Mei: Grote brandnetel – Urtica dioica

Raadsel: Het brandt dag en nacht, maar verbrandt nooit.

Door de brandharen op de plant is het een gemakkelijk te herkennen netelsoort. De planten kunnen grote oppervlaktes overwoekeren, vooral als er veel stikstof in de bodem zit.
Over brandnetels is veel te vertellen. In het voorjaar kunnen we de reinigende, opbouwende en weerstand verhogende werking van de brandnetel goed gebruiken. De bovengrondse delen van de plant zijn rijk aan ijzer, vitaminen A en C en mineralen. De brandneteltoppen zijn een goed ingrediënt voor bijvoorbeeld een brandnetelsoep of brandnetel pannenkoekjes. De recepten zijn onderaan deze tekst te vinden.

Buiten het feit dat het een voedselbron is voor mensen is het ook voor dieren een ontzettend belangrijke plant. In het voorjaar knabbelen bijvoorbeeld de Schotse hooglanders de brandnetel toppen vanwege het eiwit wat erin zit. In het najaar, als de temperatuur afneemt verliezen de netelcellen hun kracht en is het blad een welkome voedselbron.
Zijn er rommelhoekjes ontstaan in de tuin of juist achter de schutting van de tuin omdat er weleens wat tuinafval over de schutting vliegt dan is de kans heel groot dat de brandnetel deze plekjes als eerste in bezit neemt. De plant is een goede stikstof indicator.
De bloeiwijze is tamelijk onopvallend. Het is een windbestuiver. De brandnetel, een tweehuizige plantensoort heeft dus vrouwelijke en mannelijke planten. Meestal vind je groter groepen van hetzelfde geslacht bij elkaar. Dat komt doordat ze onderling vanuit de wortelstokken zijn ontstaan en dus eigenlijk een plant vormen. De mannelijke plant heeft korte zijtakjes en de piepkleine bloemetjes zijn bij de rijping geel. Veel mensen hebben last van de hooikoortsachtige verschijnselen door de bloeiende brandnetel.
Bij de vrouwelijke plant gaan de zijtakken na bevruchting hangen, de bloei is van juni tot laat in de herfst. Als het vruchtbeginsel uitgroeit tot een nootje dan omsluiten de vier bloemdekbladen als kleppen het nootje. Altijd de moeite waard om het eens van dichtbij te bekijken.
Op de planten komen zowel haren als brandharen voor, deze zitten aan de stengel en aan de onderzijde van het blad. Als je de plant aanraakt breken de toppen van de brandharen af waardoor het netelgif vrijkomt. Netelgif bestaat uit acetylcholine en mierenzuur. In de buurt van brandnetels groeit eigenlijk altijd zuring, weegbree, dovenetel en hondsdraf. Het sap van deze planten helpt de ‘brand’ van de huid te verzachten.
In de middeleeuwen gebruikte men de bast van de plant om stof uit te weven. Dit wordt nu nog steeds gedaan, de brandnetelvezels staat voor duurzame textiel als alternatief voor katoen. Ook ‘wol’ is er tegenwoordig van brandnetelvezel. Het is een fijne stof om te dragen. Het oudste bewijs van gebruik van brandnetels voor kleding komt al uit de bronstijd. Er is veel te vinden over brandneteltextiel op internet.
Kruiddeskundige dr. Vogel ontdekte in 1835, dat brandnetel(thee) hielp tegen scheurbuik. Zoals al eerder gelezen bevat brandnetel vitamine C en mineralen.
Vroeger werd boter, vlees en vis in brandnetelblad verpakt om het langer vers te houden. De stoffen gaan bacteriegroei tegen.
Thee van de grote brandnetel helpt bij eczeem, hooikoorts of astma en allerlei andere aandoeningen. Het werkt bloedzuiverend en urinedrijvend.

De bewoners van de grote brandnetel
De plant is een belangrijke voedselbron voor allerlei rupsen van vlinders, dit noemen we dus een waardplant. De vlinders die eitjes afzetten op de grote brandnetel zijn atalanta, dagpauwoog, landkaartje, gehakkelde aurelia en de kleine vos. De rupsen smullen van de brandnetel. De dagpauwoog en kleine vos worden in groepjes afgezet op het blad. De eitjes van gehakkelde aurelia en atalanta worden één voor één afgezet. Ook hier geldt dat het best de moeite waard is om eens wat beter te kijken naar de plant. Wat gebeurt er allemaal.

IVN Hoogeveen dagpauwoog rupsVeel insecten zijn afhankelijk van de brandnetel. Dagvlinders zijn hierboven al genoemd, nachtvlinders, wantsen, slakken, cicaden, snuitkevers, glanskevers en bladluizen komen voor op de plant. Ongeveer 50 vlindersoorten komen op de brandnetel voor.

IVN Hoogeveen dagpauwoog

Maar ook de bosrietzanger heeft de brandnetel nodig. Hij hangt het nest op aan de stengels van deze nuttige plant. Ook de koning van onze zangvogels, de nachtegaal, wordt gewoonlijk te midden van de netels geboren.

Brandnetelsoep:
Gebruik handschoenen en pluk alleen de bovenste 6 blaadjes van de steel.  Na 1 minuut koken prikken de blaadjes niet meer en kun je beginnen met het maken van de soep.

Wat heb je nodig;
Voor 4 personen

  • 400 gram brandnetelbladeren (de topjes)
  • 1 fijngesneden ui
  • 2 aardappelen, in blokjes snijden
  • 1 geperste teen knoflook
  • Olijfolie
  • Groentebouillon, 1 liter
  • Peper en zout
  • 1 deciliter room (hoeft niet maar is wel lekker)

Was de brandnetelbladeren onder de kraan. Gebruik dus handschoenen om je handen te beschermen. De bladeren in het vergiet uit laten lekken. Hak de bladeren fijn. Doe de olijfolie in een pan en fruit hierin de ui en knoflook. Voeg de bladeren, aardappelen en bouillon toe en laat dit ongeveer 15 minuten koken, of tot de aardappelen gaar zijn (dit gaat meestal sneller) Mix de soep fijn met een staafmixer en breng het op smaak met room, peper en zout.
Eet smakelijk!