Column 2016-21 Haat en liefde in de polder: de eend

Een woerd heeft blinde liefde
Op dit moment zien we ze overal: eenden met een rijtje pulletjes, jonge eendjes, achter ze aan. Langzaam maar zeker wordt hun aantal minder, dat wel. Maar ze zijn allemaal uit het ei gekomen.

In onze tuin broeden altijd eenden. Vanaf maart zien we man en vrouw door de tuin waggelen. ‘s Ochtends zie je door het natte gras hun sporen al.  Ze zwemmen wat in de vijvers en gaan dan weer op zoek naar een goede nestplek. De man voorop, de vrouw erachteraan. Raar toch, want zíj moet straks het werk doen. De man wijst allerlei nestplaatsen aan. Hij doet alsof hij die het beste kan uitkiezen. En ja, zij gaat mee.

Op een dag zien we een woerd opvliegen. Naar de bovenkant van een wilg die we met kerst geknot hebben. Zij erachteraan. Dat kan toch niet waar zijn? Alle andere eenden broeden op een beschut plekje waar je ze niet zo gauw vindt: onder een steiger,  onder een struik die over het water hangt.

Maar deze woerd kiest de top van een knotwilg uit… Zo dom, denken we. Tot we het snappen: waar de woerd loopt kan hij de kop van de knotwilg niet zien. Dus hij denkt vast dat niemand daar te zien is? Er verschijnt een nest van mos en veertjes in de top van de knotwilg en na een week ligt er een ei in.  Het duurt niet lang of het zijn er tien.

De man is niet meer in beeld. De vrouw gaat aan het broeden.  Ze moet 4 weken op het nest blijven. Maar af en toe moet ze iets eten. Dus dan dekt ze haar eieren zo goed mogelijk toe en gaat foerageren. Intussen zit de man alweer achter andere vrouwtjes aan…

Na twee weken vinden we een kapot ei naast de wilg. Gevallen? Of toch de ekster?Er is veel belangstelling van eksters voor het nest, zeker als de vrouw even van het nest af is. De eksters hebben immers geen enkele moeite het nest te zien. Na 4 weken zijn er nog twee eieren over.
De volgende dag zien we twee pulletjes over de rand van het nest op de knotwilg kijken. Hoe zouden ze naar beneden moeten?

Maar dat hoeft niet. Heel even is de eend van het nest als de buizerd langskomt.

Catherine

Digitale krantversie Column 2016-21, 250516, pagina 2

Naar Columns 2016