Column 2016-15 Lenteleven op de Waverhoek

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Na een wat druilerig verlopen eerste zaterdag van april breekt aan het eind van de middag opeens de zon door. We besluiten poolshoogte te gaan nemen op Waverhoek om te kijken welke zomervrienden al zijn gearriveerd. 

Als we aankomen meldt een meneer die net weggaat dat hij Kemphanen heeft gezien. Dat geluk hebben we die middag niet. Zou ook bijzonder zijn, want die komen hier hoogstens op doorreis naar hun broedplaats in Friesland. De laatste keer dat ze hier broedden, is al weer een poos geleden. We zien wel meteen een lepelaar foerageren, voordat hij naar zijn broedplaats op Botshol gaat. Achter ons horen we in de verte een wulp en nog voor we het hekje overklimmen zien we er al drie overvliegen met hun karakteristieke lange kromme snavel (u weet wel: die wijst naar zijn gulp).

In het water staan honderden grutto’s bij te komen van hun lange reis uit West-Afrika. Nog niet helemaal in hun mooie oranje prachtkleed zijn ze bijna klaar om hun partner uit te zoeken en als stelletje te gaan broeden. Nu zitten ze nog als grote groep bij elkaar: de woensdag ervoor werden er op Waverhoek maar liefst 2500 geteld! Kieviten zien we er maar een paar van, maar die zijn natuurlijk allang op het nest aan het broeden. Het duurt nog tot diep in de zomer voor ze hier weer als een grote groep neerstrijken met hun pasverworven nageslacht.

Naast ons, in het riet, horen we de rietgors zingen (nou ja, meer tsjilpen). Verderop antwoordt een collega-rietgors. Meestal zit ie halverwege of hoog in een rietstengel, een beetje mussig ziet hij er uit maar met een mooi zwart koppie. Dichtbij de grutto’s zien we een paar slobeenden die aan het baltsen zijn: het mannetje en het vrouwtje zwemmen dicht tegen elkaar aan kleine rondjes met hun kop onder water. Jammer, want dan zie je de brede slobbersnavel niet waaraan ze zo herkenbaar zijn. Door de verrekijker zie ik dat er aan de overkant van de plas zelfs een heuse speeddating van slobeenden aan de gang is.

Als we tegen de schemering weggaan komt de zon weer even in volle kracht onder de wolken door en strooit zijn kristalheldere lentelicht als een gouden gloed over het riet. Vlak bij de uitgang horen we een blauwborst uit volle borst zingen, http://www.vogelgeluid.nl/blauwborst We lopen voorzichtig die richting uit en hij is zo vriendelijk om ons dicht in zijn buurt te laten. Dicht genoeg om een mooie foto te schieten. Op de terugweg staan we nog even stil op de dijk om een plaatje te schieten van de ondergaande zon. De lente is begonnen!

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2016-15, 130416, pagina 6

Naar Columns 2016