Column 2015-52 De Kleine zwaan

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Met duizenden tegelijk, vliegen de kleine zwanen eind september naar Nederland. Ze komen uit de toendra's in het Arctische deel van Rusland en Siberië. De lente en de zomer hebben helemaal in het teken van de voortplanting gestaan. Nu wordt het in het hoge noorden te koud en het voedsel raakt op. De jonge zwaantjes zijn inmiddels groot genoeg om mee op trektocht te gaan. Ze vliegen in familieverband binnen deze enorme groep. Van de wereldpopulatie kleine zwanen overwintert 65 % in Nederland.

Na een beperkt aantal tussenstops op bekende plaatsen in de Baltische staten, bereiken ze een van hun favoriete bestemmingen: het Lauwersmeer. Ze weten van eerdere bezoeken of van hun ouders, dat daar lekker voedsel te halen is; kranswieren en energierijke knolletjes van het fonteinkruid.

Die knolletjes worden door trapbewegingen uit de bodem losgewoeld en met hun lange hals opgevist. Andere watervogels, zoals brilduikers en tafeleenden profiteren van de voedselresten die de zwanen laten slingeren. Als het favoriete voedsel op is, verplaatsen ze zich voor resten van suikerbieten en aardappelen naar de akkers. Later in de winter doen ze zich te goed op graslanden.

Vóór ze eind maart weer duizenden kilometers terugvliegen naar Siberië, moeten ze goed opgevet zijn. De natuur heeft daarvoor een slim hulpmiddel bedacht. De zwanen ondergaan een inwendige metamorfose. Het maag-darmkanaal wordt in enkele maanden tijd 1.5 meter langer; van 2.5 naar 4 meter. Naarmate het voorjaar nadert en het gras voedzamer wordt, loopt ook het eettempo op; van 500 naar 1500 hapjes per uur.

Vlak voor de terugvlucht neemt de darm weer zijn zomerse proporties aan, dus minder ballast. Daarentegen worden de vliegspieren groter en sterker. Die zijn nodig om het opgevette lichaam in de lucht te houden.
Ze bereiken snelheden tot wel 65 km./uur. De resterende vetreserves zijn nodig voor de komende broedperiode.

De kleine zwanen hebben een sterke familieband. Partners kiezen elkaar voor het leven. Ze hebben een uniek snavelpatroon; zwart met geel. Een soort vingerafdruk waaraan je elke kleine zwaan als individu kunt herkennen.

Tijdens een recente vakantie bij het Lauwersmeer werden we aangenaam verrast door het onafgebroken, weemoedig roepen van honderden kleine zwanen; een geluid, dat je doet verlangen naar verre streken... .

Het Lauwersmeer is wat ver weg maar inmiddels zijn er meerdere kleine zwanen in de Waverhoek gespot. Dus toch: 'Natuur dicht bij huis'.

Gerda Veth  
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-52, 231215, pagina 6

Naar Columns 2015