Mariëndaal

Van Mariëndaal naar Mariëndal, langs lanen,  paden,  padden en bloemrijke zwammen zonder gras te laten groeien over een ecologische verbindingszone.  Hier kijken we vandaag met de bril van gisteren naar de mogelijkheden voor ons, het landschap, de natuur en het milieu. 

Het IVN Grave heeft op Mariëndaal de "thuisbasis" bij Kinderboerderij Buiten-"Gewoon"Hier vindt u ook het Zwietenpad en het Belevingsbos.

Hieronder leest u over de geschiedenis en de bijzondere flora en fauna op dit Landgoed.

Vanuit het verleden 

Mariëndal is genoemd naar het Jezuïetenklooster, respectievelijk de boerenhoeve Mariëndaal. Dit huis met bakhuis, tuin, schaarbos, bouw- en weiland  ter grootte van ruim acht bunder nabij het landgoed Veenzicht werd in 1856  te koop aangeboden, waarop de Jezuïeten het tussen 1862 en 1865 uitbouwden tot een klooster met noviciaat in  romantisch neo-classistische stijl met vroege neogotische details. Op kaarten van rond 1900 herkent men al de huidige monumentale beuken- en eikenlanen in de landschappelijk aangelegde tuin. De grote vijver aan de kant van het landgoed Lievendaal is van latere datum.

In 1966 maakten de kloosterlingen plaats voor een instelling voor mensen met een verstandelijke, c.q. meervoudige beperking, eerst onder de huisnaam Binckhof, later Vizier en tegenwoordig Dichterbij.  

Toen in de loop van de negentiende eeuw de Bosschebaan als een grote “straatweg” tussen Den Bosch en Grave werd aangelegd kwam er een tolpost in Velp. Samen met de toegenomen bedrijvigheid rond het klooster zorgde dit ten zuiden van de toenmalige Velpse binnenpolder(vanwege de Beerse Overlaat) voor een nieuwe nederzetting, net zo groot als het oude dorp rond het oude kerkje en de Bronkhorst. In 1937 werd dan ook aan de Tolschestraat een parochiekerk gebouwd. Waar Velp en Reek eeuwenlang een geheel vormden werden zij ten tijde van Napoleon twee aparte gemeentes, die in 1942 werden opgeheven. 

Vandaag op weg naar morgen

Sinds medio 2007 is Brabants Landschap vanuit een erfpachtovereenkomst verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een gedeelte van landgoed Mariëndal. Men werkt aan het behoud en de ontwikkeling van de lanen en via uitdunnen komt men tot een qua soorten- en leeftijdssamenstelling natuurlijke bos met een variatie in de structuur. Individueel en (kleinschalig) groepsgewijs verdwijnen bomen. De inheemse soorten als zomereik, beuk en berk, maar ook de uitheemse soorten als de Amerikaanse eik en Douglas krijgen hierdoor betere mogelijkheden om uit te groeien. 

Mede via een beperkte begrazing ontwikkelen zich daarnaast bloemrijke graslanden waarin de verschillen in voedselrijkdom en vochtigheid in de vegetatie zichtbaar zijn. Ook het aanwezige dassenleefgebied blijft behouden.

Er is slechts sprake van een kleinschalig, recreatief medegebruik, met nadrukkelijk aandacht voor mensen met een beperking, waardoor mensen blijven genieten van het landgoed. Zo krijgt men begrip en waardering voor haar natuurkwaliteiten.

Diversiteit

Mariëndal ligt grotendeels op stuifzand in een gebied waar de hogere Brabantse zandgronden overlopen in het rivierkleigebied van de Maas. In het zuidelijke, hogere deel staat het grondwater ver beneden het maaiveld, het noordwestelijk deel met de grote vijver ligt lager met een wisselende, hogere grondwaterstaat. De afwatering verloopt via beken door deze laagten.

Voor en achter het oude klooster staat een aantal indrukwekkende, monumentale bomen waaronder beuken (ook rode en bruine), Hollandse en Amerikaanse eiken, linden en een paar tamme kastanjes. Tussen de lanen liggen verschillende typen bosjes met loof- en naaldbomen, enkele grasveldjes en een vijver met aan de noordzijde een schrale oever.

