Column 2016-33 Haat en liefde in de polder: het waterkonijn

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisLang geleden zag ik hem voor het eerst: een aaibaar ruggetje met een heel lief snuitje zwom over de tocht naar ons toe, een dotje gras in zijn bek.

Gauw zoeken natuurlijk: wat voor beest zou dat zijn? Het zoogdierenboek gaf het antwoord: de Muskusrat, ook wel Bisamrat of Waterkonijn genoemd. Heel soms zagen we hem (of haar) weer.

Op een dag kwam er iemand van het Waterschap langs. Hij wilde een vangkooi bij onze oever plaatsen. Dat leek ons een slecht idee: zo’n lief beest ga je toch niet vangen en dood maken? De man van het waterschap drong aan: ze graven gangen in de oever, ze krijgen 10 tot 15 jongen per jaar… .

Maar nee, geen muskusrattenval in onze tuin. Hadden we, Europeanen, hem maar niet naar hier moeten halen. Jarenlang werden muskusratten gefokt voor hun bont. Maar ze waren slim en ontsnapten af en toe. En zo vestigden ze zich overal met hun gangen en kamers waar het land aan water grenst: in dijken, oevers en wallen.

Een tijdje later wandelde ik door de tuin, langs de tocht. Opeens zakte ik weg: ik lag in een gat van bijna een vierkante meter, de grond verdween helemaal in het water.

Wat nu? Stel dat dit elk jaar een keer gebeurt? Toch maar de man van het Waterschap bellen? Maar anderen zeggen: ‘’het heeft geen zin om de muskusrat te bestrijden: ze blijven toch terugkomen en als je ze laat gaan worden het er echt niet steeds meer. Als hun leefgebied ‘vol’ is, breiden ze zich niet verder uit”.

Die val is er wel gekomen. Maar slechts één keer: zo’n dode muskusrat is geen pretje om te zien. Later maakten we af en toe gewoon de holtes dicht die in de oevers ontstonden. En we hoopten maar dat de muskusratten snel een goed heenkomen konden vinden.

We zijn altijd van ze blijven houden. En dat geldt niet alleen voor ons:
hij staat op heel wat menukaarten als ‘waterkonijn’.

Catherine

Digitale krantversie Column 2016-33, 170816, pagina 4

Naar Columns 2016