Groningen Haren
Natuur in de Buurt
vrijdag11feb2022

Blog #39

Verwaaide vogeltelling?

Paul Kusters

Daar zaten we dan: keurig, enigszins verdekt opgesteld, achter de planten in de vensterbank. Klaar voor de jaarlijkse tuinvogeltelling. Wachtend op de vogels die elke dag weer gebruikmaken van het voedsel, dat we op verschillende plekken in de tuin neerleggen. We hopen in een behoefte te voorzien, er voor te zorgen dat ze de winter(?) goed doorkomen. Ze melden zich zodra een van ons de tuin in loopt. Je hoort wat gefladder, een enkele klank. De aansporing in de ‘Roots-scheurkalender’ hadden we niet nodig. Maar fijn is het wel dat ook zij er aandacht voor vragen.

We hebben zeker zes plekken waar voedsel ligt. Op verschillende hoogtes en met enige tussenruimte. Er zijn verschillende momenten waarop de vogels zich melden. En, de een eet nu eenmaal liever op de grond een meelworm, de ander een beetje vet op de pergola. Er is beslist een pikorde, al proberen ze die voortdurend te ondermijnen. Maar een kraai is, zelfs voor een brutale spreeuw, een slag te groot.

spreeuw,tuinvogeltelling,tuin,tuinvogels,Frans KrommeHet waaide stevig en dat voorspelde natuurlijk ander vlucht- en eetgedrag van de tuinvogels. ‘En als het vandaag niets wordt (zaterdag, 08.30 uur), nou dan doen we het morgenochtend nog eens’, zeiden we al tegen elkaar.
Het eerste half uur kwam er geen vogel. Daarna meldden zich een ekster, een merel en een spreeuw. Absoluut geen afspiegeling van wat er zich normaal in onze tuin verzamelt. ’s Middags was er nauwelijks een ander beeld. We waren niet de enigen die door al het gewaai de telling doorschoven naar de volgende dag, dat merkten we in het berichtenverkeer tussen vogelvrienden.

Het uitblijven van de vogels was aanleiding voor een gesprek over de (tuin)vogeltellingen en de waarde van zo’n momentopname. Hoe weeg je een telling als het precies in dat ene weekeinde ‘beestenweer’ is of juist erg koud? Kun je dat uitvlakken over een langere periode? Verstoort dat een trend? Hoe verhouden de gegevens zich tot de waarnemingen die het hele jaar door gedaan worden?

In de week voorafgaand aan de telling werd er tijdens het heerlijke BBC-programma Winterwatch ruim aandacht besteed aan de vogeltelling en aan het voederen in de winter. Vorig jaar hadden 1 miljoen mensen 17 miljoen vogels geteld. De presentatoren wezen, terecht denk ik, op het grote belang van citizen science. Hoe meer mensen er meedoen, hoe meer divers en misschien ook betrouwbaarder de gegevens worden. Een goede spreiding over het land draagt daar ook aan bij. Het vermoeden is dat er meer waarnemingen zijn vanwege de corona-beperkingen. Iets wat vorig jaar ook al in Nederland en België geconstateerd werd.

Winterwatch besteedde ook aandacht aan het voederen. Niet alleen aan het nadrukkelijk gevarieerd voedsel aanbieden, omdat de maaltijd per vogelsoort verschillend is.
Maar men stelde ook een andere vraag: beïnvloeden wij de vogelstand door het voeden? Zijn er daardoor soorten die, omdat juist zij overleven, dominanter worden, andere soorten verdringen? Kan dat?
En, zijn vogels in het landelijk gebied slechter af dan die in de steden of juist niet? Het zou, zeiden de presentatoren, niet goed zijn als wij door ons bijvoedergedrag negatief zouden bijdragen aan de diversiteit. Waarop ze, in een adem door, zeggen dat we nu niet massaal moeten stoppen met aanbieden van voedsel.

ekster,zangvogels,Frans Kromme koolmees,zangvogels,Frans Kromme

Zondagochtend, 08.30 uur. We proberen het weer. Het is beduidend rustiger in de lucht. We tellen drie keer. De eerste keer is om mee te doen, de tweede en zelfs derde keer is vooral voor onszelf. De vroegste observatieronde is ook de meest serieuze. Een zwarte kraai daalt neer op de pergola. Op het dak van de schuur landt een houtduif, in de pruimenboom zitten merels te wachten en de spreeuwen melden zich vanuit de dakgoot. Ze wachten allemaal totdat de kraai vertrekt. Aan de andere kant van de tuin pikt een ekster een stuk vet mee. Het duurt lang voordat de pimpelmees en koolmees komen. Maar het wachten is, wat ons betreft, op de specht. We worden beloond: net aan de rand van de telling, binnen het voorgeschreven half uur, klemt hij zich stevig vast aan de stam.

Op 2 februari kijken we op de website van de vogelbescherming voor de resultaten: 170.408 mensen deden mee, ze telden 2.402.212 tuinvogels. Tot onze vreugde staat de huismus op 1, gevolgd door de koolmees en de merel. Je kunt ook meer inzoomen op je eigen gebied (een aanrader, want gegevens verschillen per regio). We blijven ons afvragen of mensen de tuinvogels ook beter gaan herkennen door vaker waar te nemen (zien ze het verschil tussen een heggenmus en een huismus?).  Het zou een mooie bijvangst van de telling zijn.

Wil je meer weten over de (tuin)vogeltellingen en ben je benieuwd naar trend is de vogelstand in Nederland (en Europa)? Kijk dan eens bij:
waarneming.nl
Vogelbescherming
European Bird Census Counsel

Foto’s - © Frans Kromme

Reageren? ivngroningen.redactiegroeningen@gmail.com