Windplanblauw en natuur, een dodelijke combinatie

Windmolens klinkt nostalgisch en ongevaarlijk, maar industriële windturbines (IWT’s) dekt beter de lading. Machines van 214 meter hoogte met wieken van meer dan 80 meter lang die met een snelheid van 370 km per uur rond draaien klinkt niet als iets dat samen gaat met de natuur. De bruine Kiekendief weet daar alles van.

Windplanblauw heeft dergelijk industrieel machines tegen de bosrand van Swifterbant gepland. Boeren zijn verantwoordelijk voor de monocultuur die er op landbouwgronden heerst en nu zijn ze als initiatiefnemers ook nog eens verantwoordelijk voor het aantasten van dat beetje biodiversiteit die juist in dit schaarse bos van Flevoland heerst.Slachtoffers windmolens

Flevoland kent ongeveer 1% bos en Windplanblauw (boeren) kiezen ervoor daar juist grote industriële windturbines te plannen en niet midden op hun eigen landbouwgrond. Vervolgens komt er een reclamecampagne: ‘We zijn zo goed bezig  voor de natuur, omdat we aan watercompensatie doen in het bos.’ Dat is geen gift, dat is eigen belang. Daarmee verliezen ze zelf geen grond om water te compenseren.

De ecologische nadelen van industriële windturbines zijn groot, vogels, vleermuizen en insecten worden in immense hoeveelheden dood gemept. Volgens de Universiteit Wageningen worden de gevolgen van vogelsterfte zwaar onderschat en kan een populatie tot 80% afnemen in 10 jaar (Ecology and Evolution, 2020). En deze industriële windturbines staan er minimaal 25 jaar! 

Vleermuizen hoeven niet eens in aanraking te komen met een wiek om gedood te worden. Het vacuüm dat wordt veroorzaakt door de enorme snelheid van de wiek zuigt letterlijk de lucht uit de longen. Adembenemend sterven ze door verstikking (Guidelines for consideration of bats in wind farm projects, Eurobats no.3)

Doodgeslagen insecten worden met duizenden kilo’s door speciale bedrijven van de rotorbladen verwijderd. In de publieke opinie doen insecten het niet erg goed, maar ze  zijn wel een essentieel onderdeel van de voedselketen en zeer bepalend voor biodiversiteit en evenwicht in de natuur.Windplan groen

Plaatsing zo dicht bij het bos  is extra schadelijk omdat er een serie van turbines komt te staan. Vogels moeten door deze barrière heen om van en naar het bos te komen. Aan de andere kant van het bos ligt het dorp en dat is niet de habitat waar de meeste vogels naar op zoek zijn.

In het gebied leven ook vele zoogdieren, waaronder sinds enkele jaren bevers. Er is al een burcht vernield door werkzaamheden gerelateerd aan de komst van de turbines. Het plaatsen van deze turbines gaat met enorm mechanisch geweld (gehei) gepaard en als de turbines draaien zal er constant geluidshinder en laag frequent geluid over en door het bos worden verspreid dat ver boven de 47 dB uit zal komen. Onze menselijke oren vinden constant geluid boven de 35 dB al zeer hinderlijk en er is wetenschappelijk geen bewijs dat dergelijke langdurige geluidsbelastingen veilig zijn. Dieren zijn veelal afhankelijk van hun gehoor, dus iedereen kan bedenken dat deze IWT’s geen positieve toevoeging zijn voor de dieren in dit kleine stukje bos.

Kortom: de gekozen plaatst tegen de rand van het kleine beetje bos dat we hebben is verre van een natuurvriendelijke actie. Wij  durven  de stelling wel aan dat Windplanblauw geen liefhebber is van de natuur, maar uitsluitend een liefhebber van de eigen portemonnee en daar mag iedereen, mens, dier en natuur best onder lijden. De boeren gaan vast weer verongelijkt reageren na een dergelijk stuk en er zal weer een campagne volgen dat ze zo goed zijn voor de natuur en zullen het schandelijk vinden dat ze zo worden weggezet, maar kom op zeg, met boerenverstand weet je dat IWT’s (de naam zegt het al) niet tegen een natuurgebied geplaatst moeten worden. Dus niet zielig doen en verantwoordelijkheid nemen voor je acties die (in ieder geval) 25 jaar invloed gaan hebben op de natuur die van iedereen is. Niet plaatsen dus!

Referentie:

Mortality limits used in wind energy impact assessment under estimate impacts of wind farms on bird populations, Peter Schippers, Ralph Buij, et al., Ecology and Evolution. 2020; 00:1–14.

Ingezonden door Marlies Zwanenburg