Column 2016-49 Exoten uit Egypte

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisDie moeten wel een fiks robbertje gevochten hebben dacht ik, toen ik voor het eerst twee nijlganzen zag met hun bont en blauwe ogen. Later kreeg ik pas door dat álle nijlganzen deze vervaarlijke ogen hebben. En, kennelijk daarbij passend, een niet erg innemend karakter.

Ze kunnen zich agressief jegens  andere vogels gedragen, vooral in de broedtijd. Soms worden pulletjes van andere watervogels zelfs verdronken. Ook tegen mensen kunnen ze zeer boosaardig optreden. Er zijn voorvallen bekend van hardlopers, die in een groep ganzen terecht kwamen en belaagd werden door rennende en vliegende  nijlganzen; ja zelfs gepikt en geduwd werden.

De Nijlgans is oorspronkelijk afkomstig uit Egypte en uit landen ten zuiden van de Sahara. Hij heeft zich weliswaar naar het noorden verplaatst, maar kwam niet verder dan de Donau-delta. Naar Nederland is hij niet op eigen kracht gekomen. Mensen hebben hem geïmporteerd voor hun siervijvers. In 1967 is de eerste nijlgans ontsnapt. Nu is de hij niet meer weg te denken uit ons land. Inmiddels zijn er zo'n 15.000 broedparen en elk jaar komen er meer bij.

Voor de oude Egyptenaren, was de nijlgans een heilige vogel. Hij werd vereerd en afgebeeld op graftombes en tekeningen. Sommigen hielden hem als huisdier.

Je kunt hem herkennen aan zijn ogen, zijn bonte, exotische verenkleed en zijn klagelijke geluid in de lucht, dat klinkt als:  ach...ach...ach...
Zijn nest maakt hij meestal hoog boven de grond in holtes van bomen. Soms kraakt hij met geweld een nest van kraaien of roofvogels. De jongen moeten van grote hoogte springen om op de grond of in het water te komen; soms wel 20 meter. Meestal loopt dat goed af omdat de jongen nog maar weinig gewicht hebben. Soms liggen er predatoren op de loer, zoals eksters, die een jong tijdens de sprong kunnen grijpen.

Meestal maken ze één nest per jaar en leggen 6 tot 8 eieren. Vader en moeder zorgen beide voor de jongen. Zodra de jongen uit het nest zijn worden ze streng bewaakt; mams vóór en paps achter de groep. Rovers krijgen zo weinig kans. Veel nijlgansjes overleven dan ook hun eerste levensjaar.

Moeten we blij zijn met deze exoten, die eigenlijk geen ganzen zijn maar grote eenden? Er bestond vrees dat de inheemse vogels het onderspit zouden delven maar dat is niet gebeurd. Er is voor allemaal een plekje in 'Vogelherberg Nederland'.

Gerda Veth
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2016-49, 071216, pagina 6

Naar Columns 2016