Column 2016-39 Natuur in wording

Op een van die wonderbaarlijk warme avonden van september besluiten mijn vrouw, dochter en ik nog even een rondje Waverhoek te doen. Als we het hek overklimmen, horen we in de verte het rustgevende gegak van de vele grauwe ganzen die er bivakkeren.  In de verte zien we een eenzame lepelaar. Later zullen er vast nog meer neerstrijken op deze slaapplek.

Tot onze verrassing lopen er koeien los en die zijn weer even verbaasd dat wij er verschijnen. Toch wel groot ineens die beesten als je er langs moet. Dapper stappen wij voorwaarts en wachten af wie plaats maakt voor wie. Gelukkig doen de koeien niet moeilijk en laten ons met hun stoïcijnse blik langs. Dat heb ik met schapen wel eens anders meegemaakt in de lammertijd. Minder imposant dan koeien, maar als ineens een vastbesloten kudde zich om je samendromt en met een 'wat-mot-je-hier' blik in hun horizontale pupillen tegen je aan begint te duwen, voel  je je toch bepaald ongemakkelijk.

Als we bij de hoek zijn aangekomen komt ineens de zon onder het wolkendek tevoorschijn en in het laatste kwartiertje op weg naar zijn plek onder de horizon laat hij zich in al zijn glorie zien. Zijn vuurrode reflectie knalt van het water af en het lijkt wel of er plotseling twee sterren in ons zonnestelsel zijn. Terwijl we staan te oeh-en ahen bemerken we opeens een zacht zoemend geluid boven ons. We kijken naar boven en zien een krioelende kolom dansende muggen. Honderden, duizenden die iedere keer weer nieuwe grijze en zwarte patronen vormen. Zolang ze niet steken is het een prachtig gezicht.

We lopen verder en komen een kudde schapen tegen. Een schaap ligt uitgeput op de grond en ademt zwaar alsof de laatste adem niet ver weg meer is. Als we goed kijken, lijkt hij ook nog eens een raar tuigje aan te hebben. Besluiteloos kijken we elkaar aan: kunnen we het arme beest nog helpen of is het al te laat? We kijken nog eens naar de andere schapen en plotseling zien we dat er toch wel veel een blauw achterwerk hebben. Ineens realiseren we ons dat het tuigje niet een of ander soort mitella is, maar dat hij de zak met krijt tussen de voorpoten van de ram op zijn plaats houdt. Zo kan de boer zien welke schapen al gedekt zijn en door welke ram, afhankelijk van de kleur op het achterwerk van de ooi.

Meneer heeft er een bijzonder drukke avond op zitten. Vrijwel alle dames zijn op hun achterste getooid met uitbundig blauw. Geen wonder dat hij zo amechtig ligt uit te hijgen. Hij heeft een bijzonder hoog arbeidsethos want al zuchtend en steunend staat hij weer op en begint bij de dichtstbijzijnde dame aan te dringen. Natuur in wording en over een maand of vijf zien we het resultaat door de wei dartelen. Wel een blokje om lopen voor de ooien tegen die tijd!

Sep Van de Voort
IVN Natuurgids

Digitale krantversie Column 2016-39, 280916, pagina 2

Naar Columns 2016