December – Vreemde eenden in de bijt

Dat is een vreemd gezicht. Daar waar de Wisentweg de Wisenttocht kruist, is het opeens een drukte van belang. Een grote groep eenden is er neergestreken. In deze tijd van het jaar zie je normaal gesproken hooguit een paar meerkoeten of een fuut of een groepje zwanen. Ook mooi trouwens vijf op en rij! Wanneer je de groep wat dichterbij haalt met de verrekijker (of de zoomlens van het fototoestel) zie je een paar vreemde eenden. Ik zie krakeenden en slobeenden.

De krakeend is een wat onopvallend, maar op het tweede gezicht beeldschoon eendje, sierlijk, net iets kleiner dan de wilde eend. Dichtbij komen was lastig, de dieren zijn behoorlijk schuw. Nu ik eenmaal een (goede) verrekijker heb, is mijn beeld van deze dieren behoorlijk veranderd. Mannetjes hebben een bruine kop en een opvallend zwarte kont. De rest van het lichaam is grijs met een fijne tekening, wat het beste te zien is op de borst. Ze zijn zo mooi en heel fijntjes getekend en ook veel sierlijker, met een fijnere snavel dan de wilde eend. De mannetjes zijn goed te herkennen aan de witte spiegel (een vlek op de vleugel). De vrouwtjes lijken veel op de wilde eend waaraan ze ook nauw verwant zijn. De witte spiegel, de witte buik en de oranje snavel vormen de belangrijkste kenmerken om vrouwtjes van wilde eenden te onderscheiden.KrakeendenDe krakeend lijkt voorkeur te geven aan gebieden die door de mens naar eigen hand zijn gelegd. Denk dan bijvoorbeeld aan grote open wateren in polders, waar dammen in geplaatst zijn. Dit kan te maken hebben met het ecosysteem dat op deze plekken ontstaat, zoals de groei van wieren.
Ze horen bij de grondeleenden, dat wil zeggen dat ze hun voedsel meestal aan het oppervlak van ondiep water zoeken of daaronder, door middel van grondelen (met de kop en de borst onder water zoeken naar voedsel).
Krakeenden zijn vooral planteneters (bladen, stengels en zaden), maar enig dierlijk voedsel is hun niet vreemd. Vooral tijdens de wintermaanden vormen insecten en bijvoorbeeld weekdieren een rijke aanvulling op hun dieet. Ook kan het zijn dat dergelijk voedsel deels 'per ongeluk' wordt gegeten, doordat bijvoorbeeld waterdiertjes zich in de vegetatie ophouden. De krakeend is een trekeend. In de winter vliegt hij naar warmere oorden. Vooral krakeenden uit de noordelijke regio’s van het verspreidingsgebied vertrekken naar het zuiden. De krakeenden in het zuiden blijven meestal op hun plek. In Nederland is de krakeend in de laatste decennia sterk toegenomen in aantal. Het aantal broedparen wordt geschat op 21.000 – 26.000.

‘Slob’, dat klinkt niet zo fijn. Het klinkt naar slordig, slonzig, slobberen. In het Engels betekent slob zoiets als sloddervos of sloeber. Maar de slobeend is allesbehalve een sloeber. Strak in de veren, kop in de nek en de prominente slobeendensnavel fier vooruit; zo kun je hem statig en onverstoorbaar zien dobberen.SlobeendEen snavel met een eend eraan vast, zou een aardige omschrijving zijn voor de slobeend. Met z’n lange snavel zeeft hij voedsel uit het water en de bodem.  De slobeend heeft een snavel met een spatelvorm die het slobberen van kroos en waterdiertjes een stuk efficiënter maakt. De slobeend zuigt water op aan de snavelpunt en perst het er weer uit aan de basis, waarbij voedsel wordt opgevangen door de extra lange lamellen. Het voedsel bestaat uit plantaardig en vooral dierlijk plankton en verder slakjes, insectenlarven, zaden en dergelijke. De voorkeursbiotoop van de slobeend zijn ondiepe zoetwaterwetlands in open gebieden. Liefst met een brede rietkraag of andere begroeiing langs de oeversMannetjes hebben in prachtkleed een groene kop, witte borst en kastanjebruine buik en flanken. Daarnaast is de binnenzijde van de voorvleugel lichtblauw van kleur, maar dit is alleen in vlucht goed te zien. Vrouwtjes lijken qua kleed op de wilde eend maar hebben een donkerbruine buik en de groene spiegel (op de vleugel bij de staart). Van alle eenden is de slobeend is misschien wel de meest ‘stabiele’. Rustig peddelend zeeft hij met zijn formidabele snavel voedsel uit het water, ondertussen de omgeving in het oog houdend. Kom je te dichtbij, dan zwemt hij langzaam en gelijkmatig bij je vandaan. Nee, de slobeend krijg je niet gek.

De slobeend staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. De aantallen ‘slobbers’ zijn sinds de jaren zestig als broedvogel met 25% tot 50% afgenomen. Het geschatte aantal broedparen is nog maar 6200 - 7500. In deze donkere tijden is kijken naar deze vreemde eenden een plezier. Zoek de natuur op!

Johan Bonsink