Column 2017-11 Futenliefde in de vaart

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Sinds kort zwemt er dagelijks een paartje sierlijke futen door onze vaart. Prachtig gekleurd, van roomwit tot roodbruin en getooid met zwarte koppluimen en een roestbruine kraag. Af en toe kun je getuige zijn van hun elegante balts.

De geliefden zwemmen langzaam met gestrekte hals op elkaar af, buigen en zwieren met kop en hals, duiken onder en komen omhoog met een snavel vol waterplanten, die ze elkaar aanbieden. Ze strekken zich borst aan borst nog verder uit, tot ze alleen nog met hun korte staartje en hun peddels het water raken. Hierna laten ze zich weer zakken. Vaak zijn ze ineens verdwenen om vele meters verderop weer uit het water op te rijzen met een visje in hun snavel.

Van plantendelen maken ze een drijvend, goed verborgen nest.
Moeder fuut legt 3 á 4 eieren en het paar broedt om beurten. De jongen kunnen direct zwemmen, maar liften nog graag mee op de rug van één van de ouders. Daar zijn ze beschermd tegen roofvissen en reigers.
De ouders gaan onophoudelijk door met het voeren van kleine visjes aan de jongen in hun gestreepte pakjes.

Ze zijn altijd bezorgd dat de kleintjes te koud of te moe worden. Bij de minste twijfel duikt een van de twee onder, laat zich opkomen precies onder het kroost en tilt ze in de warme 'kajuit'. Vaak duiken ze onder mét de bemanning aan boord, want er moet tenslotte brood op de plank komen. Bijna drie maanden lang worden de fuutjes vertroeteld. Soms is er nog een tweede leg en moeten de jongelingen van de eerste leg mee helpen verzorgen.

In het najaar gaan de futen in de rui. Ze verliezen tegelijk alle handpennen en kunnen dan vier weken niet vliegen. Ze vertrekken daarvoor massaal naar groot open water, zoals de Waddenzee en het IJsselmeer. In die periode hebben ze een wat saai grijs uiterlijk om niet op te vallen.

Aan het eind van de winter trekken ze hun prachtkleed weer aan en begint de balts opnieuw.

Als we nog in de Victoriaanse tijd zouden leven, hadden we misschien nooit een fuut gezien. Dan waren ze wellicht uitgeroeid door de jacht. Deftige dames pronkten in die tijd graag met andermans veren. Futenbont van borst en buik om modieuze mutsjes en mofjes van te maken.

Maar nu genieten we liever van het schouwspel in de vaart.

Gerda Veth
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2017-11, 150317, pagina 4

Naar Columns 2017