Landgoed Mariëndaal

Rapport door 4 IVN Natuurgidsen in het kader van hun opleiding 2012-2014


Landgoed Mariëndaal ligt in het plaatsje Velp (NB), dat sinds 1942 deel uitmaakt van de Gemeente Grave. Het ligt ten noorden van de provinciale weg N324 (Bosschebaan). Oorspronkelijk is Mariëndaal een klooster- landgoed. Bij het verdwijnen van de naam “De Binckhof”, zoals de toenmalige instelling voor verstandelijke beperkten heette, werd de naam “Mariëndal” en “Mariëndael” genoemd. In “de volksmond” blijft het echter Mariëndaal. 

De gidsen in opleiding hebben bij dit rapport een wandelroute ontwikkeld over een deel van het landgoed. Met een knipoog naar de oorspronkelijke bewoners, de Jezuïeten, hebben zij deze wandelroute het "Zwietenpad" genoemd. Voor meer informatie over deze wandelroute kunt u kijken op Zwietenpad Mariëndaal

IN DEN BEGINNE….

1819:  (december)  Hendrik de La Geneste koopt het kapitale landgoed van Johannes Gerardus de Bruijn. Het omvatte een kapitaal huis, moeshof, vijver en boomgaard. Het huis droeg de naam “Veenzicht” en het gehele terrein “Venestein” was 74 Hollandse morgens groot wat neerkomt op ongeveer 60.000m2 
Het terrein was gelegen op een bebost, hoger gelegen, stuk zandgrond in een laagveen gebied. Veenzicht lag dicht tegen een verhoging in het landschap genaamd “De Heksenkring”. De familie de La Geneste had daar een theehuis.

1850: Het geheel komt in bezit van Mgr. De La Geneste, de zoon van Hendrik de la Geneste. Deze vooraanstaande Jezuïet stelde zijn landgoed beschikbaar aan de priesterstudenten (novicen) die in het huis “Veenzicht” hun wekelijkse vrije dag doorbrachten. 
Deze Jezuïeten woonden en werkten sinds 1629 in Ravenstein nadat ze de stad Den Bosch moesten ontvluchten.  Ravenstein was een  soevereine heerlijkheid met godsdienstvrijheid, reden waarom zich hier veel kloosters vestigden. (Er kwam een beperkte godsdienstvrijheid in 1796, toen Kerk en staat werden gescheiden. De Grondwet van 1848 bracht een verregaande godsdienstvrijheid).
Het huis dat de Jezuïeten in Ravenstein hadden was  te klein geworden voor hen. Men veronderstelde dat de spoorlijn Nijmegen -’s Hertogenbosch in Grave een station zou krijgen. (uiteindelijk is dat Ravenstein geworden!)

DE GESCHIEDENIS VAN OUDE KLOOSTER EN LANDGOED MARIËNDAAL BEGINT IN 1860.

1860: De Jezuïeten kochten van Mgr. De La Geneste een stuk grond van het landgoed Venestein. Dit stuk grond lag naast zijn buitenverblijf “Veenzicht”. 

1862 tot 1865: Bouwden de Jezuïeten een klooster op dat stuk grond (Jezuïeten spraken en spreken overigens niet van klooster maar van huis). Het huis kreeg de naam Mariëndaal en werd gebouwd door de paters Jezuïeten zelf.   De architect was pater A. Slootmaekers S.J. Eind 19de eeuw was het huis “Veenzicht” zo vervallen dat het werd afgebroken.

Het oude klooster  is een uit drie blokvormige vleugels bestaand pand, in neogotische stijl, dat op korte afstand van de oude doorgaande weg tussen Nijmegen en Bergen op Zoom is gebouwd. Het gebouw is nog nagenoeg geheel in oorspronkelijke staat. In 1924-'25 is de bekroning van de geveltoren vervangen. 
Het heeft een bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur, wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek. En is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur.
Rond het gebouw bevindt zich een tuin in de Engelse landschapsstijl. 

1880: Na het overlijden van Mgr. De La Geneste kochten de Jezuïeten de rest van het tegenwoordige landgoed Mariëndaal. Op Mariëndaal is nog de sokkel te vinden waar ooit het borstbeeld van Mgr. De La Geneste heeft gestaan. 

1966: Het klooster  met landgoed werd verkocht aan de Sint-Jozefstichting, die de opvang voor mensen met een verstandelijke beperking verzorgde. Het kreeg de naam “De Binckhof”. Nadat de cliënten van De Binckhof in de jaren ’80 het klooster verlieten, heeft het jarenlang leeggestaan.

DE JEZUïETEN

De paters deden aan zielzorg in de omgeving en leidden missionarissen op die onder meer naar Java werden uitgezonden. Tot de velen, die hun noviciaat in Mariëndaal aanvingen, behoren de theoloog Piet Schoonenberg, de Generaal-overste Peter-Hans Kolvenbach, de Amsterdamse pastor Jan van Kilsdonk, de in Dachau omgekomen rechtsgeleerde Prof. Robert Regout, hoogleraar Javaans dr. Piet Zoetmulder en de linguïst dr. Jac. van Ginneken.
Priesters die de orde gedwongen of vrijwillig verlieten waren onder meer liturgie-ijveraar Huub Oosterhuis en componist Bernard Huijbers.

