Column 2017-13 Kuifeend in plas en vaart

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisKuifeenden zie je in het voor- en najaar in grote aantallen ronddobberen op brede sloten, plassen en vaarten. Ze houden namelijk van diepe zoetwatermeren en langzaam stromend water.

Voor het vinden van eten kunnen ze wel tot 14 meter diep duiken.
De meeste kuifeenden die je nu ziet zijn trekvogels op doorreis. Maar er zijn ook kuifeenden die permanent in Nederland verblijven en hier broeden. Dat betekent dat er voor die broedparen en hun jongen genoeg voedsel is.

Kuifeenden zijn middelgrote eenden. De mannetjes hebben een afhangende lange kuif, een blauwgrijze snavel en witte flanken.
De vrouwtjes hebben ook een blauwe snavel, een bruin verenkleed en niet zo’n lange kuif.

Maar duiken kunnen ze allebei als de beste. Als je ze ineens onder water ziet verdwijnen en lang wegblijven dan foerageren ze op de bodem tussen de waterplanten. Daar eten ze vooral kleine waterdiertjes, planten en algen. Zoetwatermosselen en rivierkreeftjes staan ook op het menu. Met hun scherpe snavel met verharde punt kunnen ze de schaaldieren kapot maken.


                                       Nest Kuifeend. Foto Tim Faasen

Kuifeenden zie je niet vaak aan land. Dat hoeft ook niet als je al je eten onder water vindt. Het broeden moet natuurlijk wel op het droge. Daarvoor maken ze een nest tussen het riet en leggen er zes tot twaalf eitjes in. Na 26 dagen broeden kruipen de jongen uit het ei. En als hun kuikendons verdwijnt zijn ze allemaal bruin.

Tegen de winter zijn ze op kleur, de vrouwtjes licht- met donkerbruin en de woerden zwart en wit. Dan hebben ze ook van de oudervogels geleerd hoe ze voedsel bij elkaar moeten duiken. En nu maar hopen dat ze rivierkreeft lusten. Want rivierkreeftjes zijn er sinds de komst van de Amerikaanse rivierkreeft in Nederland in overvloed.

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2017-13, 290317, pagina 8

Naar Columns 2017