Door de afwisseling van oud en nieuw bos, open en gesloten structuur biedt het landgoed onderdak aan vele soorten dieren en planten. De oude bomen van de lanen zijn ecologisch voornamelijk van betekenis als mogelijke nestbomen voor vleermuizen, eekhoorns en holenbroedende vogels. Het klooster is van betekenis voor de grote aantallen vleermuizen die er hun verblijfplaats hebben. De rest van het park is belangrijk als fourageer- en nestgebied voor veel dieren. Daarbij biedt het terrein  een zorgvuldig te koesteren ecologische verbindingszone.

Planten

In de sloot aan de noordzijde van de Kastanjelaan zien we de Koningsvaren met zijn lange bladen en daarop symmetrisch geplaatste vertakkingen, waaraan de langwerpige blaadjes zitten. Tevens treffen we hier het Duizendknoopfonteinkruid en de Gele dovenetel. De Koningsvaren en het Duizendknoopfonteinkruid wijzen op aan de oppervlakte komend grondwater van betrekkelijk jonge oorsprong. Een vierde interessante soort is de Holpijp, aangetroffen in een sloot ten noorden van het graslandje bij de Kastanjelaan. Holpijp indiceert kwel van oudere oorsprong.

In 2008 is een Florongroep van  IVN Grave op verzoek van het Brabants Landschap gestart met een uitgebreide inventarisatie van de flora.

Paddenstoelen en mossen

Op het terrein komt men jaarlijks minstens dertig soorten paddenstoelen tegen, waaronder (Panter-)Amanieten, Vliegen-, Honing- en (platte- en dikrand-) Tonderzwammen, (kalle-, glimmer-, wortelende-) Inktzwammen,  Russula’s, Reuzenzwam, Langstelige franjehoed, Zwavelkopjes, Zwartwordende wasplaat, Gewone beurszwam, Parasolzwam, Berkenzwam, Valse hanenkam, Hanenkam, Grote Inktzwam, Grote oranje bekerzwam, Zwarte taailing, Geweizwammetjes, Gordijn zwammetjes, Parelstuifzwam, Waaiertje, Eikhaas, Stekelzwam en Boleten.

Iedereen geniet van de oogstrelende mossen langs de lanen en onder aan de bomen. Wandelend over de wegen naar Mariëndal is de diversiteit echter veel groter, al valt er met name aan de schrale kant van de vijver en tegen een enkele es of beuk ook het nodige te zien.

Zoogdieren

De das foerageert vanuit twee burchten op de graslanden ten westen van het landgoed. In het kloostergebouw treffen we in 2008  met name de dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis. De rosse vleermuis en de grootoorvleermuis gebruiken de oude bomen als nestbomen. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd, waarbij het voor de watervleermuis van belang is dat de vijver haar open karakter behoudt. Mariëndal kent volop konijnen en eekhoorns, terwijl men regelmatig vossen en reeën waarneemt.

Vogels

Het landgoed kent een vogels van allerlei pluimage: de Groene, Kleine bonte specht, Koekoek, Boomklever, Bonte en Grauwe vliegenvanger (bos en bosranden), Glanskopmees, Appelvink, Rans- en Bosuil, Groenling, Wielewaal,  Kuifmees, Vuurgoudhaan, Buizerd, en de meer algemene soorten als Merel, Roodborst, Mus en Vink.

Amfibieën, Dagvlinders, Libellen en overige ongewervelden.

De (voortplantings)biotoop voor amfibieën is  in ontwikkeling. Nu zien we de Alpenwatersalamander en Groene en Bruine kikker.

Wanneer de landschapsontwikkeling doorzet mogen de huidige Atalanta, Klein koofwitje. Klein geaderd witje, Landkaartje, Argusvlinder, en Bont zandoogje weldra nieuwe soorten verwachten. Men registreerde libellen als Azuurwaterjuffer, Vuurjuffer, Platbuik, variabele waterjuffer, Lantaarntje en Steenrode heidelibel. Tijdens een inventarisatie door Arcadis is tenslotte de bijzondere loopkever Amara kulti aangetroffen.

Poel op Mariëndaal