In de gloriejaren, vooral vlak na de Tweede Wereldoorlog, meldden zich jaarlijks op 7 september wel zo'n 25 kandidaten voor de orde. In de jaren zestig was dat geheel voorbij. Met af en toe één kandidaat, werd een voor hem afgestemd programma aangeboden. Voor Mariëndaal als Jezuïetenhuis was toen allang geen emplooi meer. 
De Jezuïeten probeerden zoveel mogelijk zelf in hun levensbehoefte te voorzien. Zo was er achter het klooster een visvijver en verder op het terrein een boomgaard. In 1965 vierde de Jezuïeten hun eeuwfeest en in 1966 namen ze afscheid van Velp om een nieuw gebouw in Venlo te betrekken. Leest u aub verder onder de foto.

Klooster Mariendaal

DE BEWONERS VAN MARIËNDAAL

Mensen met een verstandelijke beperking
In 1966 werd klooster met het landgoed  verkocht aan de Sint-Jozefstichting, die de opvang voor mensen met een verstandelijke beperking verzorgt, en die gaf het de naam “De Binckhof”. Bewoners van “De Binckhof” hielpen o.a. mee in het onderhoud van het park.

In de jaren 80 van de vorige eeuw werden op het omringende landgoed paviljoens voor deze mensen gebouwd. Later werd deze stichting omgedoopt in "Vizier" en heet nu "Dichterbij". Toen  het aantal cliënten af nam bouwde men op een ander deel van het landgoed aan de Kastanjelaan en het Lindeplein nieuwe huizen voor hen. Er is gekozen voor een ontwerp dat aan een dorpsstructuur doet denken, met verschillende kleuren en materialen om de herkenbaarheid te vergroten. Anno 2014 wonen er ongeveer 90 mensen met een verstandelijke beperking.

Een gedeelte van het landgoed werd verkocht aan "Parkvisie",  een projectontwikkelaar. Deze wil op een deel van het terrein woningen voor reguliere inwoners van Velp realiseren.De overdracht heeft echter nog niet plaatsgevonden (apr. 2014). Omstreeks 2010 ontstonden er plannen om 91 woningen te bouwen bij ’t Trefpunt, op de plaats waar de oude paviljoens afgebroken waren. Door de ingestorte woningmarkt is dit plan (nog) niet gerealiseerd.

Toen de gemeente Grave een kapvergunning wilde verlenen vóór dat de bouwvergunning was afgegeven heeft IVN Grave dit tegen kunnen houden.
In de aanloop tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 uitte een lokale politieke partij de wens om dit plan weer vlot te trekken. 

Zorghotel

Het kloostergebouw, een Rijksmonument, bleef behouden. 
Sinds 2010 is in het oude klooster Zorghotel Grave/Zorgresidentie Velp met 48 appartementen gevestigd. Het oude klooster is hiervoor grondig  gerestaureerd met veel respect voor de oude elementen. Eigenaar van het oude klooster is een particulier. Zorghotel Grave is gevestigd in het majestueuze kloosterpand van Zorgresidentie Velp. Bij Zorghotel Grave krijgt u in een prachtige omgeving de zorg en aandacht die u verdient. Hier kunt u alleen of samen met uw partner onbezorgd verblijven. U kunt gebruik maken van de vele voorzieningen die we in huis hebben zoals dagbesteding, een à la carte restaurant, grand café en fitness. 

VERDER VINDEN WE  OP LANDGOED MARIËNDAAL:

Brede school “de Verrekijker” Velp  (eigenaar gemeente Grave)
Sinds juni 2008 is basisschool St. Jozef uit Velp,  gevestigd in het gebouw "de Verrekijker". Dat delen  ze met “Kleur” (dagopvang voor kinderen met een verstandelijke beperking), peuterspeelzaal “Ukkepuk” en kinderdagverblijf “onder de boompjes”.  Iedere gebruiker heeft een eigen gedeelte in het gebouw. De basisschool telt ± 115 leerlingen.
Er is een schakelklas tot 12.00 uur voor kinderen die op het AZC wonen.

Gemeenschapshuis ‘t Trefpunt
Het dorpshuis van Velp  (eigenaar gemeente Grave, Beheer stichting Quadrant).

Zwembad
Binnen de ruimte van Zorghotel Velp is ook het oorspronkelijke binnenzwembad van de Binckhof gelegen. Dit zwembad is al geruime tijd buiten gebruik. 

Recreatie
Er is sprake van kleinschalig recreatief gebruik. Het betreft nu overwegend wandelaars. Indien het woningbouwproject alsnog doorgaat vrezen wij een grotere druk op dit gebied. 

EIGENDOM EN GEBRUIK

Het grootste deel van het  landgoed is eigendom van stichting Dichterbij. 
Een gedeelte  is verkocht aan “Parkvisie”. 

In 2011 is 2 ha voor 30 jaar in pacht gegeven aan de stichting “Buiten Gewoon” die er de kinderboerderij van de oorspronkelijke instelling “De Binckhof” beheert. Door vrijwilligers is deze kinderboerderij in 2012 geheel gerenoveerd en er is een educatief centrum gebouwd. Evenals voorheen  vinden er mensen met een verstandelijke beperking, tijdens weekdagen, hun dagbesteding. Zij verzorgen het terrein en de dieren. In de weekenden wordt dit door vrijwilligers gedaan.  In het “Buitenhuis” vindt IVN Grave sinds sept. 2012 onderdak.

