Groningen Haren
Natuur in de Buurt
vrijdag13aug2021

Blog #26

Geef ons vleugels

Denise Humalda

Wandelend over de hei in de vroege ochtend. Mijn hondje en ik zijn op het Dwingelderveld.

Vóór mij vliegen de atalanta's op van het verwarmde zandpad. Ze zitten zo'n beetje te chillen, tot ze mijn voetstappen opmerken. Zwevend voor mij uit landen ze verderop op het paadje. Dit lijkt oneindig door te gaan en mijn hart maakt een hupje.

Dan hoor ik geroep van vogels. Ja, daar gaan ze met veel, ik tel wel dertig zwaluwen die nauwkeurig elkaar vermijdend over het heideveld scheren. Spelend met de zonnestralen lijkt het – ik weet wel beter: ze vangen vliegjes. Waarschijnlijk huiszwaluwen met hun donkere bovenkant en witte buikjes. Hun gegeven naam staat niet op hun vleugels.

Helaas hebben we ook resten van vogels ontdekt. Het begon met een rossige hoop veren op het Taribush-terrein bij de heide. Een plek waar wij graag komen met natuur en cultuur gecombineerd door prettige mensen, die bush-activiteiten organiseren.
Later bleek dat het één van de daar wonende kippen was. Ze is door een vierpotige jager van het leven beroofd. Haar levenloze lichaam is door de tijdelijke bewoners van Taribush in het bos begraven. We hoorden dit achtergrondverhaal van een jonge man met een tamme raaf. Zo, die vogel heeft een heftige snavel. Vast zit hij aan een lijn, samen met nog twee roofvogels in gevangenschap mogen ze per dag een uur vliegen aan een lange lijn. Dit aangezicht geeft te denken. De man vertelt dat deze bijna uitgestorven vogelsoorten dienen als voorlichtingsdieren op scholen. Het schijnt dat de raaf in ons land bejaagd werd en wordt. Dat willen deze vogeleigenaren voorkómen door voorlichting te geven.

raaf,Dwingelder Veld,Taribush,Denise HumaldaVerderop op het pad ontdek ik een paar dagen later weer een hoop veren. Beter kijkend zie ik ook kleine blauwe veertjes. Een jonge gaai. Want de veren zijn nog in de maak, zo'n beetje opgerold.
De losse blauwe veertjes gaan in een zakje en thuis in het vakantiehuisje gewassen en te drogen gelegd. Het zijn er veertien.

Later op de fiets op weg naar het zwembad ligt er een platgereden gaai. Nee, niet zo op de weg verder aan flarden laten rijden. Fiets aan de kant, stok gezocht en de stinkende dode vogel, los gepulkt en in de grasrand naast de weg gerold. Meenemen van deze blauwe veertjes bleek onmogelijk, nog te goed vast aan de vleugel.

Een andere dag fietsen we door het uitgestrekte gebied. Vliegdennen, hele oude jeneverbesstruiken, een spoor van ijstijd keien, lijken op afstand schapen. We passeren het Holtveen, en nog meer vennetjes. Dan in de verte, witte vliegende vlekken. Mijn geluksdag: één van mijn lievelingsvogels, de lepelaar. Zijn ze aan het proefvliegen? Ik tel veertien witte schoonheden, die fotogeniek in de zon schitteren. Ze tonen voor onze ogen een prachtige vliegshow. Simultaan, in formatie en kris kras door elkaar. Na veertien minuten landen ze één voor één ergens achter een eilandje. Even later lijkt het alsof er niets bijzonders is gebeurd. Wij branden dit speelse beeld in ons geheugen.

lepelaar,watervogel,vlucht,Dwingelder Veld,Denise HumaldaVerder fietsend plopt de gedachte in mij op: geef ons vleugels, om heerlijk boven het landschap te scheren. Melodieus lachend als de groene specht of smakkend als de zwartkop.

Voor mijn oude moeder kocht ik in de kringloopwinkel een kleurrijke houten vogel. Prachtig vond ze deze.

Foto banner: Lepelaars - Frans Kromme
Foto’s tekst: Lepelaars en raaf – Denise Humalda