Column 2017-19 Hoera een ooievaar!

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisVoor een vogelliefhebber is er veel om chagrijnig van te worden maar naast achteruitgang is er ook vooruitgang! De ooievaar, die doet het weer goed. De brenger van geluk en nieuw leven is een prachtige grote vogel die we ook in De Ronde Venen en Uithoorn kunnen begroeten. Een grote lange verschijning met een lange rode snavel, zwart-wit verenkleed en een spanwijdte van 2 meter als ie vliegt. Heerlijk om te zien.

Ooievaars kunnen 20 tot 40 jaar oud worden. Ze vliegen met een gestrekte hals en de poten naar achteren, ook gestrekt. Met hun grote vleugels kunnen ze heel goed zweven op de thermiek. Hun onderlinge communicatie is klepperen met de snavel.

Ooievaars zijn nu aan het broeden op 3 tot 5 eieren. Man en vrouw broeden om de beurt. Ze vormen een paar voor het leven. Hun nesten liggen op grote hoogte: palen met een platform, soms prefereren ze een nabij gelegen boom, een kerktoren kan ook.

Het paar komt elk jaar terug op het oude nest. De eieren komen na 33 of 34 dagen broeden uit. De jongen worden nagenoeg naakt geboren met een zwarte snavel en zwarte poten. Het is hard werken geblazen om de jongen groot te brengen. De ouders moeten per dag zo'n 4 kilo eten op het nest brengen.

De ooievaars eten muizen, mollen, kikkers, insecten. Als de jongen 7 weken oud zijn beginnen ze te oefenen in het vliegen. Als ze 10 weken oud zijn vliegen ze uit maar komen toch geregeld terug op het nest om bij hun ouders om voedsel te bedelen. Tot die het helemaal zat zijn en er mee ophouden. Dan moeten de jonge ooievaars voor zichzelf gaan zorgen.

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisIn augustus trekken de meeste ooievaars naar het zuiden, via Spanje naar Afrika, maar een deel overwintert in Nederland. Van elke 10 ooievaars overleeft er maar ééntje de trektocht. Ze komen om door de jacht, elektriciteitsmasten waar ze tegenaan vliegen en door klimaatfactoren: door de toenemende droogte in Afrika is er minder voedsel te vinden. Vanaf februari komen de weggetrokken ooievaars weer terug naar Nederland en andere delen van Europa.

Vanaf 1940 ging de ooievaar sterk achteruit als gevolg van de veranderingen in de landbouw. In 1969 is gestart met de herintroductie. Het is een groot succes geworden! Nu zijn er zo’n 900 broedparen in Nederland. Maar waakzaamheid blijft geboden!

Nel Bouwhuijzen
IVN Natuurgids

Digitale krantversie Column 2017-19, 100517, pagina 8

Naar Columns 2017