Column 2016-37 IJsvogel of Kingfisher

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisHij is klein en vliegt als een blauw-oranje flits langs. Zijn geluid is een schel en langgerekt piep-piep. Als je hem hoort is hij al weer heel wat meters verder dan zijn geluid. Want een ijsvogel haalt gemakkelijk 80 km. per uur.

Lange tijd was ik jaloers op iedereen die hem had gezien. Mijn eerste ijsvogel zag ik pas een paar jaar geleden dankzij een opmerkzame vogelaar in Zeeland, mijn tweede herkende ik aan het schelle piep-piep in Zuid-Frankrijk. Maar hij komt ook in ons gebied voor. Bij het Veenwater in De Hoef is zelfs een speciale ijsvogelwand gemaakt. En in een Mijdrechts parkje is hij ook gesignaleerd. Als er maar zoet, visrijk en helder water is om kleine visjes, waterinsecten en larven uit op te duiken. Zijn vangst slaat hij dan beurs op een over het water hangende tak. Overhangende takken zijn voor een ijsvogel van belang, als plek om uit te rusten en als uitkijkpost.

IJsvogels maken hun nest in de oeverwand en graven daarvoor een tunnel van wel een halve meter. Ze leggen 6 tot 8 eieren en doen dat een paar keer per jaar. Dat is voor de overleving van de soort essentieel. Er zijn namelijk nogal wat gevaren voor de jongen. Ze kunnen opgegeten worden door roofvogels of verdrinken bij de eerste vlieg- en vislessen.
En als er een strenge winter is vriezen ze dood. De ijsvogel blijft dan ook zeldzaam in Nederland en is daarom een beschermde vogel. Door meerdere legsels is er gelukkig kans dat de soort niet uitsterft.

Lange tijd vroeg ik mij af wat een ijsvogel met ijs te maken heeft. Nu weet ik het: helemaal niets.  De naam is de vertaling van het Duitse Eisvogel en dat slaat op zijn metalige kleur die op ijzer (Eisen) lijkt. Het Engelse Kingfisher is veel toepasselijker, want visser koning dat is dat blauw-oranje vogeltje. Hij laat zich loodrecht naar beneden vallen en komt dan met een visje in de bek weer uit het water om zich op een tak te installeren. Als het visje is opgegeten, poetst hij zijn verenpak droog.

Mijn wens is dat ik die kleurrijke inheemse ijsvogel nog eens zie langsflitsen of loodrecht in het water zie duiken. Ik ga dus opletten bij helder water en hoge oevers met overhangende takken en luisteren naar een langgerekt piep-piep.

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2016-37, 140916, pagina 12

Naar Columns 2016