Haaksbergen
Biodiversiteit
dinsdag06mrt2018

Een Nieuwe Wildernis II

Het gebied van de Oostvaardersplassen staat opnieuw in de belangstelling, maar nu om andere redenen.
Toen ik destijds (2013) de natuurfilm De nieuwe Wildernis zag was ik aangenaam verrast totdat ik de enorme aantallen dieren: herten, koninkspaarden en heckrunderen zag. De schrik sloeg me om het hart en ik dacht hoe gaat dit aflopen?

 

DE GESCHIEDENIS VAN HET GEBIED

Er is een Wikipedia-site van de Oostvaardersplassen, waarin de geschiedenis van dit gebied uitgebreid aan de orde komt.
De chronologie is enigszins zoek en daarom vat ik de belangrijkste zaken die betrekking hebben op de grote grazers samen.
Na lezing meen ik dat het beleid balanceert op met elkaar strijdige ideeën, namelijk uitbreiding van het areaal, zo nodig bijvoederen maar ook afschieten. Biodiversiteit vergroten versus overbegrazing door grote grazers.

Grote grazers werden voor het eerst in de jaren 80 uitgezet. In (1983) werden 32 heckrunderen uitgezet en een jaar later 20 konikpaarden. In 1992 werden 44 herten losgelaten.
De dieren worden als ‘wild’ beschouwd en vallen onder de Flora- en faunawet. Dat betekent dat er geen verplichting is tot bijvoedering in de winter als er weinig voedsel beschikbaar is. Verder dat dieren die door voedselgebrek om het leven komen blijven liggen om als voedsel te dienen voor aaseters en ander leven.

In 1996 werd het gebied, eerder in beheer bij de Rijksdienst IJsselmeer Polders (RIJP), aan Staatsbosbeheer overgedragen.
In de jaren 1996-2015 werd een experiment begonnen met natuurlijke ontwikkeling.
De praktijk was echter dat de voor het publiek zichtbare kadavers leidde tot maatschappelijke discussie, waarop in de lange winter van 2010 toch moest worden bijgevoederd.

EN NU

Staatsbosbeheer, de beheerder van het gebied, had aanvankelijk besloten om de dieren ook deze winter niet meer bij te voederen. Veel dieren kwamen om van de honger en de kadavers lagen zichtbaar achter de afrastering. Dieren‘liefhebbers’ vonden het niet kunnen en begonnen hooi over de afrastering te gooien. Er volgde een demonstratie met borden waarvan de tekst duidelijke taal sprak. Staatsbosbeheer was de boosdoener in de ogen van de protesterenden.
Boeren besloten het groot aan te pakken door een trailer met balen hooi aan te voeren en over de omheinig te deponeren.
Staatsbosbeheer gaat nu toch bijvoederen.
Nu worden er noodmaatregelen getroffen door dieren in slechte conditie af te schieten, maar er moet ook bijgevoerd worden echter alleen door Staatsbosbeheer. Bovendien is het Oostvaardersplassengebied uitgebreid door het te verbinden met de Lepelaarsplassen en het Pampushout. Dat betekent natuurlijk alleen maar uitstel van executie, figuurlijk en letterlijk.
Wanneer in een uitzonderlijk zachte winter toch nog ruim 800 dieren sterven kan alleen overbegrazing de oorzaak zijn.

DE STERFTE IN CIJFERS

Op 6 maart j.l. las ik wat cijfers over de sterfte van de grote grazers.
Er zijn dit jaar 1755 dieren omgekomen van honger, waarvan het merendeel (1062) in februari 2018. Dit op een totaal van ca 5000 dieren. Dat is 35%, geen geringe hoeveelheid dus. Helaas ontbreken cijfers over de aantallen geboorten, zodat er geen goed beeld bestaat over de ontwikkeling van de populatie grote grazers.
In 2016/17, een uitzonderlijk zachte winter, stierven desondanks 813 dieren. Teruggaand in de tijd: in de winter van 2015/16 stierven 1613 dieren, in die van 2012//13 1680 dieren, dus vergelijkbare getallen met de sterfte in 2017/18.
Toch is het aantal grote grazers sinds de jaren 80 toegenomen tot ca 5000 dieren.

EEN NIEUWE KOERS

Sharon Dijksma, staatssecretaris infrastructuur en milieu in de vorige regering heeft besloten dat de biodiversiteit vergroot moet worden en ook meer ruimte moeten komen voor recreatie en toerisme. Het beheer is in 2016 overgedragen aan de provincie Flevoland.
Recreatie, het klinkt zo onschuldig, maar wat gaat het inhouden? Gaat dat wel samen met de vergroting van de biodiversiteit? De gevolgen van de ongelimiteerde toename van het aantal grote grazers in een gelimiteerd gebied leidde tot een drastische verlaging van de biodiversiteit. Zo nam het aantal soorten broedvogels van open ruigtes, wei- en rietlanden af met 30 tot 100%. Ook het aantal plantensoorten is afgenomen.

CONCLUSIE

Blijkbaar was het van meet af aan bij de beheerders (RIJP en Staatsbosbeheer) niet bekend dat in een afgesloten gebied zonder predatoren het aantal grote grazers al maar toeneemt, iets dat iedere ecoloog hen had kunnen vertellen. In 2011 was het aantal dieren gestegen tot 5000! Meer dieren leidt in lange of late winters, zoals in 2010 en 2018 tot meer kadavers en tot groter ongenoegen bij de dierenliefhebbers.
Uit de sterftecijfers moet je concluderen dat het experiment is mislukt.
Een oplossing van het probleem lijkt mij dat het merendeel van de grote grazers uit het gebied verwijderd worden en beperkte toegang komt voor bezoekers met de nodige uitkijkplaatsen en ruimte voor de natuur, zoals in de Blauwe Kamer tussen Wageningen en Rhenen.

©Wim Haenen

 

  • Dezelfde vraag als ik in 2013 stelde: 

    wat denken de IVN-leden en lezers van deze kwestie?
    Graag uw reactie !     E-mail:  Wim Haenen :  hwim33@xs4all.nl

     

  • Over dit onderwerp schreef Wim Haenen al eerder de artikelen:

    "Een Nieuwe Wildernis I "  &  "Falende Grazers"
    die op de pagina  Informatieve artikelen  te vinden zijn.