Column 2017-33 Het geluid van een zwoele zomeravond

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisEvenals barbecueluchtjes hoort het ‘srie!-srie!’ van overscherende gierzwaluwen een beetje bij broeierige juli-avonden en als we willen dat deze vogels ons blijven bezoeken, zullen we aardiger voor ze moeten zijn.

Begin mei arriveren ze hier en momenteel, midden augustus, versterft hun gegier al weer en zijn de meesten op de terugweg naar Afrika.
Daar verblijven ze de rest van het jaar. Eigenlijk zijn het Afrikaanse broedtoeristen.

Als vliegen de essentie is van vogels, is de gierzwaluw misschien wel het beste gelukt. Voor hen is de grond een even vreemde verblijfplaats als voor ons de lucht. Ze eten en drinken vliegend en zelfs paren lukt ze op die manier. ‘s Nachts rusten ze door tot op grote hoogte te stijgen en zich halfslapend mee te laten voeren met luchtstromingen.

Pootjes om te lopen? Onnodig, zolang ze er maar mee kunnen kruipen en aan muren bungelen. Losgezongen als ze zijn van het aardoppervlak zouden ze vermoedelijk het liefst in de lucht willen broeden, maar voor de voortplanting moeten ze toch echt omlaag. Daarvoor komen ze speciaal uit Afrika naar onze steden en dorpen, in hun ogen een rotslandschap vol gaten en holen om eitjes in te leggen.

Maar waarom hier? Waarom zevenduizend kilometer vliegen? Wat is er mis met Afrika? Het antwoord is simpel: ‘s zomers is Europa een luilekkerland, waar een heuse insectenexplosie plaatsvindt en hoe noordelijker, hoe meer uren je je vol kunt proppen, in de poolstreek zelfs 24/7.

Sper de snavel open en insecten vliegen als gebraden kippetjes naar binnen. Gemengd met speeksel kneden ze er smakelijke balletjes van voor de jongen. Slecht weer in Nederland? Dan vliegen ze toch even naar Duitsland of België om insectenballetjes te maken! De jongen gaan in de spaarstand, een soort winterslaap, tot de ouders terug zijn.

We verwelkomden ze altijd, weinig vogels verorberen immers zulke hoeveelheden insecten, maar zoals ons platteland minder gastvrij is voor weidevogels, zijn onze steden en dorpen dat voor de gierzwaluw. Sloop en nieuwbouw veranderden de rotslandschappen van weleer in gladde wanden waarin nauwelijks broedgaatjes te vinden zijn.

Dat kan anders en hier en daar gebeurt dat gelukkig ook. Met speciale nestkasten, gevelstenen en dakpannen. Want wat is een zwoele zomeravond zonder hun gegier en sikkelvormige contouren in de lucht?

Europeaan of Afrikaan? Het zal ze worst wezen! Zoals alle vogels vliegen ze waar ze willen. Wereldburgers zijn het.

Jaap Kranenborg

Digitale krantversie Column 2017-33, 160817, pagina 4

Naar Columns 2017