31 Ha wordt beheerd door Brabants Landschap

GEOLOGIE EN LANDSCHAP VAN MARIËNDAAL

Het gebied  ligt in het grensgebied tussen het Maas-landschap en de Peelhorst. In het Pleistoceen (2588 miljoen jaar tot 1156 duizend jaar geleden) is door een vlechtende rivier grof, soms grindrijk zand afgezet.
Het gebied is over het algemeen bedekt met jongere afzettingen van meanderende rivieren. Hier en daar steken de pleistoceen zandruggen nog door dit dek heen en vormen hoogten in het landschap.

Sinds de laatste ijstijd werden de geulen van de vlechtende rivieren verlaten, waarbij de nog watervoerende geulen zich steeds dieper insneden. Dit was het gevolg van klimaatsveranderingen, waardoor de watertoevoer van de rivier regelmatiger en de sedimentlast geringer werd. Door het ontbreken van vegetatie werd, in de droge en zeer koude periodes, door de wind materiaal  verplaatst en elders weer afgezet. Al deze afzettingen hebben in de Roerdalslenk een dikte van 15 tot 45 meter.

Na de laatste ijstijd werd het klimaat milder. Het systeem van ondiepe, verwilderde geulen en beken veranderde in meanderende beken die zich in het landschap insneden. In de beekdalen werden zand en klei afgezet en vond lokaal veenvorming plaats. Door de toenemende vegetatie kwam een eind aan de natuurlijke zandverstuivingen en werden de dekzandruggen vastgezet. Door toedoen van de mens kwamen plaatselijk wel weer verstuivingen voor maar dat was het gevolg van kappen, branden en ontginnen. 

In de bedding van de rivier werd het grofste materiaal, voornamelijk zand en grind, afgezet. Bij overstroming werden zand en klei uit de bedding gelicht en op de oevers afgezet, waardoor oeverwallen ontstonden (zeer fijnzandig en zavelig materiaal). Verder van de rivier af kwam het overstromingswater tot rust en werd klei afgezet.

Het deel van het gebied Mariëndaal, wat ons adoptiegebied is,  is gesitueerd op een viertal verschillende gronden.
In het zuidelijkste stuk,  van de provinciale weg tot het meeste zuidelijke pad (asfaltpad) podzolgronden, het stuk tot de Kastanjelaan dikke eerdgronden (humusrijke bruine of zwarte grond) en daar noordelijker een stuk kalkloze zandgrond, het laatste stukje, daar waar de poel is gegraven, is rivierkleigrond.

Over het landgoed lopen enkele afwateringsslootjes die in noordelijke richting uitkomen in de Hertogswetering. Leest u aub verder onder de foto.

Mariendaal

NATUUR

Mariëndaal met zijn oude bebouwing maar ook oude, daardoor goed ontwikkelde, terreinen is voor de natuur een belangrijk gebied.
Het landgoed werd oorspronkelijk aangelegd in Engelse landschapsstijl. Er is een verbinding met het nieuwe natuurgebied Keent. Ten noorden van Oud-Velp liggen de uiterwaarden van de Maas en ten zuiden van Nieuw-Velp ligt de Reekse Heide.

Het bosgedeelte (plm. 33 ha)  bestaat hoofdzakelijk uit bos, afgewisseld met enkele kleine graspercelen. In de uitloop naar het noorden, aan de westzijde van het landgoed, ligt een grote vijver.
Het park wordt gekenmerkt door een lanenstructuur die voor het grootste deel intact is gebleven. Door de afwisseling van oud en nieuw bos, open en gesloten structuur biedt dit landgoed onderdak aan vele soorten dieren en planten. Voor en achter het klooster staan een aantal indrukwekkende monumentale bomen waaronder beuken (rode en bruine), inlandse en amerikaanse eiken, linden en een paar tamme kastanjes.

In de 60-er jaren werd de  vijver aangelegd op het landgoed. (De oorspronkelijke vijver uit 1865 was al veel eerder gedempt) Het functioneerde als buitenzwembad voor de bewoners van de Binckhof en inwoners van Velp. De vrijgekomen humusrijke grond is verkocht t.b.v. woningbouw projecten in de wijk Lindenholt (Nijmegen). Na het in gebruik nemen van de vijver bleek dat hij te diep was geworden en is er een afzetting tussen ondiep en diep gekomen. Tegenwoordig wordt de vijver als visvijver gebruikt. Leest u aub verder onder de foto.

Vijver Mariendaal

Persbericht 2007:
BRABANTS LANDSCHAP ONDERHOUDT LANDGOED MARIËNDAL (WAS "DE BINCKHOF")

De stichting Het Noordbrabants Landschap (Brabants Landschap) strijdt sinds1932 voor het behoud van natuur- en landschapsschoon. In 2005 is Brabants Landschap door Stichting Dichterbij benaderd om de natuurgedeelten (31 ha) van haar eigendom “De Binckhof” in Velp te gaan beheren. Uiteindelijk is dit voornemen bekrachtigd in een erfpachtovereenkomst. In overleg met Stichting Dichterbij is het gebied omgedoopt in landgoed Mariëndal. Sinds 1 juni 2007 is Brabants Landschap verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een gedeelte van landgoed Mariëndal. 

