Column 2017-27 Een kneu voor de camera

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisHet is een warme windstille lenteavond, ideaal voor een rondje Waverhoek. Er is al meteen spektakel als ik het eerste hekje over klim en kijk naar het eilandje waar visdieven en kokmeeuwen nestelen.

Door mijn kijker zie ik een visdief aankomen met verse buit in zijn snavel, op weg naar zijn smachtende kroost. Vlakbij het nest staat echter een uitgekookte kokmeeuw te wachten, die ook wel trek heeft in zo’n versnapering. Op het laatste moment spurt hij op de visdief af die noodgedwongen een uitwijkmanoeuvre maakt. Met wat haakse bochten in de lucht schudt hij de belager af en na een lange omweg zet hij opnieuw de landing in.

Gedurende zeker tien minuten herhaalt dit schouwspel zich, voordat de visdief eindelijk de avondmaaltijd bij het nest kan afleveren. Dan pas ontploft alle opgekropte woede in de visdief en haalt hij zijn gram op zijn irritante buurman. Hij vliegt steil omhoog en zet vervolgens een loodrechte val in op de kop van de kokmeeuw. Die ziet het net op tijd aankomen en maakt dat ie wegkomt. Ja, natuur is mooi maar het blijft een jungle.

Langzaam maar zeker vervolg ik mijn tocht, hoor wat blauwborsten maar die zijn te ver weg om goed te kunnen zien. Rietzangers, karekieten en rietgorzen laten zich bewonderen in het riet en wadend door het water de prachtig strak zwart-wit getekende kluten met veel jongen.

Na het derde hekje kom ik weer bij een nieuw rietgebied uit en hoor van verre al het sonore geluid van de snor, als een krekel met de baard in de keel. Bij de bomen even verderop zit een familie kneu gezellig met elkaar te kneuteren. Ze vliegen een stukje met me mee naar de bramenstruiken, maar blijven toch een beetje verborgen tussen de bladeren.

Het wordt tijd om naar huis te gaan, maar dat gaat voorlopig nog even niet gebeuren. Vlakbij de laatste bocht heeft de mooiste vent van de familie kneu een mooi plekje gevonden op een rietstengel in het volle licht van de ondergaande zon. Op zijn borst twee rossige vlekken en op zijn kop een knalroze stip, alsof een schilder er per ongeluk een drop verf op heeft geknoeid.

We hebben hier met een behoorlijke ijdeltuit te maken want als ik mijn camera pak, doft hij zijn vleugels op en gaat er eens goed voor zitten.
Na een uitgebreide sessie begin ik er eerlijk gezegd een beetje genoeg van te krijgen (het begint al behoorlijk te schemeren en de muggen en plakvliegen krijgen honger), maar zo vaak krijg je niet een kneu zo mooi voor je camera.

Gelukkig vindt meneer het ook wel welletjes en besluit zijn gezin weer eens op te zoeken. Even later stap ik op mijn fiets en nog nagenietend van deze ontmoeting peddel ik weer naar huis.

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2017-27, 050717, pagina 10

Naar Columns 2017