Vlasakkers

Het gebied de Vlasakkers is voorlopig niet meer toegankkelijk voor publiek!!

 

Ligging
In de gemeente Soest. Ten ZO van Soestduinen en NO van Soesterberg. Op noordelijk gedeelte van de Utrechtse Heuvelrug

Hoe komt u er?
De ingang van de Vlasakkers ligt aan de Van Weerden Poelmanweg in Soest.  Parkeren: parkeerterrein bij de Spottersplaats van vliegveld Soesterberg. (klik hier voor de routebeschrijving)

De Vlasakkers is militair oefenterrein.
Het gebied is voorlopig niet toegankkelijk voor publiek!!
(voorheen:alleen in het weekend opengesteld, maar niet ieder weekend)
Verboden te roken of vuur aan te leggen!!
Honden
: Aangelijnd!

Eigenaar: Ministerie van Defensie.
Omvang: Vlasakkers is 260 hectare groot.

Verklaring naam
De naam 'Vlasakkers' verwijst naar de vroegere vlasteelt die hier plaatsvond. Vlas werd gewonnen om touw van te maken en lijnzaadolie.

Geschiedenis
De Vlasakkers ligt op een van oost naar west lopende heuvelkam van de Utrechtse Heuvelrug. Het is een gebied met veel reliëf wat duidelijk onder invloed heeft gestaan van de gletsjers in de ijstijden. De gletsjers hebben rivierzand voor zich uitgeschoven en hier opgestuwd. Het hoogste punt op De Vlasakkers is 54 meter.
In het gebied liggen een aantal grafheuvels. Door die hoogte was het gebied geschikt voor graven die droog moesten liggen.

Natuur en militair oefenterrein gaan goed samen
Sinds 1872 is het gebied militair oefenterrein. maar specifieke oefeningen, zoals  het rijden met militaire voertuigen of het opslaan van een bivak, zijn alleen in speciaal daarvoor aangewezen terreindelen toegestaan. In grote stukken van De Vlasakkers wordt de natuur met rust gelaten.
Periodiek wordt het gebied gevolgd door een gespecialiseerde organisatie. Daarbij blijkt steeds weer dat de natuurwaarden in dit gebied bovengemiddeld zijn. 

Wat kunt u in dit gebied verwachten?
Prachtige vergezichten, paars ingekleurd tijdens de bloei van de heide.
Tenminste, als de larve van het heidehaantje (een keversoort, behorend tot de familie van de haantjes) er niet al te veel heeft huisgehouden. Vraat van dit diertje aan heideplanten veroorzaakt bruinkleuring van de heide.
Gelukkig is ook het zeldzame Hiërogliefenlieveheersbeestje op De Vlasakkers waargenomen. Dit lieveheersbeestje voedt zich vooral met larven van het Heidehaantje (en met larven van andere bladhaantjes).

Eikenstrubbenbossen
Het gebied staat bekend om haar eikenstrubbenbossen. Een dergelijk bos werd om de tien tot vijftien jaar afgezaagd. De stobben ('strubben') werden gespaard, zodat de bomen opnieuw konden uitlopen.
Behalve eiken zijn er veel berken en af en toe een beuk, een grove den of een tamme kastanje.

Flora en fauna:
oa. Dalkruid, Dwergviltkruid, Echt duizendguldenkruid, Eenjarig hardbloem, Grote teunisbloem, Gewoon biggenkruid, Hengel, Sint Janskruid, Jacobskruiskruid, Kleine leeuwentand, Koningskaars, Rood guichelheil, Tormentil, Valse salie, Wilde kamperfoelie, Veldhondstong en Zeepkruid. Bijzonder: Grote wolfsklauw (Bron planten: Konvo KNNV Amersfoort e.o. - nr. 25 - augustus 2012)
In 2013 trof onze fotowerkgroep ook de Westerse Karmozijn aan.

Er leven veel reeën, vossen, konijnen. De zandhagedis komt er ook veel voor. In sommige waterbassins leeft de kamsalamander.
Een das is gesignaleerd, maar het is nog onduidelijk of hij/zij ook echt in het gebied leeft dan wel slechts op bezoek was.
Op de heide leeft de houtsnip.
Verschillende soorten libellen.
Vlinders oa: Bruin zandoogje, Bont zandoogje, boomblauwtje, icarusblauwtje, Groot dikkopje, Kleine vos en landkaartje

Paddestoelen:
Oa. de paarse ridderzwam, de nevelzwam, de vermiljoenhoutzwam, de berkenzwam en de Echte tonderzwam. En heksenboter, een slijmzwam, dwz. geen paddestoel en geen plant: de slijmzwammen zijn een eigen 'rijk' in de indeling van de levende organismen.

Reeënwissels
Dat er reeën in dit gebied zijn, is te zien aan de vele reeënwissels. Dit zijn vaste paadjes die de dieren jaar in jaar uit volgen. Langs de wissels zijn de kleine struikjes afgeknabbeld De kleine beukenboompjes laten ze meestal met rust,  reeën hebben een gevoelige mond en houden niet van de spitse knoppen van de beuk.
Op de grond kunnen reeënlegers worden aangetroffen, vaak op een hoger punt, onder bomen. Een ree wil op de grond liggen en niet op naalden en bladeren: hij maakt de grond vrij van naalden en bladeren. Reeën zijn zowel overdag als 's nachts actief. Ze gaan liggen om te herkauwen. Zijn ze daarmee klaar dan vervolgen ze hun pad. Een 'kudde' reeën noem je een 'sprong'.

Meer informatie
Rapport 'De bijdrage van Defensie aan de Nederlandse natuur'.