Column 2017-07 Vogelseizoenen voor je neus

Leuk aan vogels is dat ze altijd in de buurt zijn. Je hoort ze, ziet ze en ze poepen op je auto. Dat laatste is misschien minder leuk. In het voorjaar begeleiden ze het lengen der dagen met gezang en pas als de zon over haar jaarlijkse hoogtepunt heen is, worden ze wat stiller. Maar roodborstje en winterkoninkje zingen jaarrond en altijd klinkt er wel ergens gepiep, getik, gefluit, geroep of gekrijs. Never a dull moment met vogels.

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
   Je helemaal volstoppen en de volgende dag weer op gewicht, velen    
       dromen hiervan, deze staartmezen en pimpelmees doen het!

Je kunt ze het hele jaar lokken door ze te voeren, maar vooral in de wintermaanden zullen ze je dankbaar zijn. Wees niet bang dat ze er te dik van worden, want in tegenstelling tot mensen blijven ze zich niet volstoppen. Ze kijken wel uit, vette trage vogels eindigen als eersten in de klauwen van de huiskat.

Kleine vogeltjes als mezen hebben tijdens de korte winterdagen vreselijke honger. Dan moeten ze in weinig uren enorme reserves opbouwen om hun lichaamstemperatuur tijdens de lange winternacht op veertig graden te houden. ’s Morgens hebben ze zoveel vet verbrand, dat ze alweer zo’n tien procent lichter zijn. Dan begint een nieuwe dag van hard aanpoten om de nacht te overleven. Daarom zijn ze zo blij met vetbollen, zaden en pindasnoeren.

Mezen kun je het hele jaar in je tuin tegenkomen, maar ‘s winters kan er een pimpelmees uit Zweden aan je vetbol bungelen, terwijl het exemplaar dat je in de lente zijn trillertje hoorde zingen ergens in Frankrijk rondhangt. De gezellig keuvelende staartmeesjes zijn honkvaster, die verplaatsen zich in hun leven hoogstens een paar kilometer van de plek waar hun eitje lag.

Tellen kunnen je ze ook, de vogels rond je huis, zoals laatst bij de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling Via tuintelling.nl kan dat wekelijks. Landelijk doen daar bijna achtduizend mensen aan mee, in De Ronde Venen drieëndertig, in Uithoorn twaalf. Zelf noteerde ik de afgelopen jaren zevenenzestig vogelsoorten. Bijzonder was de draaihals, een kleine spechtensoort.

Door te tellen merk je hoe de seizoenen van het vogeljaar ook aan jouw tuin voorbijtrekken. Opeens zwieren er gierzwaluwen over, net zo plotseling zijn ze verdwenen en trekt een zwermpje koperwieken voorbij. Of zit er een keep op de voedertafel. Met zo’n voedertafel kun je de vogels tot vlak voor je neus halen. En wat past er mooier bij kerst dan meesjes hun buikjes te laten volvreten? Voor hen een kwestie van overleven, dat wel.

Jaap Kranenborg

Digitale krantversie Column 2017-07, 150217, pagina 4 

Naar Columns 2017