Bosbeheerplan

Brabants Landschap laat zich ten aanzien van het bosbeheer leiden door het bosbeheerplan dat in 2003 in opdracht van Stichting Dichterbij door een adviesbureau is opgesteld. De graslanden worden op een meer natuurgerichte wijze beheerd. Brabants Landschap heeft de volgende doelstellingen voor het landgoed geformuleerd:
• Behoud en ontwikkeling van de lanen.
• Behoud en ontwikkeling van een natuurlijk bos (soortensamenstelling, structuurvariatie en leeftijdsamenstelling).
• Behoud en ontwikkeling van bloemrijke graslanden waarin de verschillen in voedselrijkdom en vochtigheid in de vegetatie zichtbaar zullen zijn.
• Behoud en ontwikkeling van dassenleefgebied.
• Behoud van extensief recreatief medegebruik, met nadrukkelijk aandacht voor mensen met een fysieke of geestelijke beperking, waardoor het publiek kan blijven genieten van of begrip en waardering kan krijgen voor het landgoed en haar natuurkwaliteiten.

Interne wegen afgesloten
Op korte termijn sluit Brabants Landschap, in overleg met Stichting Dichterbij, alle interne wegen af voor gemotoriseerd verkeer. Hierdoor komt er meer rust op het landgoed  voor zowel de recreant als de inheemse fauna. Tevens wordt hiermee voorkomen dat er nog langer afval in het natuurgebied gestort kan worden. Bij de afsluitingen, eenvoudige houten slagbomen en houten paaltjes, worden openstellingborden geplaatst. Op deze borden staan de spelregels voor de bezoekers van het landgoed vermeld. Bij het plaatsen van de afsluitingen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de minder valide bezoeker.

Paden en lanen
Het huidige padenpatroon, met uitzondering van één pad, verandert vooralsnog niet. Het pad dat voor alle publiek wordt afgesloten, loopt dwars over een dassenburcht. Ook om het leefgebied van de das te verbeteren is afsluiten noodzakelijk. Over het algemeen blijven de huidige afvalbakken, op verzoek van de gemeente Grave, gehandhaafd. Deze zullen dan ook door de gemeente geleegd worden. Vanaf komend najaar worden in de prachtige lanen de ondergroei en de dode bomen
verwijderd. Hierdoor krijgt men weer het gevoel in een laan te wandelen en wordt het risico van takval verminderd. Tevens wordt een klein stukje nieuwe laan aangeplant.

Bos en grasland
De graslanden worden van een veekerend raster voorzien. Vervolgens wordt er vanaf mei 2008 door een plaatselijke boer, met een lage dichtheid, vee ingeschaard. Door middel van uitdunning wordt invulling gegeven aan de doelstelling voor de bossen. Dit betekent dat individueel en (kleinschalig) groepsgewijs bomen verwijderd worden. De gewenste bomen krijgen hierdoor betere mogelijkheden om uit te groeien en er ontstaat meer variatie in structuur, leeftijd en soorten. Brabants Landschap richt zich vooral op inheemse soorten (zomereik, beuk en berk), maar ook de uitheemse soorten (amerikaanse eik en douglas) houden een bescheiden plaats in het bosbeeld.

Uitvoering werkzaamheden
Alle werkzaamheden gaan in nauw overleg met Stichting Dichterbij. Waar mogelijk worden bij de uitvoering zorgvragers van Stichting Dichterbij betrokken. Brabants Landschap gaat ook  samenwerken met Stichting Buitengewoon, vooral op het terrein van voorlichting en educatie. Er is afgesproken dat de paardenstalling en de loods tot uiterlijk 1 januari 2009 op de huidige plaats gehandhaafd blijven. Na de sloop wordt het perceel als grasland beheerd. Vissen op de grote vijver blijft mogelijk. 
Met de hengelsportvereniging wordt een gebruiksovereenkomst afgesloten. Het beheer wordt uitgevoerd door districtsbeheerder de heer M. Fliervoet en beheerder de heer T. de Mol (06-52318832).

Persbericht:
5 MAART 2014: MARIËNDAAL NOG MOOIER

Dunnen voor meer leven 
Een saai populierenbos wordt omgezet in een Hof van Eden. Niet schrikken dus als u motorzagen hoort, het is een noodzakelijk kwaad en duurt niet langer dan een week.

Mediteren en plezieren 
Na Carnaval worden uitdunningen uitgevoerd op landgoed Mariëndaal onder Velp, gemeente Grave. Trouwe bezoekers van dit voormalige buitenverblijf van de Jezuïeten hoeven niet bang te zijn dat dit ten koste gaat van de schoonheid. Het goed staat vooral bekend om de prachtige beukendreven waar de paters graag doorheen liepen om te mediteren. Die blijven ongemoeid. Het zijn juist de monotone populierenplantages die worden aangepakt. De natuurwaarden zijn er gering, de biodiversiteit ligt er laag. Dat komt omdat alle populieren, kaarsrecht in het gelid, even oud en hoog zijn. Dat is niet alleen saai, het maakt ook dat er maar weinig soorten planten en dieren voorkomen. Door plaatselijk te kappen, scheppen we ruimte voor het ontkiemen van andere soorten bomen, struiken en kruiden.

