Column 2017-01 Een vogel met een gulp

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisOp de laatste mooie dag van het jaar, voordat de mist het toch al niet zo bijster verlichte jaar tot het einde toe in nevelen hulde, besloot ik tot een wandeling langs de Bosdijk en de Veenkade in Vinkeveen (nou ja, eigenlijk is het Kockengen). Het zonnetje scheen en het was lekker fris.

Waar ik in het voorjaar een gemiddelde snelheid haal van ongeveer 1 km. per uur vanwege alles wat er te horen en te zien is in de bomen en het struweel, ligt mijn tempo in de winter meestal wat hoger. Veel vogels zijn natuurlijk vertrokken en sowieso zijn ze veel stiller dan in het voorjaar waarin iedereen zijn beste beentje voorzet.

Ik hoopte op een ijsvogel ergens bij de watertjes rond de Bosdijk, maar dat geluk was me niet beschoren. Wel hoorde ik al snel de fluitende geluiden van smienten (vandaar dat ze ook wel fluiteenden worden genoemd), de wintergast die in grote drommen samenklontert op de weilanden en het water.

Goed zichtbaar in hun prachtig sneeuwwitte verenkleed een aantal zilverreigers. Vroeger een vrij zeldzame verschijning maar tegenwoordig in onze waterrijke regio alom aanwezig. Voor het eerst hoorde ik ook het geluid dat hij maakt. Waar zijn neef de blauwe reiger luid krijsend zijn ongenoegen kenbaar maakt, is het bij de zilverreiger toch meer een beschaafd gemopper, zij het wel met een enigszins krassende stem.

De leukste ontmoeting was er een op de veenkade. In de verte hoorde ik al het hoge koer-lie van de wulp. Het klinkt een beetje droevig met een licht emotionele triller erin. In de zomer is deze steltloper vaak moeilijk te spotten tussen de weidevogels omdat ze wat schuwer zijn en vaak wat achteraf zitten in kleine aantallen. En, laten we eerlijk zijn, het is ook niet de meest opvallende vogel met zijn licht- en donkerbruin gevlekte tooi.

In de winter zijn de weilanden echter wat verlatener en die paar bruine vogels op hoge poten vallen dan meer op. Zeker met die mooie lange gekromde snavel (bij een wulp wijst ie naar zijn gulp) is er dan weinig twijfel meer mogelijk. Ik zie ze deze winter vaak in de weilanden rond de Ter Aarse zuwe en ook op Waverhoek. De wulpen die we nu zien zijn waarschijnlijk niet dezelfde als diegenen die hier broeden in de zomer, maar afkomstig uit het nu te koude Rusland.

Ondanks zijn weinig uitbundige uiterlijk blijft het een sierlijke vogel, zo hoog op zijn poten en zijn lange, fraai gekromde snavel. In ieder geval een aangename ontmoeting op zo’n mooie wintermiddag.

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Deze column is in week 2 geplaatst. 
Digitale krantversie Column 2017-01, 110117, pagina 6

Naar Columns 2017