Haaksbergen
Landschap
dinsdag03mrt2020

Verslag Buurserzand en bezoek Bommelas

Ondanks de met gezwinde spoed aankomende storm Ciara hebben zich naast de gidsen toch nog 8 belangstellenden zich verzameld op de parkeerplaats. Na de voorstelronde heeft Jan uitgelegd dat de route uit veiligheidsoverweging is ingekort en zijn we op pad gegaan.

■ door Hans Westerik

Bij de Bommelas aangekomen werd het Los Hoes van binnen en buiten goed bekeken en enkele geruchten ontkracht, dankzij een krantenartikel met een interview met de kleinzoon van Jan Keizers, de laatste bewoner van de Bommelas. Riki heeft een boeiend verhaal verteld over de bewoning en Jan heeft verteld over een dochter des huizes en de vlasspinnerij en hoe uiteindelijk de textielfabrieken in Twente zijn begonnen. Met de ontdekking van een 3-tal vleermuizen, in winterslaap, bij een door een luik afgedicht raam, zijn we weer verder gegaan.

Bij het droge hogere stuk van het Buurserzand legt Jan uit hoe het gebied gevormd is door de ijstijden, opgestuwde grond met grind en samengedrukte lagen die een harde laag vormen: de keileemlaag. Die ondoordringbaar is voor water en hier schots en scheef in de ondergrond ligt.

In latere ijstijden voerde de wind zand aan uit de droge Noordzee. Hierdoor ligt hier een laag dekzand en is het hier droog en de grond voedselarm. Waardoor er op een relatief klein gebied zulke verschillende biotopen zichtbaar zijn.
Verderop bij het Meujboersven is het juist weer erg nat.

De bijzondere vorm van de hulst , die we onderweg tegenkwamen was de aanleiding om over de seiszoensbegrazing door Hereford runderen te vertellen.

Onderweg werd uitgebreid stil gestaan bij de Jeneverbes en zijn voortplanting, ook het kleine met witte bloementjes bloeiende plantje, vroegeling is opgemerkt.

Aangekomen bij het Meujboersven vertelde Hans over de natuurherstellende werkzaamheden die in 2010 zijn begonnen, afplaggen, dempen van enkele sloten, kap van aangeplante grove dennen, het verhogen van de zandweg, aanleg van een voorde en het fietsbruggetje er overheen. Hierdoor is het gebied veel natter geworden. Dat was te merken door de vele regen. Hierdoor zien we dat er bijzondere planten terugkeren zoals o.a. parnassia. Ook de hooilandjes met zijn bijzondere planten aan de andere kant van de weg en zelfs de op het houten hek groeiende korstmos: dove heidelucifer had onze aandacht.

In het voorjaar laten ze wat regenwater wegvloeien door een stuw te openen, om daardoor te bewerkstelligen dat het kwelwater weer gaat stromen. De Kwellen in dit gebied zijn na een droge zomer gestopt met vloeien. Het kwelwater is belangrijk voor dit gebied; het bevat kalk en ijzer. Bepaalde planten zoals waterviolier in een sloot achter boerderij de Knoef is een kalkindicator.

In het vennetje groeit blaasjeskruid, dat is een vleesetend plantje dat als het ware watervlooien opzuigt als voedsel. In het gebied groeit ook zonnedauw , dat met “lijmdruppeltjes” insecten vangt. Ook omdat het anders in voedselarme omgeving niet kan leven.

Na de droge heide, met zijn stuikheide en jeneverbes en de natte heide met voornamelijk dopheide en de door de stikstofdepositie teveel voorkomende pijpenstrootje kwamen we aan bij een Kampenlandschap.

Links van de weg nog goed zichtbaar met de daaraan grenzende boerderij de Knoef. De aanwezigheid van vele beuken in het aangrenzende bos was aanleiding om over een verbod van grazen van vee in het bos gedurende het laatste oorlogsjaar (1944) te vertellen dat de beukennootjes benodigd waren om lamp- en spijsolie van te maken voor de bezetter.

Dat de bruine olieachtige uitziende kleur van het water in de aangrenzende sloot werd veroorzaakt door de aanwezigheid van ijzer in de grond werd door Hermien duidelijk gemaakt. Als je twijfelt kun je met een stokje proberen of het als olie aan het stokje kleeft. Dat deed het niet.

 

Info over de naam Knoef

De Heer Eijsink had onderweg een vraag over de herkomst van de naam Knoef, navraag bij de Historische Kring Haaksbergen, waarvoor onze hartelijke dank, heeft het volgende opgeleverd:

Knoef

De erfnaam Knoef komt veel voor. Er zijn in Twente, de Achterhoek en het Münsterland al erven met de naam Knoef, die uit de Middeleeuwen dateren.
De Knoefnamen uit Haakbergen e.o. zijn jonger. Boerderijen met de naam Knoef vinden we in Buurse (19e eeuw), Honesch (eind 18e eeuw), Bentelo (Knoef en Knoefriet) en Beckum (de laatste drie uit de 18e eeuw). Het zijn allemaal ontginningsboerderijen uit de tijd van de marken. Ze staat gek genoeg allemaal in de nabijheid van een markegrens.
Het Twents kent een woord 'knoef' dat 'homp' betekent. Wie kriegt ne groten knoef vlèès. In het Engels betekent 'hump' o.a. hoogte of heuvel. Meestal wordt de naam Knoef voorafgegaan door het voorzetsel 'op'. Dit bewijst dat het de betekenis van 'hoogte' moeten hebben gehad. Op de Knoef. Het erfje ligt op een hoogte op voormalige heidegrond.
Het erfje de Knoef in Haaksbergen/Honesch is nu eigendom van NM. Al in 1767 komt hier de veldnaam Knuive voor, liggende in de Kattenstaart. Het was toen nog markegrond. Op een stukje markegrond van de Knuive werd rond 1820 een huisje gebouwd dat de naam Knoef kreeg, dus vernoemd naar de veldnaam. De bouwer van het huisje was ene Nijhuis. Deze Nijhuis kreeg een recht van opstal van de marke.
Op 'jullie' Knoef heeft nooit iemand gewoond met de familienaam Knoef. De bewoners kregen naar de boerderij wel de bijnaam Knoef.

 

Terug aangekomen bij de parkeerplaats kwamen er al wat takken uit de bomen gewaaid, wat maar eens aantoonde dat we precies op tijd terug waren. Bij het afscheid werd iedereen bedankt voor zijn of haar bijdrage aan deze excursie en kom veilig thuis was de boodschap.

 

■ foto’s Chris Eijkholt