Fluwelen struwelen 
Vooral de overgangen van open naar gesloten ruimtes willen we stimuleren, de zogenaamde “zomen en mantels”. U moet daarbij denken aan struwelen van wilde roosachtige, meidoorn en sleedoorn. Eerst door hun bloei en later door hun vruchten worden ze druk bezocht door insecten, vlinders, bijen, vogels en zoogdieren. Ook de mens, als liefhebber van geuren, kleuren en vruchten, valt op dit type landschap.
 
Hout uit eigen woud is niet fout 
De werkzaamheden zullen een week in beslag nemen. Het hout wordt afgevoerd, je kunt populierenhout voor veel zaken aanwenden, de takken blijven liggen omdat dieren er zich graag in verschuilen o.a.  egels, kleine marterachtigen of nestelen van vogels zoals het winterkoninkje. 

WAARNEMINGEN

Onze inventarisaties betreffen de directe omgeving van ons wandelpad, dat zich bevindt op het gedeelte dat Brabants Landschap beheert.

BOMEN EN STRUIKEN
Men vindt hier prachtige lanen van meer dan honderd jaar oude beuken waar je, in gedachte, de paters nog ziet brevieren. Er zijn ook lanen met even oude eiken. Tussen deze lanen liggen verschillende typen bosjes met loof- en naaldbomen en enkele grasveldjes. Aan de westkant ligt ook een vijver. 

Gewone vlier          (Sambucus nigra)
Rhododendron
Beuk                        (Fagus sylvatica)
Haagbeuk              (Carpinus betulus)
Amerikaanse eik   (Quercus rubra)
Europese lariks     (Larix decidua)
Gewone braam     (Rubus fruticosus)
Wilde lijsterbes     (Sorbus aucuparia)
Gewone esdoorn  (Acer pseudoplatanus)
Reuzenspar           (Abis grandis)
Trosvlier                 (Sambucus racemosa)
Spaanse aak          (Acer campestre)
Gele Kornoelje      (Cornus Mas)
Populier                 (Populus)

PLANTEN 
We zien nu op Mariëndaal wel een grote variatie aan kruidachtige, maar geen bijzondere. Mogelijk omdat er in het verleden veel aan gedaan is om een keurig onderhouden park te creëren. De wijze van beheer door Brabants Landschap zorgt, naar verwachting, voor een grotere variatie in de toekomst.

Een van de planten, die we op Mariëndaal vonden,  is de brede wespenorchis. De Brede wespenorchis - Epipactis helleborine is een snel opvallende orchideeënsoort. Deze soort groeit ook op beschaduwde plaatsen. De planten kunnen redelijk fors uitgroeien en de bloemen zijn variabel van licht groengeel tot rood.

Stinkende gouwe                    (Chelidonium majus)
Gewone salomonszegel         (Polygonatum multiflorum)
Scherpe boterbloem              (Ranunculus acris)
Kruipende boterbloem          (Ranunculus repens)
Grasmuur                                 (Stellaria graminea)
Rankende helmbloem            (Ceratocapnos clavitulata)
Rode klaver                              (Trifolium pratense)
Knopig helmkruid                   (Scrophularia nodosa)
Pitrus                                         (Juncus effusus)
Speerdistel                               (Cirsium vulgare)
Gestreepte witbol                   (Holcus lanatus)
Klein springzaad                      (Impatiens parviflora)
Hondsdraf                                (Glechoma hederacea)
Gewone reigersbek                 (Erodium cicutarium)
Akker-vergeet-me-nietje         (Myosotis arvensis)
Gewoon vingerhoedskruid     (Digitalis purpurea)
Veldzuring                                  (Rumex acetosa)
Ridderzuring                             (Rumex obstusifolius)
Duizendblad                              (Achilles millefolium)
Lievevrouwebedstro                (Galium adoratum)
Kleefkruid                                  (Galium aparine)
Kamperfoelie wilde                  (Lonicera peridymenum)
Madeliefje                                  (Bellis perennis)
Brunel                                         (Prunellla vulgaris)
Witte klaver                                (Trifolium repens)
Hopklaver                                   (Medicago lupulina)
Echte koekoeksbloem              (Lychnis flos-cuculi)
Klein streepzaad                       (Crepis capillaris)
Glidkruid blauw                         (Scrutellaria galericulata)
Moeras-vergeet-me-nietje      (Myosotis palustris)
Kattestaart                                 (Lythrum salicaria)
Wondklaver                               (Anthyllis vulneraria)
Akkerkool                                   (Lapsana communis)
Gewone hennepnetel              (Galeopsis terrahit)
Jacobskruiskruid                       (Senecio jacobaea)
Hazepootje                                (Trifolium arvense)
Kale Jonker                                 (Cirsium palustra)
Gevlekt longkruid                     (Pulmonaria officinalis)
Moerasspirea                            (Filipendula ulmaria)
Gewone wederik                      (Lysimachia vulgaris)
Dagkoekoeksbloem                 (Silene dioica)
Zwaluwtong                              (Polygonum convolvulus)
Akkermelkdistel                        (Sonchus arvensis)
Wolfspoot                                  (Lycopus europaeus)
Hengel                                        (Melampyrum pratense)
Vogelwikke                                (Vicia cracca)
Koninginnekruid                      (Eupatorium cannabinum)
Zwarte nachtschade               (Solanum nigrum)
Grote brandnetel                    (Urtica dioica)
Knikkenend wilgenroosje      (Chamerion angustifolium)
Bitterzoet                                 (Solanum dulcamara)
Viltige duizendknoop             (Polygonum lapathifolium)
Perzikkruid                              (Polygonum persicaria)
Canadese fijnstraal                (Conyza canadensis)
Bosanemoon                          (Anemone nemorosa)
Salomonszegel                       (Polygonatum)

