Column 2016-17 Dikke sappige pollen

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisViolengeur stijgt op vochtig mos,
een bronzen gloed verjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos

Een strofe uit een gedicht van Frederik van Eeden (1860-1932), een loflied op de lente. Voor mij zijn dotterbloemen, ook wel dotters genoemd, echte lentebodes. Als ik ze langs de slootkanten zie, hoor ik ook grutto’s, kieviten en wellicht een veldleeuwerik. Een andere dichter omschrijft ze als 'dikke sappige pollen'. En die staan nu volop in bloei.

Ze zijn onmiskenbaar: een soort boterbloem maar dan veel weelderiger, in alle opzichten. Met vlezige stengels, glanzende bladeren, dikke ronde bloemknoppen, vijf centimeter grote, wijd openstaande gele bloemen die elk wel tot honderd meeldraden kunnen bevatten.
Ze lijken eerder een tuin- dan een wilde plant.

De naam dotterbloem komt van de dooiergele bloemen (dotter en dooier hebben dezelfde oorsprong: ‘doder’). Omdat ze een van de eerst bloeiende moerasplanten zijn, zijn ze heel belangrijk voor bijen. Ze worden ook bestoven door vliegen en kevers. De rijpe vruchten blijven drijven, en zo wordt het zaad verspreid.

Hoe een dotterbloemplant er precies uitziet, hangt van de standplaats af. De mooiste weelderige exemplaren vind je op vochtige plekken: langs oevers en op natte hooi- of rietlanden, zoals bijvoorbeeld langs de Waver. Als de bodem droger is, zijn de planten veel kleiner.

In de Biesbosch en op andere plekken met dagelijks sterk wisselende waterstanden komt een aparte ondersoort voor: de spindotter. En in Brabant kennen ze een fijnere soort, de bosdotter. Omdat dotters ook goed passen in een tuin, zijn er variëteiten gekweekt met witte of gevulde bloemen.

Omdat dotters specifieke eisen aan hun standplaats stellen, gaat het niet overal in Nederland goed met ze. Ze willen in elk geval natte voeten en niet te veel voedsel in het water. Maar hier in het veenweidegebied sieren ze gelukkig nog (of weer?) vele slootkanten.

Dotters zijn net zoals alle boterbloemachtigen licht giftig. Koeien eten ze niet, dus ook weilanden waar koeien lopen kunnen door dotters worden ‘gezoomd’. Mensen wordt afgeraden ze te eten. Maar de bloemknoppen worden in Duitsland net zoals kappertjes ingelegd. Als je er te veel van eet  krijg je overigens wel buikpijn. Dus ik houd het toch maar op echte kappertjes.

En heb je ze nu gemist? In het najaar doen ze de bloei soms nog eens dunnetjes over.

Ineke Bams
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2016-17, 260416, pagina 10

Naar Columns 2016