Column 2017-49 Wat flitst daar door de boom?

Goudhaan column IVN

 

Vanuit ons kamerraam op één hoog, hebben we een prachtig zicht op een grote conifeer bij de buren; waarschijnlijk een Levensboom. In deze boom  zit inderdaad volop leven. Het is een heel gedoe tussen de takken van in- en uitvliegende vogels. Vinken en groenlingen doen zich tegoed aan zaden in de kegels. Mezen zoeken insecten, spinnetjes en torretjes, tussen het loof en onder de schors. Hun spitse snaveltjes zijn daarop gebouwd.

Deze week werden we verrast door het rusteloos heen en weer flitsen tussen de takken, van een heel klein groenig vogeltje met een geel kuifje: een goudhaan.

Het kleinste vogeltje van Europa, met een lengte van 8.5 cm en   minder dan 5 gram zwaar. Zijn snaveltje is nog dunner en spitser dan dat van de mezen en hij kan uit de kleinste groefjes onder de schors zijn insecten en spinnetjes peuteren. Hij moet per dag minstens zijn eigen lichaamsgewicht eten, om in leven te blijven. In de korte winterdagen is het een hele klus om daarmee voor donker klaar te zijn. Om energieverlies in de nacht tegen te gaan, slapen ze dicht opeen; zetten hun veren bol en laten hun eigen temperatuur nog enkele graden zakken om minder warmte te verliezen.

Ze kunnen de kou goed verdragen, tot min 30 graden zelfs; als er maar voldoende voedsel is. Bij voorkeur leven en foerageren ze in de toppen van naaldbomen. Je ziet ze amper, maar als je jonge oren hebt kun je hun ijle, hoge zang goed herkennen. In de winter sluiten ze zich vaak aan bij mezengroepen en komen zo ook in onze tuinen terecht. Ze zijn monogaam. Waarschijnlijk hebben ze, door het strakke eet-regime, geen tijd om vreemd te gaan. Het vrouwtje selecteert haar man op  de kleur van zijn geeloranje kruin; hoe feller hoe beter. De ouders bouwen samen een nestje van mos en korstmos, bij elkaar gehouden door spinrag en bekleed met haren en veertjes. Bolrond, om alle 7 tot 12 eieren (1 cm en 0.7 gram) warm te houden. Een nieuw legsel wordt niet zelden al geproduceerd in een 2e nest, als de vader de eerste jongen nog aan het voeden is. Alles om te zorgen voor voldoende nageslacht om de 80%  sterfte te compenseren.

Laten we dan toch maar wat meer coniferen planten in onze tuinen om ook dicht bij huis van deze prachtige vogeltjes te kunnen genieten.

 

Gerda Veth, IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2017-49, 6 december 2017, pagina 2

Naar Columns 2017