MOSSEN 
Haarmos                            (Polytrichum formosum)
Sterremos                          (Mnium hornum)
Weidehaakmos                 (Rhytidiadelphus squarrosus)
Peermos                             (Pohlia nutons)
Groot laddermos              (Pseudoscleropodium purum)

VARENS
Stekelvaren                       (Dryoptens dilatata)

PADDENSTOELEN
Door de vele variaties in de vegetatie staat landgoed Mariëndaal bekend om de enorme hoeveelheid en soortenrijkdom aan paddenstoelen. De gevonden soorten variëren per jaar. Het aantal soorten ligt per jaar rond de vijftig.

Het ontstaan van een Paddenstoel
Een paddenstoel heeft sporen en deze hebben geen reservevoedsel. Ze moeten dus direct op een gunstige plek terecht komen om verder in hun eigen levensbehoeften te kunnen voorzien.
Zo niet, dan hebben ze pech en gaan dood. Daarom produceren ze heel veel sporen. Komt de spore op een goed substraat terecht dan gaat hij kiemen en neemt voedingsstoffen uit het betreffende substraat op en door celdelingen gaat het een netwerk vormen en dat noemen we het mycelium.
Als twee myceliumstrengen elkaar kruisen en ze zijn van dezelfde soort schimmel maar van verschillend geslacht dan krijg je een celfusie en er komt een paddenstoel (vruchtlichaam) bovengronds.

Je hebt o.a. plaatjeszwammen, buisjeszwammen, stuifzwammen, bekerzwammen, houtzwammen, korstzwammen, knotszwammen, koraalzwammen en trilzwammen.

Heksenboleet                               (Boletus erythropus)    
Gewoon elfenbankje                   (Trametes versicolor)
Honingzwam                                (Armillaria mellea)
Valse Hanekam                            (Cantharellus cibarius)
Panteramaniet                             (Amanita pantherina)
Spekzwoerdzwam                       (Merulius tremellosus)
Langsteelfranjehoed                  (Psathyrella conopilus)
Judasoor                                       (Auricularia auricula-judae)
Platte tonderzwam                     (Ganoderma applanatum)
Geweizwam                                  (Xylaria hypoxylon)
Russula                                          (Russulaceae)
Goudgele Bundelzwam              (Pholiota flammans)
Grote stinkzwam                          (Phallus impudicus)
Kleine stinkzwam                         (Mutinus caninus)
Heksenboter                                 (Fuligo septica)
Paardehaartaailing                      (Marasmius androsaceus)
Witte kluifzwam                           (Helvella crispa)
Zwavelkopjes                                (Hypholoma fascicular)
Gele knolamaniet                        (Amanita citrina)
Regenboogrussula                      (Russula cyanoxantha)
Rode zwavelkop                           (Psilocybe sublateritia)
Draadknotszwam                        (Macrotyphula juncea)
Nevelzwam                                   (Clitocybe nebularis)
Grijze buisjeszwam                      (Bjerkandera adusta)
Berkenzwam                                 (Piptoporus betulinus)
Aardappelbovist                           (Scleroderma citrinum)
Kastanjeboleet                              (Boletus badius)
Scherpe schelpzwam                   (Panellus stipticus)
Vliegenzwam                                 (Amanita muscaria)
Rodekoolzwam/Amethiszwam   (Laccaria amethystea)
Gewone Botercollybia                  (Collybia butyracea)
Dwergwieltje                                  (Marasmius bulliardii)
Muizenstaartzwam                       (Baeospora myosura)
Dennenvlamhoed                         (Gymnopilus penetrans)
Graskleefsteelmycena                  (Mycena epipterygia)
Oranjedruppelzwam                     (Dacrymyces stillatus)
Gele korstzwam                             (Stereum hirsutum)
Trechterzwam                                (Clytocybe)
Waaiertje                                         Schizophyllum commune)
Roestbruine kogelzwam               (Hypoxylon fragiforme)
Zwerminktzwam                            (Coprinus disseminatus)
Honinggeel mosklokje                  (Galerina pumila)
Grote bloedsteelmycena              (Mycena haematopus)
Pijpknotszwam                               (Macrotyphula fistulosa)
Paarse knoopzwam                       (Ascocoryne sarcoides)
Geel  hoorntje                                 (Calocera cornea)
Plooivlieswaaiertje                          (Plicatura crispa)
Zwartgroene melkzwam                (Lactarius necator)
Eikhaas                                             (Grifola frondosa)

