Column 2016-45 Tingelende hangsnorren in het riet

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Je kunt het dezer dagen weer horen in de ons omringende polders: metalig getingel in het ruisende riet. Alsof iemand met belletjes staat te rinkelen.

Maar dan beweegt er iets tussen de stengels en verschijnt een opvallend oranjeachtig vogeltje, formaat huismus, lange staart, met een blauwgrijze kop en zwarte vegen rond de snavel. Een beetje excentriek, dat wel. Baardmannetje heet deze vogel, ook al hebben de zwarte vegen meer weg van een hangsnor dan een baard. De vrouwtjes hebben dat allemaal niet, maar die noemen we toch gewoon baardmannetjes.

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisEigenlijk moeten we sinds een recente herziening van de vogelnamen ‘baardman’ zeggen en dat klinkt wellicht stoerder, maar het roept bij mij toch eerder het beeld op van een hipster achter laptop en caffè latte. Baardmannetje past gewoon beter bij dit vogeltje.

Lange tijd ging het slecht met ze in Nederland, maar zoals de panda staat voor bedreigde diersoorten, is het baardmannetje een positief symbool voor soorten waar het wat beter mee gaat. Dat was in eerste instantie te danken aan de inpoldering van het IJsselmeer, want daar ontstonden na de drooglegging eindeloze rietvelden en van riet moet het baardmannetje het hebben.

Ze nestelen erin, vinden er in de zomer insecten en ’s winters leven ze van het rietzaad. Maar het IJsselmeer was niet ingepolderd om er eeuwige rietvelden van te maken, dus al gauw zagen we veel minder baardmannetjes. Gelukkig bleef een klein deel van de polders, de Oostvaardersplassen, verdere inrichting bespaard en daar zit nu een kwart tot de helft van de ongeveer duizend Nederlandse broedparen.

Ook elders in Nederland zijn er moerasgebieden bijgekomen, zoals bijvoorbeeld Waverhoek in De Ronde Venen. En de winters worden iets minder streng. Daarom groeit, na een jarenlange afname, het aantal baardmannetjes het laatste decennium weer. Want kwetsbaar zijn ze wel, die hangsnorren, een winter met veel vorst en weinig rietzaad is rampzalig voor ze.

In Uithoorn of de Ronde Venen broeden ze (nog) niet, maar ze brengen er wel de herfst en winter door, gezellig in groepjes. Jongeren zitten er ook tussen, zonder snor of baard, maar wel weer met oogschaduw en een soort zwarte rug ‘beharing’.

Ga eens naar plekken in de buurt met veel riet, Botshol of dat onvolprezen nieuwe moerasgebied Waverhoek, en luister goed. Gerede kans dat je belletjes hoort tingelen…

Jaap Kranenborg
Foto’s © Marianne Wustenhoff

Digitale krantversie Column 2016-45, 091116, pagina 4

Naar Columns 2016