Groningen Haren
Natuur in de Buurt
vrijdag12mrt2021

Blog #15

Hebban olla vogala …

Paul Kusters

Al een tijdje heb ik aandacht voor de ‘woning’ van dieren en insecten. Wat ze bouwen, hoe en natuurlijk waarom. Het kent nauwelijks grenzen. Zo kwam ik terecht bij de bladluismummie. Eerlijk gezegd: mijn vrouw kwam aanlopen met een prachtig voorbeeld onder een citroenboomblad. Denkend over de blog die ik wil schrijven, werd het onderwerp me zogezegd op een ‘presenteerblaadje’ aangeboden.
Tot vandaag...

Het is geen traditie, maar elk jaar als het voorjaar zich aankondigt, zegt een van ons: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu …’ Over de herkomst van deze poëtische schrijfoefening van een monnik breken de geleerden al jaren hun hoofd. Het is een romantische liefdesverklaring, het hunkeren naar het voortzetten van alle onrustige voorjaarsgevoelens die zeker bij vogels herkenbaar is. Of de monnik hier goddelijke liefde bedoelt, dat valt te betwijfelen.

Niets mooier dus dan een paartje eksters (Pica pica) dat in de krulwilg (Salix babilonica?) bij de achterburen een nest aan het bouwen is. Vanuit mijn werkkamerraam op de eerste etage van mijn huis volg ik ze. Natuurlijk vroeg ik me af of het verstandig is: een huis op deze plek. Ik weet dat hier minstens zeven katten het vogelbestand ‘controleren’. In de Salix zaten ze vorig jaar regelmatig. De eksters hebben ongetwijfeld een andere overweging gemaakt: in de tuin onder de boom en aan onze kant fladderen nogal wat vogels, die hebben straks ook eieren en kuikens … al bestaat het vaste menu van eksters vooral uit insecten.

Elke dag, net even na zonsopgang komen ze aangevlogen. Takje na takje vlechten ze in met veel kunst en letterlijk vliegwerk. Heel langzaam vormt zich het voor eksters zo kenmerkende grote, beetje rommelige bolvormige nest. Een warrig koepelnest (overdekt nest), zeggen de experts. Ze bouwen enkele uren en dan stoppen ze. De volgende dag gaan ze verder. Heel zorgvuldig worden de takjes gekozen en geplaatst. Menig tak wordt afgekeurd en losgelaten. Maar ook de wijze van insteken komt nauw. Af en toe landt een ekster op de dakgoot aan de overkant, nadat er geprobeerd is om een takje in te steken. Deze wordt dan in de goot gedraaid en opnieuw ingevlogen. Wat een werk. En dan moeten de eieren nog gelegd en uitgebroed worden …

Tot vandaag dus. Bij thuiskomst zegt mijn vrouw dat ik even in de tuin moet kijken. Ik speur rond, omdat ik een vogelslachtoffer vermoed. Ze zegt dat ik iets hoger moet kijken. ‘Het kan niet waar zijn,’ roep ik uit. ‘Wat doet die gek daar in de boom?’ De achterbuurman is halsbrekende toeren aan het uithalen met een zaag. De eerste takken zijn al gesneuveld. Dit is een duidelijk geval van slopen. ‘Waarom nou?’ ‘Zou hij een hekel aan eksters hebben?’ ’Daar gaat ons geweldige zonnescherm’, zegt mijn vrouw. Na de eerste opwinding meldt de ratio zich. ‘Zou hij aan het snoeien zijn?’ Stilletjes hoop ik dat hij alleen de onderste takken weghaalt.

We volgen zijn vorderingen met een lichte pijn in het hart. Het voorjaarsgevoel verdwijnt met elke afgezaagde tak. Tegen het eind van de middag rest een stevige stam met wat stompen. Nu ik rond zessen naar buiten kijk, zie ik drie koolmezen (Parus major) rondscharrelen op de resten van wat een prachtige boom was. Op zoek naar insectjes of larven. Een roodborst (Erithacus rubecula) jaagt ze opgewonden weg en gaat pontificaal op de hoogste stomp zitten. Dit is mijn boom, mijn territorium. De natuurlijke orde lijkt nauwelijks verstoord.

roodborst,vogelzang,tuinvogel
Foto's: Ekster (Saxifraga|Luc Hoogenstein), Roodborst (Frans Kromme)