VOGELS
Deze bijlage geeft een overzicht van de in 2013 uitgevoerde vogelinventarisatie van ons afstudeer- gebied Mariëndaal.  Voor de telling is op advies van SOVON gekozen voor broedvogelmonitoring van alle soorten genaamd de BMP-A telling. Dit houdt in dat er inventarisatie plaats vond volgens een strak schema van alle aanwezige soorten in een telgebied van 10 tot 250 ha. Ons gebied voldeed hieraan want het betreft een grootte van ongeveer 100 ha. Het telgebied is in de periode maart/juni 2013, 6 keer bezocht in de vroege ochtend. Gebruik werd gemaakt van een de veldkaarten van dit gebied aangeleverd door SOVON.
Er is een vaste looproute vastgelegd die we bij elke bezoekronde moesten afleggen. 
Er zijn 3 startpunten gekozen, die wisselden bij elk bezoek, zodat er spreiding van bezoektijden in het gebied kwam. 
Op de veldkaarten werden, met afkortingen, de aanwezige vogels nauwkeurig genoteerd, op de plaats van waarneming met de notatie van de vijf categorieën van waarnemingen van broedvogels.
Dit zijn :
Waarneming van volwassen individu in geschikt broedbiotoop. (broedcode 1)
Waarneming van paren in geschikt broedbiotoop.  (broedcode 3)
Territorium- indicerende waarneming in geschikt broedbiotoop. (broedcode 2,5)
Nest- indicerende waarneming.  (broedcode 6,7,8,9,10,11,12,14)
Nestvondsten (broedcode 13,15,16) Zie SOVON handleiding.
Deze gegevens zijn digitaal doorgegeven en Sovon medewerkers hebben daar met behulp van een softwareprogramma een analyse en overzicht van gemaakt wat toegevoegd is. .

Verklaring van de tabelkolommen:
Aantal autocluster terterritoria: aantal territorium gebieden in het waarnemingsvak
Hoogste broedcode: Zie hierboven geplaatste tekst. 
Aantal norm bezoeken: aantal bezoeken wat in de telperiode is gebracht aan het waarnemingsvak.
Totaal aantal in plot: aantal waarnemingen in het waarnemingsvak.
Aantal buiten plot: aantal waarnemingen buiten het waarnemingsvak.
Aantal niet bruikbare waarnemingen: waarnemingen welke niet gehonoreerd kunnen worden wegens b.v. territorium overschrijding binnen het waarnemingsvak of onvoldoende waarnemingen in de telrondes. 


INGEKORTE LIJST  CONFORM DE SOVON BMP-A TELLING
euring    soort                        aantal broedparen         hoogste broedcode
1660      Canadese Gans                1                                          12
4290      Meerkoet                           1                                            6
6680      Holenduif                          1                                          13
6700      Houtduif                            4                                            9
6840      Turkse Tortel                     1                                            2
8560      Groene Specht                  2                                            2
8760      Grote Bonte Specht         4                                             6
8870      Kleine Bonte Specht        1                                             7
9920      Boerenzwaluw                  1                                             9
10090      Boompieper                    1                                            2
10660      Winterkoning                14                                            2
10840      Heggenmus                     2                                            2
10990      Roodborst                     15                                             2
11870      Merel                              10                                            2
12510      Kleine Karekiet                3                                            2
12760      Tuinfluiter                        2                                            2

 euring    soort                    aantal broedparen         hoogste broedcode
12770      Zwartkop                       15                                             2
13110      Tjiftjaf                             11                                             2
13120      Fitis                                   3                                             2
14370      Staartmees                      1                                             3
14620      Pimpelmees                    7                                             2
14640      Koolmees                       11                                          15
14790      Boomklever                     5                                             2
14870      Boomkruiper                 12                                            2
15080      Wielewaal                         1                                            2
15390      Gaai                                   2                                            2
15600      Kauw                                 6                                          16
15671      Zwarte Kraai                    1                                            9
15820      Spreeuw                           5                                          16
16360      Vink                                 17                                            2
16490      Groenling                         2                                            3
16530      Putter                               1                                            1

*In de jaren na deze telling is er regelmatig opnieuw geïnventariseerd. Kijkt u voor de resultaten hiervan op onze pagina van de Vogelwerkgroep.

DE POEL
In 2011 heeft Brabants Landschap 2 nieuwe poelen op Mariëndaal aangelegd.
Deze poelen zijn gegraven om wat meer variatie in het terrein te brengen.
Meer  variatie betekent altijd meer planten- en diersoorten.
Deze poel, dient als groeiplaats voor  waterplanten en als leefgebied voor diverse insecten, Libellen, Kikkers, Padden, Salamanders [amfibieën] maar ook een  drinkplaats voor vogels en zoogdieren zoals  Das, Ree, Vos.
Niet alleen de poel maar ook de kant  met zijn begroeiing is zeer geschikt voor insecten om hun nest te kunnen maken  en biedt ook schuilmogelijkheden voor de amfibieën. Leest u aub verder onder de foto.

