misschien menen ze het niet zo. Daar kom ik nog wel achter.

Zelfgemaakte broodzakken
Maar dan, hoe winkel ik? Al een aardig tijdje haal ik ongesneden brood in papieren zakken. Toch geeft dat nog te veel afval en besloot ik lapjes stof te halen om zelf broodzakken van te maken. Al jaren doe ik groente en fruit in zelf meegenomen zakken, maar het kan dus nog beter. Het moet. Nu doorpakken en doen! Minder afval produceren hoeft niet moeilijk te zijn. Je moet nadenken en goed voorbereid gaan winkelen.

De opdracht van deze week was: ‘Maak een foto van jouw afval als je een warme maaltijd hebt gemaakt’. En voor de komende week zoeken we de tips om afval te voorkomen. Dat past heel goed bij mijn manier van winkelen. Op http://www.hoogeveen.100-100-100.nl/ is te volgen wat deelnemers allemaal tegenkomen op hun pad naar minder afval.

Inmiddels is de aflevering van Roeg! op tv geweest en is te zien hoe ik in huis zorg voor een kleinere afvalstroom. Kijk hier de aflevering terug.

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/kijken-hoe-jij-winkelt

06 april 2017

Waar moet dit in?

‘Waar moet dit in?’ Is de vraag die mij al wekenlang bijna dagelijks wordt gesteld. Veel mensen denken blijkbaar dat ik alles weet. Maar ik weet ook niet alles, dus zoek ik het uit! Ik bereid me voor op het 100-100-100 project.

Ineens is het 2 april. Ik kijk nogmaals op de website van het project. Nee, nog niks gewijzigd. Je kunt nog meedoen. Ik hoop dat zich na de informatieavond toch nog een aantal mensen hebben aangemeld.

Restafval
En dan is het zover, op maandag 3 april ga ik van start met de uitdaging. Als ik wakker word heb ik echt het idee dat er iets te gebeuren staat. Nu gaan we los. Maar met wat? En hoe?

Morgenochtend staat de restafvalcontainer aan de straat. Wat erin zit? Een bodempje ‘rommel’. Er wordt namelijk geklust en waar geklust wordt, daar vallen spaanders. Althans, in dit geval wel. Er moet een stuk kozijn vervangen worden en wat doe je dan met hout waar verf opzit en wat ook echt nergens meer voor gebruikt kan worden. Het is vergaan. Het is dus verdwenen in de grijze container. Een bodem. Ik leg er in de loop van de ochtend nog een klein zakje restafval bovenop. Restafval, materiaal wat echt nergens anders bijhoort. Als ik het zo bekijk heeft het bijna allemaal met persoonlijke verzorging te maken: een pleister en wat lege strips van medicijnen.

Tel de verpakkingen
Vanaf nu ga ik goed in de gaten houden wat ik allemaal weggooi, en wat ik dus nog beter kan doen. Ik merk dat ik nu nog te makkelijk iets weggooi zonder er echt overna te denken. Dat moet anders! De eerste opdracht van het project staat in het teken van verpakkingen: hoeveel verpakkingen open jij op één dag? Daar was ik snel klaar mee aan het einde van de dag. Het was er slechts één.

Bron: http://www.ditenergie.nl/initiatief/waar-moet-dit