Poel Mariendaal

Wanneer?
Poelen bestaan al sinds de “uitvinding” van de landbouw. Voor het verbouwen van gewassen en houden van huisdieren was dat nou eenmaal noodzakelijk. Het vee dat de mens weidde had behoefte aan plaatsen met permanent drinkwater. Men groef hiervoor poelen.
Waar?
Poelen vind (vond) je vooral in graslandgebieden op iets hoger gelegen gronden waar geen sloten zijn waar het vee  kan drinken. Poelen vind je dus vooral in het oosten en zuiden van ons land. Op plaatsen waar alleen akkerbouw is, vind je dus doorgaans geen poelen.
In de 2e helft van de twintigste eeuw door de schaalvergroting haar verdwenen kleine landschapselementen als poelen, bosjes, houtwallen en heggen als sneeuw voor de zon. Door het verdwijnen van de poelen viel er voor veel planten en dieren niet veel meer te beleven. Vanaf de jaren ’70 hebben natuurorganisaties op graslanden die zij in beheer hebben, veel poelen hersteld of aangelegd.

Planten  in de poel
De producenten, allerlei organismen die bladgroen bevatten planten en algen. Van de planten zien we de drijvende (krozen die dichte kussens vormen op het wateroppervlak) en in de bodem wortelende.

In “onze” poel vonden we o.a.:  
Waterviolier                                      (Hottonia palustris
Lis                                                       (Iris pseudacorus) 
Lisdodde                                           (Typha latifolia) 
Sterrekroos                                      (Lemna trisulca)
 Grof hoornblad                              (Ceratophyllum demersum) 
Waterweegbree                              (Alisma plantago-aquatica) 
Blaartrekkende boterbloem         (Ranonculus sclereratus) 
Vederkruid                                      (Myriophyllum aquaticum) 
Gekroesd fonteinkruid                 (Potamogeton crispus) 
Mannagras                                      (Glyceria fluitans)

Dieren:
De consumenten, zijn organismen die zich met planten voeden en de dieren die zich daar weer mee voeden. De in planten opgeslagen energie komt dus terecht in planteneters en daarna weer in vleeseters. Voor poelen kenmerkende planteneters zijn watervlo, spinnende watertor en, hoe kan het ook anders, poelslak. De diertjes moeten het zwaar te verduren hebben, want het lijkt wel of het aantal vleeseters in een poel veel hoger ligt, waarvan de een nog vervaarlijker oogt dan de ander. 

 In “onze” poel vonden we op 25 april en 1 mei 2014: 

Amfibieën:
Bruine kikker                        (Rana temporaria)
groene kikker                       (Rana esculenta synklepton) 
paddenvisjes vd gewone pad (Bufo bufo), 
alpenwatersalamander      (Mesotriton alpestris (synoniem: Triturus alpestris)) 
kleine watersalamander    (Lissotriton vulgaris (synoniem: Triturus vulgaris)) 
bastaard kikker                    (Rana klepton esculenta) 

Insecten: 
Watervlo                               (Cladocera)  
schrijvertje                            (Gyrinus natator)  
waterschorpioen                  (Nepa cinerea) 
larve van de platbuik           (diverse stadia) 
vrouwtje platbuik                 (Libellula depressa) 
larve van de libellen, 
larve waterjuffer                   (familie Coenagrionidae) 
2 verschillende kokerjuffers.

Kevers:  
bruine duiker                          (Colymbetes fuscus) 
geelgerande watertor            (Dytiscus marginalis)                                                   en  larve van de geelgerande watertor, 
spinnende watertor               (Hydrophilus aterrimus)  
tuimelaar                                 (Cybister lateralimarginalis) 
bootsmannetjes                      (Notonecta glauca)
Verder vonden we ook enkele zoetwatermosselen (familie Unionidae).

Reducenten, de afvalopruimers. Zij zetten het dode materiaal van planten en dieren weer om in mineralen, de bouwstoffen voor plantaardige organismen. Daarmee is de voedselkringloop gesloten.
In deze poel vonden we poelslakken (familie Lymnaeidae).

Bij de poel zien wij een wissel die ontstaan is door de zoogdieren die er gaan drinken.

GALLEN
Galappel
Lensgal
Ananasgal
aardappelgal

ZOOGDIEREN
Op landgoed Mariëndaal bevindt zich een bewoonde dassenburcht. De dassen  (Meles meles) foerageren vanuit hun burcht op de aanwezige graslanden.
Konijnen  (Oryctolagus cuniculus) en eekhoorns (Sciurus vulgaris) wonen er ook en als je geluk hebt kun je zomaar een vos (Vulpes vulpes) of ree (Capreolus capreolus) waarnemen.
Ook de Mol (Talpa europaea) laat er zijn sporen achter.
Vleermuizen : De vleermuizen verblijven vooral in de oude bomen. In 2013 is nog een kraamkamer van de Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) waargenomen.  Wij hebben in het kader van dit project geen onderzoek naar de vleermuizen verricht.

INSECTEN
Bont zandoogje                   (Pararge aegeria)
Azuurwaterjuffer                 (Coenagrion puella)
Elzenhaantje                         (Melasoma aenea)
Lederwants                          (Coreus marginatus)
Krasser                                  (Chorthippus parallelus)
Dambordvlieg                      (Sarcophaga carnaria)
Groot koolwitje                    (Pieris brassicae)
Bruin zandoogje                  (Maniola jurtina)
Oranje zandoogje               (Pyronia tithonus)
Huismoedertje                     (Noctua pronuba)
Hooibeestje                         (Coenonympha pamphilus)
Landkaartje                         (Araschnia levana) (zomerkleed)
Kleine rode weekschild     (Rhagonycha fulva)
Grasmot